Pijnlijke Kamervragen en kritiek

Na kritiek van haar lid Van den Doel heeft de parlementaire enquêtecommissie Bijlmerramp de gelederen weer gesloten. Nu liggen er honderden Kamervragen.

Met grote moeite is de parlementaire enquêtecommissie, die de Bijlmerramp heeft onderzocht, er gisteren in geslaagd de rijen weer te sluiten. Althans voor de buitenwereld. In een summiere schriftelijke mededeling voor de pers verklaarde de commissie dat haar lid Van den Doel (VVD) geen afstand neemt van het eindrapport ondanks kritiek die hij daags tevoren had laten horen. Zelfs de anders zo spraakzame voorzitter Meijer zag na spoedberaad af van nadere mondelinge toelichtingen, kennelijk bevreesd dat hij daarmee de toch al zo broze eenheid weer in gevaar zou brengen.

Van den Doels kritiek trof de commissie in het hart. In plaats van de rol van aanklager kreeg ze plotseling die van aangeklaagde opgedrongen, en dat bovendien uit eigen kring. De VVD'er had woensdag bij terugkeer van een werkbezoek aan Noorwegen verklaard dat hij vond dat de commissie begin februari eerder had moeten proberen de onrust weg te nemen, die was ontstaan door een onthulling over de lading van het verongelukte El Al-toestel. Uit een tot dan onbekende tape bleek dat El Al de luchtverkeersleiding al op de avond van 4 oktober 1992 had verteld dat de lading bestond uit explosieven en giftige stoffen. De verkeersleiders besloten daarop dit nieuws ,,onder de pet te houden''.

De onthulling leidde tot veel commotie in het land. Pas twee weken later toonde de commissie aan dat de El Al-man zich vergist had, al waren hiervoor al meteen na de onthulling aanwijzingen gekomen. Voorts zei Van den Doel woensdag dat hij zich stoorde aan de gretigheid waarmee zijn collega's de afgelopen dagen de publiciteit hebben gezocht.

De kritiek van Van den Doel richtte zich dus juist niet op zaken die in het eindrapport stonden. Daarin stipt de commissie immers slechts in het voorbijgaan aan dat er in februari onrust door de tape was ontstaan, zonder in te gaan op de vraag of die wellicht sneller de kop had kunnen worden ingedrukt. Ook in de persverklaring van gisteren omzeilt de commissie die belangrijke vraag. Meijer zelf heeft overigens vorige week toegegeven dat er al meteen na de onthulling aanwijzingen waren dat de informatie niet klopte.

De vragen over de onrust door de tape blijven pijnlijk voor de enquêtecommissie. Was immers niet een van de voornaamste verwijten in haar eindrapport dat opeenvolgende kabinetten en ministers niet tijdig hadden gereageerd op de maatschappelijke onrust? De commissie is er voorlopig nog niet van af. Uit de vele honderden vragen over het eindrapport, die de Tweede kamerfracties gisteren hebben ingeleverd, blijkt dat onder meer de PvdA, VVD, D66 en GroenLinks willen weten van de commissie of de onrust niet eerder had kunnen worden onderdrukt.

Van den Doels partijgenoten van de VVD gaan zelfs nog een stap verder. Zij wensen opheldering van Meijer en de zijnen over berichten dat door de onrust over de tape circa 400 extra mensen zich meldden bij artsen met problemen die verband zouden hebben gehouden met de ramp in de Bijlmermeer. Ook deze vraag brengt de commissie in ernstige verlegenheid, omdat zij zelf immers minister Borst (Volksgezondheid) verwijt dat ze niet adequaat heeft gereageerd op de maatschappelijke onrust rond de Bijlmerramp. Daardoor zou het aantal gezondheidsklachten in de jaren na 1995 onnodig zijn toegenomen.

Alle fracties wensen opheldering van de commissie over haar bewering dat er een relatie bestaat tussen de ramp en de gezondheidsklachten. Ze laten met hun vragen blijken dat ze de onderbouwing van de commissie in het eindrapport hiervoor aan de magere kant vinden.

Ook wensen alle partijen nadere uitleg van de enquêtecommissie over het politiek geladen verwijt dat het kabinet de Tweede Kamer `onduidelijk', `onvolledig', `ontijdig' of `onjuist' heeft ingelicht. Het aantal keren dat dit door de jaren heen voorkwam, bestempelt de commissie in haar eindconclusies als ,,te groot''. Ook over deze kwalificatie verlangen de fracties een nauwkeurige uitleg.

Premier Kok, die vorige week al een paar uur na verschijning van het eindrapport als eerste kritische kanttekeningen plaatste, heeft zijn verbazing geuit over de ophef die zijn woorden veroorzaakten. Kok zei gisteren niet te begrijpen dat ,,men de conclusie heeft getrokken dat mijn woorden getuigen van een gebrek aan respect voor de Tweede Kamer.''

,,Die verklaring was inderdaad vrij snel'', zei Kok, maar hij was in staat eerst het hele rapport te lezen of te laten lezen. Kok zou die dag vertrekken naar Washington voor een NAVO-bijeenkomst. ,,Ik had de kwalificaties van de media wel eens willen horen als ik niet direct had gereageerd.''