Rokerige meligheid

,,Kom je uit Rotterdam?'', vraagt presentator Jörgen Raymann één van de mensen in de zaal. ,,Nee? O gelukkig, dan hoef ik voor jou niet bang te zijn.'' Zijn kogelvrije vest gaat uit. Eronder draagt hij een uitbundige Chinese drakenblouse.

De Rotterdamse discotheek Nighttown staat vol ronde tafeltjes. Het is snikheet en afgeladen vol bij de opnames van de eerste aflevering van The Comedy Factory, een nieuw stand-up comedy programma van de NPS. In negen wekelijkse uitzendingen mogen telkens drie `stand-up comedians uit binnen- en buitenland' hun kunsten vertonen. Op de trappen en langs de balustrades klinkt lang voordat de opname officieel begonnen is opgetogen gegniffel. Raymann hoeft zijn neus maar om de hoek te steken. Het publiek, overwegend Surinamers, is voor hem gekomen.

In Suriname is Raymann al lang een ster, nu verovert hij met zijn lepe kop binnen de kortste keren Nederland. Raymann doorspekt zijn aankondigingen met actuele grappen. Het is vooral de vaart waarmee hij de rampen van de laatste tijd opsomt, die het om te lachen maakt. Hij noemt Kosovo en de Bijlmerramp-enquete – `maar dat de Bijlmer een ramp is, wist ik al' – en komt steeds terug op de breuk tussen Gert en Hermien. Gert zet door, aldus Raymann, als `The Artist formally known as Gert'.

Met stampend enthousiasme worden de drie Britse comedians, waarvan bijna niemand in de zaal ooit eerder gehoord heeft, binnengehaald. Roger Monkhouse, Stephen K. Amos en John Fealy zijn in eigen land bekend en geliefd en runnen hun eigen comedy-clubs. De vaak flauwe clous van hun grappen vuren ze rechtstreeks af op de toehoorders. Er is veel interactie tussen de performers en het publiek, bijna alsof het toeval is dat iemand een microfoon greep en op het podium klom. Ze grappen over minirokken en borsten, over voetbal en natuurlijk over die gekke Hollanders, met hun fietsen, hun gelegaliseerde `smokey-smokey' en hun `Queens day'.

John Fealy slentert met een blikje bier in de hand het podium op. Hij heeft een zwart ringbaardje en grote ronde ogen. ,,Weten jullie wel dat jullie de meeste vakanties hebben van iedereen in Europa?'' En al die vrije dagen zijn niets meer dan een excuus om de winkels te sluiten. Hij doet na hoe Jezus, ten hemel varend, nog even omlaag blikte en met een vermanend vingertje zei: ,,Don't forget to shut the shops down.'' Vijf jaar geleden was Fealy ook rond deze tijd in Nederland. Koninginnedag werd toen verplaatst van zondag naar zaterdag (om de winkels te kunnen sluiten, aldus Fealy). Hij vond dat zielig voor Juliana, die hij speelt als een soort verwezen Teletubbie. ,,Ooh, ik ben jarig, ik mag jenever'', zou ze gezegd hebben, waarna de hofhouding snauwde: ,,Jarig? Dat was gisteren.''

Het is de vraag of de uitgelaten sfeer in Nighttown overslaat op de achteloos zappende tv-kijker, die thuis vermoeid op de bank hangt. Stand-up comedy is bij uitstek een kunstvorm om in groepsverband, in een rokerig zaaltje en met de nodige alcohol, te beleven. Veel van de met verve te berde gebrachte geestigheden vragen om een zorgvuldig opgebouwde meligheid.

Toch zijn de drie uit Engeland, `the formal home of football hooligans', afkomstige comedians in de eerste aflevering van The Comedy Factory de moeite waard. Al was het alleen maar om Roger Monkhouse die Benny Hill nadoet of om de briljante imitatie door Stephen K. Amos van een `Big Mama' in de show van Jerry Springer. ,,You know I loooove you, honey'', zegt ze met wiebelend hoofd op een strakke nek. ,,I've never lied to you, but, I am a man.''

The Comedy Factory, Ned.3, 21.23-22.00u.