Simpele stukken Duke Ellington swingen het best

Het was in Den Haag dat Duke Ellington 66 jaar geleden zijn Nederlandse debuut maakte, op 25 juli 1933 om precies te zijn in het Scheveningse Kurhaus. Dus was het passend dat het in Den Haag werd gevierd dat deze componist/bandleider exact honderd jaar geleden werd geboren in Washington, D.C. Ter wereld komen in een hoofdstad, een adellijke titel als bijnaam krijgen, herdacht worden in een hofstad en dat ook nog op `Koninginnenach'; Edward Kennedy Ellington zou het, statusgevoelig als hij was, allemaal zelf bedacht kunnen hebben. Maar dan natuurlijk wel met Koningin Beatrix erbij plus de rest van onze adel waardoor de Dr. A. Philipszaal toch nog goed gevuld zou zijn geraakt. Nu waren er zelfs in het afgeschermde deel van de zaal nog plaatsen leeg.

Voor de akoestiek was dat echter niet nadelig, zo bleek tijdens het optreden van het trio van pianist Michiel Borstlap waarbij zelfs het lichtste veegje van drummer Hans Eijkenaar te horen was. Het trio, met Anton Drukker op contrabas, speelde een uitgewogen set waarin slechts één stuk met Ellington te maken had, een zeer `laid back' gespeelde versie van de blues `Things ain't what they used to be'.

Met het laatste stuk maakte ook de Big Band van het Koninklijk Conservatorium onder leiding van John Ruocco zijn entree. Deze studentenband met maar liefst zes rieten sprong met zevenmijlslaarzen door vijftig jaar Ellington en nam daarbij flinke risico's door ook stukken te spelen die de maestro destijds schreef voor bepaalde solisten.

Dat de stand-ins voor violist Ray Nance en trompettist Cootie Williams het er beter van afbrachten dan die voor Duke Ellington de pianist was ongetwijfeld te danken aan het feit dat de eerste twee vertrouwden op hun oren en de laatste op het papier voor zijn neus. Dat de band als geheel in het snelle, bijna zap-achtige `Rockin'in Rhythm' rakelings langs de afgrond raasde, maakte het alleen maar extra spannend.

Dat die spanning bij de full profs van het Dutch Jazz Orchestra onder leiding van Jerry van Rooijen niet terugkwam, had twee oorzaken. De toespraakjes van Ellington-researcher Walter van de Leur waren of te huishoudelijk van aard – ,,de parkeergarage gaat om drie uur dicht'' – ofwel veel en veel te dik. Van een dikheid die ook kleefde aan de muziek die het karakter van dit concert bepaalde. Het uit 1950 stammende en nog nooit compleet gespeelde arrangement van `Mood Indigo' – ,,wereldpremière!'' – duurde wel veel langer dan de 78-toeren versie van twintig jaar eerder maar was zeker niet beter.

Ook het feit dat Ellingtons in '56 geschreven `Newport Jazz Festival Suite' daarna bijna vergeten was, zoals Van der Leur wist te melden, bleek absoluut geen historisch onrecht. Dat hij om zijn band aan de gang te houden een handvol vondsten met veel solo's opblies tot een klein half uur – hij had net als Willem Breuker altijd haast – was vergeeflijk, maar waarom dat anno 1999 nog eens overdoen en presenteren als een verzonken, kostbare schat?

In simpele stukken als `Take the A-Train' en `It don't mean a Thing...' klonk het Dutch Jazz Orchestra afgelopen nacht veel overtuigender. Doe maar gewoon, dan swing je beter, zo was het destijds ook bij Duke Ellington tot die zijn eerste lintje kreeg.

Concert: Het Michiel Borstlap Trio, de Big Band Koninklijk Conservatorium en het Dutch Jazz Orchestra. Gehoord: 29/4, Dr. A. Philipszaal, Den Haag. Verder: Michiel Borstlap vanavond in het BIMhuis, Amsterdam; het Dutch Jazz Orchestra, 29/5, Meer Jazz Festival, Hoofddorp.