Vasari verbeeld

Wie vroeger kunstgeschiedenis ging studeren moest als bijvak Italiaans nemen. Je moest als kunsthistoricus in ieder geval wat uit Vasari hebben gelezen. In het origineel, want de terminologie is internationaal gemeengoed geworden. Een complete Nederlandse vertaling bestond ook niet. De Levens van Giorgio Vasari (1511-1574), over de kunstenaars van de Renaissance, zijn zeer invloedrijk geweest. De afgelopen jaren heeft Anthonie Kee onder redactie van historicus Henk van Veen een selectie uit de editie van 1568 vertaald, die enkele jaren geleden is gepubliceerd in twee paperbacks. Deze selectie is nu gebonden verschenen, rijk geïllustreerd en voorzien van de lelijkste stofkaft die ik ooit heb gezien.

Vasari beschouwde zijn eigen tijd in kunsthistorisch opzicht als eind- en hoogtepunt van een ontwikkeling die aan het begin van de veertiende eeuw bij Giotto was begonnen, met het afwerpen van de Byzantijnse stijl die in Italië van de elfde tot de veertiende eeuw geheerst had. Giotto (in Vasari's eerste periode) brak de Byzantijnse ban, Brunelleschi en Donatello (in zijn tweede periode) effenden het pad tot aan de top, Michelangelo en Rafaël (in de derde periode) maakten de kunst volmaakt.

Bestaat dat dan, volmaaktheid in de kunst? Iedere tijd vormt toch zijn esthetica? Vasari vond dat niet, hij leefde dan ook voor het onstaan van ons cultuurrelativisme. Voor ons zijn pre-Columbiaanse kunst, Jackson Pollock en Rafael allemaal `mooi' op hun manier. Vasari zou niet van pre-Columbiaanse kunst of van Pollock gehouden hebben. Maar het bijzondere van hem is dat hij er waarschijnlijk ook de neus niet voor opgehaald had. Want, ook al gaat hij er dan vanuit dat allen naar hetzelfde `kunstdoel' (voor hem is dat imitatie van de geïdealiseerde natuur) streven, hij doet voortdurend zijn best het streven van een kunstenaar te plaatsen binnen de beperkingen van de beschikbare middelen. Die tolerantie heeft hem de vader van de kunstgeschiedenis gemaakt. Vasari houdt van een goed verhaal, maar blijft altijd serieus en respectabel. Dat is grotendeels retorische strategie. Tijdgenoot en collega Benvenuto Cellini schetst een andere Vasari dan die we uit de Levens leren kennen: `In Rome had ik (i.e. Cellini) Vasari een poos te logeren gehad en toen geheel vrij gehouden. Hij had het hele huis op stelten gezet: daar hij aan een hinderlijk soort schurft leed, was hij gewoon zich met zijn handen te krabben en zo kwam het dat hij het been van Manno, een goede knecht van me die naast hem sliep, had opengekrabt omdat hij dacht dat hij zijn eigen been te pakken had; dat deed hij bovendien met smerige tengels waarvan hij nooit de nagels knipte. Manno nam zijn ontslag en wilde hem met alle geweld doodslaan; ik verzoende hen echter en bleef Vasari altijd helpen. De beloning die ik daarvoor kreeg, was dus Vasari's vuige roddel.'

Een moderne lezer moet bij Vasari op drie dingen letten: zijn geschiedsopvatting, zijn chronologie en zijn Florentijns cultuur-imperialisme. Vasari beschouwt zichzelf als een historicus in de antieke zin. De genres die hij in het bijzonder navolgt zijn biografie en historiografie. Voor Vasari en zijn antieke voorbeelden geldt als belangrijkste doel het stellen van een moreel voorbeeld. Veel informatie is dan ook geselecteerd en gemanipuleerd voor een hoger moreel of typologisch doel.

Ook Vasari's chronologie beantwoordt niet aan moderne normen. Naar analogie zowel van bijvoorbeeld het Christelijk chronologisch schema van voorloper-baanbreker-heiland (Adam-Moses-Christus) legt Vasari grote nadruk op de lijn Giotto-Masaccio-Michelangelo. Niet alleen is zo'n schema misleidend en geforceerd. Het impliceert ook dat Vasari in een kunstenaar als Giotto, die nog vroeg in de ontwikkeling staat, alleen geïnteresseerd lijkt pour besoin de la cause. Dat verklaart bijvoorbeeld dat hij als Giotto's meesterwerk een fresco-cyclus uit Rimini noemt die naar we nu weten onmogelijk door hem kan zijn geschilderd. Zulke dingen zijn voor Vasari minder belangrijk.

Ten slotte het Florentijns cultuurimperialisme. Antieke geschiedschrijving was per definitie patriottistisch en chauvinistisch. Vasari's Levens zijn dat ook: ze proclameren de lof van Florence en dat gaat ten koste van anderen. Titiaan bijvoorbeeld, gaat voor de bijl, omdat hij alleen maar goed in kleuren en niet in ontwerpen/tekenen is. Meesters als Giorgione en Palma excelleren volgens Vasari alleen maar in hun kleurgebruik omdat ze willen verbergen dat ze niet kunnen tekenen. Dit lijkt onrechtvaardig. Maar parochiale vooroordelen horen bij het genre. Vasari is ook soms ontroerend eerlijk. Voor een beroemd werk van de Florentijn Pontormo, die het zelfs in de ogen van Vasari te gortig maakte met zijn bizar maniërisme, merkt hij op: `Ik krijg niet de indruk dat Pontormo in dit werk enige regel van orde of perspectief in acht heeft genomen; in plaats daarvan is het hele werk vol naakten ... waarbij orde, ontwerp, inventie, coloriet en compositie zo zwaarmoedig zijn en de beschouwer zo weinig genoegen verschaffen, dat ik hierbij besluit - daar ik het zelf niet begrijp, terwijl ik toch een schilder ben - dat zij die het zien, zelf maar moeten oordelen'. Arme Vasari. Hij kan niet kiezen tussen goede smaak en chauvinisme.

Deze Nederlandse editie hinkt op twee gedachten. De vertaling is goed, maar die hadden we al. Het is nu van twee dingen één: òf je laat de tekst voor zichzelf spreken. Dat wil deze editie, getuige het gebrek aan noten, bibliografie en indices en de summierheid van de, op zich deskundige, inleiding. Maar dan hoef je ook niet te illustreren. Of je gaat Vasari toetsen, door middel van voornoemde hulpmiddelen en een overvloed aan illustraties. Vasari zelf verzorgde bewust een boek zonder illustraties: zijn tekst moest het visualiseren teweeg brengen, volgens goed retorisch principe. Uitgeverij Contact kiest toch voor illustraties. Maar de claim van de flaptekst dat de toegevoegde illustraties het mogelijk maken de door Vasari beschreven artistieke revolutie visueel te volgen en om het oordeel van Vasari over kunstenaars en werken als lezer zelf te toetsen klopt niet. Daarvoor zijn de verschillen van opvatting over biografie en geschiedschrijving tussen Vasari en onze tijd te groot. De keuze van die illustraties is willekeurig. Ook de kwaliteit van de platen wisselt sterk: de reproductie van het gewelf van Cimabue in Assisi doet de lezer opgelucht ademhalen dat zo'n monstrum eindelijk is ingestort tijdens de recente aardbeving. Dat doet de arme Cimabue onrecht.

Giorgio Vasari: De levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten. Gekozen en van een inleiding voorzien door Henk van Veen, vertaald door Anthonie Kee. Contact, 407 blz. ƒ89,90