Wie amputeert zijn eigen school?

Het voorbereidend beroepsonderwijs wordt ingrijpend verbouwd. Ten koste van de zwakste leerlingen, zo dreigt.

Veertienjarigen die elke dag dertig kilometer fietsen om automonteur te kunnen worden? Geen van de schooldirecteuren ziet dat gebeuren. ,,Dat doen alleen uitzonderlijk gemotiveerde scholieren'', zegt schoolleider J. Berkhof van het Apeldoornse Edisoncollege. ,,Als een opleiding verdwijnt, kiezen de meesten gewoon een andere in hun stad'', verwacht ook zijn collega H. Maat in Assen. ,,Zo worden hun keuzemogelijkheden beperkt.''

De vernieuwing van het voorbereidend beroepsonderwijs (VBO) lijkt de zwakkere leerling - dertig procent van de schoolpopulatie zit op het VBO - onvoorzien te duperen. Zo blijkt een aantal relatief dure VBO-opleidingen, zoals die voor automonteur, schilder of naaister, in één op drie steden voor de nieuwe brugklassers niet meer te krijgen. Daardoor zullen de kinderen tientallen kilometers moeten reizen om alsnog die opleiding te volgen. Daarnaast zullen de leerlingen met de minste cognitieve capaciteiten op het VBO lijden onder de invoering van kostenbesparende combinatie-opleidingen, zoals 'Metaalelektro', verwacht rector H. Koster in Middelburg. ,,Die kinderen volgden vaak Metaal en niet elektro, waarvoor je abstracter moet kunnen denken. Dus wordt het voor hen alleen maar lastiger.''

De grote reorganisatie van het VBO en de Mavo, die in augustus ingaat, was bedoeld als eerherstel voor het VBO, als versterking van de positie van de zwakste leerlingen. De afgelopen tien jaar gold een advies voor het praktisch-georienteerde VBO haast als schande en drongen ouders er steevast op aan dat hun kind tóch naar de respectabele Mavo ging. Vanaf augustus moeten alle VBO-scholen met Mavo-afdelingen nieuwe, gezamenlijke examenprogramma's aanbieden. De Mavo verdwijnt zo en de kloof tussen VBO/Mavo enerzijds en Havo/VWO anderzijds wordt een feit. Trots zullen ouders hun kinderen aanmelden bij het nieuwe Voorbereidende Middelbare Beroeps Onderwijs (VMBO), beredeneerden de beleidsmakers. Maar daarvoor moet wel het aantal VBO-afdelingen worden gehalveerd. Ze zijn duur wegens de hoge materiaal- en machinekosten en de kleinere klassen die de leerlingen nodig hebben. Zo bedragen de materiaalkosten voor een Havo-leerling jaarlijks 300 gulden, tegen 800 tot 1.100 gulden voor een VBO-leerling. Bovendien kosten de machines tot 30.000 gulden en moeten ze ook onderhouden en vervangen worden.

In veel steden bieden twee of drie VBO-scholen dezelfde vakopleiding aan. Het ministerie van Onderwijs wees daarom de provinciebesturen aan om het schrappen van opleidingen per regio te coördineren. Men verwachtte dat scholen onderling richtingen zouden uitwisselen: twee noodlijdende opleidingen Motorvoertuigen samenvoegen tot één sterke op de ene school en de onrendabele afdelingen Metaal samenvoegen op de andere school, bijvoorbeeld.

Dit gebeurt niet of nauwelijks. Tot ongenoegen van staatssecretaris Adelmund sluiten scholen tot nu toe slechts 200 van de 1000 noodlijdende afdelingen. De reden daarvoor, zoals één directeur het uitdrukt: ,,Niemand amputeert zichzelf graag'. Waar ze wel sluiten, gaat dat vaak zonder overleg waardoor bijvoorbeeld scholen in een stad een opleiding wegvagen, zoals gebeurt met 'Motorvoertuigen' in Assen. En dan ontstaan de gewraakte `witte plekken'.

Gecombineerde opleidingen, op één school, zoals installektro (installatie-techniek en elektro), zijn daar het antwoord op, reageerde Adelmund gisteren. Maar de zwakste leerling, voor wie elektro of administratie al te theoretisch is, zal daar verzuipen, vreest rector Koster. Om nog maar te zwijgen van hun arbeidsperspectief: de werkgevers die nu vinden dat de nieuwe combinatie-opleiding neerkomt op water in de wijn, zegt C. Hoogendijk van MKB-Nederland. ,,De kloof tussen die kinderen en het bedrijfsleven wordt steeds groter.''