Aanvoerder

Nog voor de wedstrijd Nederland-Marokko begon, was ik alweer vertederd. Edwin van der Sar aanvoerder van Oranje, wat een vondst! Ik zag hoe hij zich naar de middencirkel slingerde voor de toss. Helemaal niet gehaast, een honderdjarige in zijn laatste kerkgang, het verbijsterd hoofd roerloos als een gevallen dennenboomappel, het gezicht wit van afgrijzen voor de zware verantwoordelijkheid. Maar het knikje naar de scheidsrechter was van een weergaloze hoofsheid. Zoveel elegantie had ik in jaren niet meer gezien in het voetbal.

Doelman met armband: eigenlijk kan het niet. Zoals een doelman in korte mouwen ook niet kan. Die Barthez van AS Monaco en het Franse nationale team is een lachwekkende figuur in zijn kimono. Vroeger was de aanvoerder of libero of back. In ieder geval man met borstkas. Van Basten met armband zou ook niet gekund hebben - aan de midvoor mag geen pluisje kleven dat niet van hem alleen is.

Ik had een beetje medelijden met Van der Sar. De doelman van Ajax mag je niet uit zijn eeuwigdurende verbazing laten treden. Edwin is verbaasd dat hij bestaat. Doelpunt? Hij kan het niet geloven. Schitterende parade? Was hij het wel? Een duikvlucht in de zestien? Hij kijkt niet eens of hij nog wel armen en benen heeft. Slaapwandelend het paradijs tegemoet, die fixatie in de ogen en ook dat weet hij niet van zichzelf.

Maar ja, als aanvoerder moet je soms doen alsof je van deze wereld bent en dus zei de goalie na de wedstrijd tegen Marokko: ,,Wij hebben voetballes gehad, Marokko heeft verdiend gewonnen. De ploeg was behendiger en agressiever dan wij. Ze schakelden ook uitstekend over van verdediging naar aanval.'' De zinnen passen helemaal niet bij Van der Sar. Taal is überhaupt te gewelddadig voor een man die het autisme tot kunst heeft verheven. Dialectisch amusement gaat deze wereldse monnik al te ver: lachen is een binnenwaartse aangelegenheid.

Gelukkig was Van der Sar zondag niet de aanvoerder van Feyenoord. Zo'n veldslag zou deze gevoelige jongen niet overleven. De gedachte alleen al dat er in de lobby van het Hilton een Japanner op de grond lag, die nog net het geluid van kogels per GSM naar vrouw en kinderen kon doorseinen, nadat hij, Van der Sar, kampioen was geworden, zou de doelman voor het leven ontredderen. Hij zal het wel nooit zo ver laten komen, maar als zijn rijzige lichaam, na het verscheiden, onvermoed in handen van de wetenschap zou vallen dan zal blijken dat er op de Nederlandse voetbalvelden ooit één jongen heeft rondgelopen die niet op testosteron was gebouwd.

Eigenlijk hoort Edwin van der Sar aan de snookertafel te staan, naast gestolde kampioenen als Stephan Hendry en John Higgins. De recreatie-criminelen van Ajax en Feyenoord zijn hem te grof in de bek laat staan dat hij hun lichaamstaal zou begrijpen.

Naar verluidt speelt de doelman met de gedachte om Nederland te verlaten. Een tragische vergissing. Van der Sar is zo Nederlands als Mondriaan. Elk hobbeltje op de einder doet hem pijn aan de ogen. Van der Sar imponeert alleen in de laagvlakte. Manchester is te heuvelachtig, Turijn en Milaan al helemaal. Van der Sar gaat ten onder in de babbelcultuur van de Serie A en in de sensatiezucht van de Engelse tabloids.

Misschien kan Leo Beenhakker de aanvoerder van Oranje in Nederland houden. De Feyenoordcoach mag dan geen tactisch wonder zijn, hij kan ouwehoeren, zalven en balsemen als de beste. Ik zie wel iets in een ruil Cruz-Van der Sar. Op voorwaarde dat De Kuip eerst van hooligans is schoongeveegd. De keeperstraditie van Feyenoord is trouwens indrukwekkender dan die van Ajax. En ook niet onbelangrijk: in de vaderlijke armen van Rob Baan wordt veel eenzaamheid opgelost. Daar kan een doelman niet ongevoelig voor zijn. Rotterdam heeft Van der Sar meer warmte te bieden dan hij ooit gekend heeft. Ik begrijp maar al te goed dat Edwin bij Ajax niet zijn beste seizoen speelt. De verzakelijkte hoofdstedelijke club staat niet zozeer stijf van de stress dan wel van de kilte.