Meermin in de middeleeuwen

In het vierde boek van Julia Blackburn, die langzamerhand overal opgemerkt wordt, is de vertelster een vrouw die over een verloren liefde probeert heen te komen aan de Engelse Noordzeekust, dwalend door een stil dorpje en over het strand. Zij hoeft er na verloop van tijd niet eens lijfelijk heen te gaan, zo leeft de omgeving in haar verbeelding; en dan in een koude februarinacht springt die verbeelding zes eeuwen terug en heeft zij het dorp om zich heen zoals het in 1410 was.

Zij is in dat verleden niet meer dezelfde ongelukkige vrouw van nu. Zij is vrijzwevende verbeelding geworden, en hoewel zij af en toe iets vraagt aan de dorpelingen en wel eens opheldering krijgt, is het onwaarschijnlijk dat die hun bezoekster uit de toekomst kunnen onderscheiden. Voor de lezer is er geen twijfel aan dat zij bestaat, want zij vertelt als ik-figuur wat er gebeurt en hoe zij de mensen vergezelt; de middeleeuwers merken het niet.

Het duurt enige tientallen pagina's voor de lezer zich met deze verhouding vetrouwd heeft gemaakt. Daarna is het vreemde eraan voornamelijk nog die afstand van zeshonderd jaar. Julia Blackburns vertelster verzint een verhaal waarin een stuk of tien van de dorpelingen hoofdrollen vervullen. Daarmee komt er nog geen gewone roman van die de lezer verleidt om zich in de middeleeuwse wereld te verplaatsen. De lezer blijft aan de zijde van de tweede ik staan en leeft mee bij het verzinnen van wat zich gaat afspelen.

Het verhaal dat de vertelster aanbiedt heeft een rauw donker middeleeuws karakter. Er spoelt een meermin aan op het strand, er doen zich een paar verontrustende sterfgevallen voor, de lepralijder van de titel verschijnt in het dorp, de priester wordt door hem beïnvloed, en zo kan het gebeuren dat een groep uit het dorp besluit naar het Heilige Land te reizen. Eerst naar Zierikzee, dan langs de Rijn, over de Alpen naar Venetië en weer per schip via Kreta naar Jaffa, vanwaar zij nog een barre wandeling moeten maken om Jeruzalem te bereiken.

De religieuze motivering van de pelgrims komt nauwelijks ter sprake. Zij reizen naar het Heilige Land zoals een ontkerstende twintigste-eeuwer een wereldreis zou ondernemen: om iets van hun leven te maken. Wel moeten zij ongemakken en verschrikkingen doorstaan die de moderne reiziger niet kent, en daar leeft Julia Blackburn haar vertelkunst op uit. Een dagenlange storm op de Adriatische Zee en een windstilte waardoor zij bijna gesmoord worden bij Kreta zijn hun zwaarste avonturen; verder gaat er ook geen bladzijde voorbij zonder verwondering of ontsteltenis. Als het reisdoel bijna bereikt is komen er razende bedoeïnen schreeuwend van de bergen af; alleen de ezels van de pelgrims schrikken er niet van, maar het blijken geen kwade kerels te zijn, zij stelen alleen een hoed en een wandelstok en stuiven de bergen weer op. Later zien de pelgrims van de weg af hun kamp, waar de kinderen in het stof spelen en de gestolen hoed aan een dorre tak hangt.

Blackburn is geen toegewijde mediaeviste, al heeft zij heel wat historische gegevens opgepikt. Wat haar ter harte gaat is iets anders dan de waarheid van het verleden. Het is de waarheid van een vrouw die de druk van haar intieme leven van zich afzet door in haar verbeelding een andere wereld op te roepen. Aan het slot deelt zij mee dat het gelukt is. Het dorp aan zee doet zich anders voor wanneer de vertelster het weer bezoekt, en `I am a different person now to the one I was then.'

Wat Julia Blackburn bereikt met haar roman is dat de verbeelding van de lezer geopend en verkwikt wordt zoals maar zelden voorkomt. Ik kende van haar alleen The Book of Colour uit 1994, ook een verbluffend werk, moeilijker om in door te dringen dan dit nieuwe boek. Zij lijkt toegankelijker geworden, en nog vlugger in het beschrijven van zowel kleine waarnemingen als grote rampen. Wie na het lezen het boek nog eens doorkijkt zal op iedere pagina constateren dat wat er staat, hoewel nu enigszins vertrouwd, minstens even verwonderlijk klinkt als de eerste keer.

Julia Blackburn: The Leper's Companions. Jonathan Cape, 216 blz. ƒ51,10. Vertaald als De melaatse en zijn metgezellen door Martine Vosmaer, Contact, 143 blz. ƒ34,90