Unilever lijdt onder kwartalenziekte

Unilever heeft last van de kwartalenziekte. De cijfers zijn niet zo slecht als ze lijken, meldde het concern. Het komt de komende maanden wel weer goed, was de voorspelling.

Unilever meldde gisteren over het eerste kwartaal van dit jaar 1 procent minder omzet en een winstdaling – in guldens, gemeten naar actuele wisselkoersen – van 6 procent. Het eerste kwartaal vorig jaar toonde nog een winststijging van 60 procent.

Toch waren de cijfers niet zo slecht als ze eruit zagen, werd vervolgens de boodschap van de Nederlands-Britse producent van levensmiddelen, wasmiddelen en cosmetica (jaaromzet 90 miljard gulden). Al voordat de financiële analisten van banken hun gebruikelijke gezamenlijke telefonische toelichting kregen, werden de belangrijkste persoonlijk opgebeld voor een oefening in damage control.

Unilever had gisteren last van de kwartalenziekte; een kwaal die meer bedrijven kennen die op veel markten actief zijn en daardoor tegen veel incidenten oplopen die het globale beeld tijdelijk vertekenen. Om die reden weigeren beursfondsen als bierbrouwer Heineken en Numico (speciaalvoeding) nog steeds kwartaalcijfers te publiceren. Zij beperken zich tot halfjaar- en jaarcijfers.

Kijk nooit naar een geïsoleerd kwartaal, is ook een standaard-boodschap van scheidend Unilever-voorzitter Morris Tabaksblat. En dat gold in het bijzonder voor het kwartaal van gisteren, zo kregen de analisten te horen.

Want een kopersstaking van Amerikaanse consumenten zorgde in januari weliswaar voor een forse omzetdaling in dressings, maar februari was beter, maart nog beter en april alweer op aanvaardbaar niveau. En de tegenvallers van de ijsfabriek in Brazilië, die Unilever eind 1997 voor 1,8 miljard gulden kocht, waren te vooral danken aan de slechte zomer, zeker in vergelijking met vorig jaar. Dat de verlaging van de ijsjesprijzen – om meer, ook armere Brazilianen tot ijs eten te verleiden – samenviel met de devaluatie van de Braziliaanse real, was een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Ook onvoorziene gevolgen van de crisis in Rusland – al erg genoeg door een halvering van de afzet van margarine en thee – zijn niet structureel. Russische handelaren exporteren, of `dumpen', nu laagwaardige spullen in Hongarije en andere Centraal-Europese landen en verpesten daarmee de markt voor de merkartikelen van Unilever.

De volumedaling in voeding (de helft van de omzet) op de belangrijke markten Europa en Noord-Amerika liet zich met dit soort incidenten verklaren. Bovendien mocht niet worden vergeten dat het uitzonderlijke goede eerste kwartaal van 1998 niet alleen een dag meer telde, maar ook allerlei andere meevallers.

Beleggers geloofden het verhaal niet helemaal. 's Ochtends, voor de toelichting, steeg de koers van het aandeel nog ruim één procent. 's Middags, na de uitleg aan analisten, daalde de koers uiteindelijk met 1,4 procent tot een slot van 64,80 euro.

In de eerste vier maanden van dit jaar is de koers daarmee met zo'n 14 procent gedaald, in lijn met een groot aantal andere producenten van fast moving consumer goods (snellopende gebruiksartikelen).

Eerst stond de koers van Unilever onder druk van winstwaarschuwingen of tegenvallende groeicijfers bij voedingsfondsen als Nestlé (koffie, chocola, ijs), Kellogg (ontbijtgranen), Procter & Gamble (wasmiddelen, luiers, cosmetica) en Coca-Cola (frisdrank). Vervolgens merkte de hele sector dat beleggers zich op andere bedrijfstakken gingen richten.

Na de grillige koersbewegingen vorig jaar kregen beleggers grote waardering voor de degelijke voedingsindustrie, vertelt analist Gerard Rijk van ING Barings. Maar sinds oktober herstelt het vertrouwen in de risicovollere technologie-fondsen zich en sinds begin deze maand kiezen beleggers zelfs weer voor cyclische bedrijfstakken als chemie en transport. Hoewel de koers/winstverhouding van Unilever nog steeds zo'n 10 procent boven het gemiddelde van de beursfondsen ligt is volgens Rijk ,,de vluchthavenfunctie'' voorbij.''