Schatgravers met de detector

Bij iedere opgebroken weg, bouwput en omgeploegde akker zijn ze te vinden: mannen met rubberlaarzen die stapje voor stapje de bodem afspeuren terwijl de schotel van hun metaaldetector zo'n twintig centimeter boven de grond heen en weer wiegt. Getik in de koptelefoons en uitslaande wijzers op het paneel van de detector doen hen grijpen naar schop of spade. Vaak bestaat de oogst slechts uit blikjes, bierdoppen of, in minder fortuinlijke gevallen, granaathulzen of ander gevaarlijk oorlogstuig. Maar met zekere regelmaat brengen de zoekers vondsten met archeologische en financiële waarde boven de grond. Deze belanden, na aanmelding bij de Rijksdienst Bodemkundig Onderzoek of het dichtstbijzijnde historische museum, in de vitrine thuis. Op de tentoonstelling Schatten onder de schotel in het Arnhemse Burgerweeshuis zijn ongeveer duizend voorwerpen bijeen gebracht uit deze persoonlijke collecties van Nederlandse amateurarcheologen.

De tentoonstelling geeft een chronologisch overzicht van vondsten die dateren uit de Bronstijd tot ongeveer halverwege de negentiende eeuw. Tot de oudste stukken behoren voornamelijk bijlen, een zeer gave en fijntjes bewerkt offermes en mantelspelden in allerlei vormen en maten. Het aantal voorwerpen uit de tijd van de Romeinse bezetting van zuidelijk Nederland (50 voor Christus tot 400 AD) is veel groter dan uit de Bronstijd. De Romeinen bouwden rond de eeuwwisseling een fort in Vechten, dat als uitvalsbasis diende voor de verdere uitbreiding van hun rijk tot aan de Elbe. De troepen die er gelegerd waren, introduceerden hier tal van metalen gebruiks- en siervoorwerpen. Allerlei objecten, van breekbaar ogende epileertangetjes en bronzen schrijfstiften tot schakelkettingen van bijna een halve meter lengte en robuuste sleutels met baarden als miniatuurkantelen, zijn rondom de voormalige legerplaats gevonden.

In de middeleeuwen waren vooral zilveren en gouden voorwerpen populair als statussymbolen. Een zevende-eeuwse Friese mantelspeld van zilver en goud ingelegd met almandijn behoort tot de topstukken uit deze tijd. Het onderste gedeelte van dit sieraad lag al jaren in het Fries Museum voordat het bijpassende bovenstuk werd gevonden door een detectoramateur. De meeste hangers en spelden uit die tijd zijn een stuk simpeler van ontwerp en zijn vaak versierd met afbeeldingen van dieren of heidense goden als Wodan, Odin of Donar. Kruizen en pelgrimsinsignes met gedetailleerde afbeeldingen van de heiligen Sinte Barbara, Sint Maarten en Johannes de Doper domineerden in de late middeleeuwen.

Onder de jongste vondsten bevinden zich vooral gebruiksvoorwerpen. Messing tapkranen, loden blokgewichten en een vetspoor, een voetbeugel waarmee men over een walvis kon lopen om hem uit elkaar te snijden, zijn illustratief voor de ontwikkeling die Nederland in de afgelopen vier eeuwen op het gebied van handel en nijverheid onderging. Ook typisch voor deze periode is het kinderspeelgoed dat werd gemaakt met tin uit de mijnen van het Engelse Cornwall. Niet alleen rammelaars en bikkels maar ook miniatuur stoeltjes, kruiwagens en keukengerei zijn ruim vertegenwoordigd.

Op de Arnhemse tentoonstelling ontbreken uiteraard ook niet de munten die de hoofdmoot van iedere privé-collectie vormen. Van Keltische `regenboogschotels' tot een in Buren gevonden Arabische munt uit de negende eeuw en een minuscule gouden herinneringspenning van J.F. Kennedy uit 1965 zijn opgediept uit de Hollandse klei. De schatvondst van vijftig zilveren munten in een steengoedkan uit de late zestiende eeuw geldt voor particuliere schatzoekers natuurlijk als de absolute jackpot.

Tentoonstelling: Schatten onder de schotel. In: Historisch Museum Het Burgerweeshuis, Arnhem. T/m 31/5. Open: di-vr 10-17u, za en zo 11-17u. Inl. (026) 442 69 00.