Asielzoekers durven vaak niet terug

Een financiële bijdrage van de Nederlandse overheid vergroot de animo onder asielzoekers om terug te keren naar het land van herkomst vrijwel niet.

Dit blijkt uit het onderzoek Beeldvorming onder (uitgeprocedeerde) asielzoekers over terugkeer- en remigratiebeleid dat in opdracht van het ministerie van Justitie is uitgevoerd door het migratie-onderzoekscentrum EDCOMER van de Universiteit van Utrecht.

De zogenoemde gefaciliteerde terugkeer werd door voormalig staatssecretaris Schmitz (Justitie) bedacht voor asielzoekers die al enkele jaren in Nederland verblijven. Onder hen bleek de bereidheid terug te keren het geringst te zijn. Wie vroegtijdig zou aanbieden vrijwillig terug te gaan naar zijn geboorteland, zou ter plekke meer financiële ondersteuning voor eerste levensbehoeften of bijvoorbeeld het opzetten van een bedrijfje krijgen dan wie zich later aanmeldt.

Voor het onderzoek werden gesprekken gevoerd met asielzoekers uit Ethiopië, Iran, Somalië, Bosnië en Angola en met personen die als vrijwilliger of professioneel zijn betrokken bij het asiel- en terugkeerbeleid. Hieruit bleek dat medewerking aan gefaciliteerde terugkeer nauwelijks een reële optie is.

Vrijwel alle 75 ondervraagde asielzoekers willen in Nederland blijven. Terugkeer naar het vrijwel altijd als onleefbaar of onveilig beschouwde land van herkomst achten zij onmogelijk. Alle Iraanse respondenten zijn bang voor hun veiligheid in Iran. Met name onder Bosniërs speelt de vraag of zij naar hun eigen huis kunnen terugkeren. Sommige ondervraagden willen eventueel naar een ander land migreren, anderen overwegen zelfmoord te plegen als terugkeren aan het eind van een asielprocedure onvermijdelijk wordt.

Het merendeel van de uitgeprocedeerde ondervraagden klampt zich vast aan een zo lang mogelijk verblijf in Nederland, waarbij de lange asielprocedure de hoop op erkenning nog versterkt. De respondenten geven aan onder grote spanning en van dag tot dag te leven. Het lange verblijf in opvangcentra heeft een negatieve invloed op hun lichamelijke en geestelijke gesteldheid, en dat maakt het steeds moeilijker om eventuele terugkeer bespreekbaar te maken.

De onderzoekers stellen voor meer werk te maken van de mogelijkheiden voor migratie naar andere landen en terugkeerprojecten alleen op te zetten als daar vraag naar is onder uitgeprocedeerde asielzoekers.