BACH VOOR VIOOL

Violiste Lucy van Dael behoort tot de fine fleur uit Brüggens Orkest van de Achttiende Eeuw, waarvan zij vanaf het begin achttien jaar lang als concertmeester deel uit maakte. Ze speelde met Gustav Leonhardt, de broertjes Kuyken, met Anner Bijlsma en Vera Beths. Van Dael, pionier van de barokviool, heeft nu als de eerste soliste van Nederlandse komaf een cd uitgebracht op het label Naxos. En ze heeft het zichzelf daarbij niet gemakkelijk gemaakt met de keuze voor de Sonates en Partitas voor viool solo van Bach. Veel groten uit zowel de romantische traditie als de historische uitvoeringspraktijk maakten hiervan immers legendarische plaatopnamen.

Op een historisch verantwoorde wijze, die de musicologisch preciezen zeker tevreden zal stellen, werkt Van Dael zich op haar barokviool in lage stemming gedreven door de hondsmoeilijke Partitas en Sonates. Toch vergeet zij daarbij geen moment de subjectieve expressiviteit die de rekkelijken juist zo aanspreekt. In die zin plukt zij uit `the best of both worlds'. Iedere Partita, iedere Sonate verleent Van Dael heel duidelijk een eigen persoonlijkheid, zonder dat het totaal daardoor versnipperd raakt. Kwestieus wordt het alleen bij de alleringewikkeldste stukken. In de Ciaconna loopt Van Dael toch wel op haar tenen.

Lucy van Dael: Sonatas en Partitas voor soloviool van J.S. Bach. Vols. 1 en 2. Naxos: 8554422/3.