Lintjesregen

M'n journalistieke hart sprong open, toen ik gisteren in de categorie Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen de naam aantrof van Thomas Lepeltak. De koningin heeft hem in het kader van de lintjesregen geslagen tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Thomas Lepeltak, alias Stan Huygens, auteur van het Stan Huygens Journaal in De Telegraaf, lees ik bijna elke dag.

Het Stan Huygens Journaal is zo'n rubriek waarvan je denkt: toch even kijken. Party's in de hogere kringen, ik word er nooit voor uitgenodigd, maar Stan Huygens is er altijd bij. Erg mooie namen kom je er in tegen, want Stan Huygens zal nooit onvermeld laten dat Willem baron Bentinck van Schoonhoven en diens echtgenote barones Corinne ergens aanwezig waren. De aanwezigen hebben volgens de bijgevoegde foto's meestal een glas wijn in de hand. En dat is niet zomaar een glas wijn, maar een goed glas wijn.

In dit land, waar de moraal wordt beheerst door cabaretiers, lijkt het mij volkomen logisch dat Stan Huygens koninklijk wordt onderscheiden voor zijn journalistieke arbeid. Geri Eickhoff doet in Belgrado misschien gevaarlijker werk, maar sinds die zich heeft getooid met het anti-NATO-symbool komt hij natuurlijk niet meer in aanmerking voor een lintje.

Het is trouwens helemaal geen onaardige man, die Lepeltak. Een happer in het Holland House, een Pinot Gris-drinker in het Scheveningse Kurhaus. Een enkele keer zie ik hem in cafés die in zijn eigen milieu als `links' worden omschreven. Hij komt er graag, niet om te provoceren, maar om even weg te wezen bij De Telegraaf. Dat de wijnen in die linkse cafés meestal van inferieure kwaliteit zijn, schijnt hem niet te deren.

Vannacht had ik een akelige droom. Ik droomde dat het eind 1943 was. Ik zat achter een bureau, toen er een hoge militair binnenkwam. Hij sprak gedistingeerd Engels, waaruit ik opmaakte dat ik mij in een Londens regeringsgebouw bevond. Hij legde een grote map voor mij neer en toen ik die openmaakte, zag ik dat er foto's in zaten van vernietigingskampen.

,,Wij moeten onmiddellijk de toegangswegen tot die kampen bombarderen'', zei ik geschokt. ,,Verwoest alle spoorlijnen die er naartoe lopen''.

,,Impossible'', antwoordde de hoge militair met een stiff upperlip, ,,op dit ogenblik wordt in de Royal Opera Hall voor duizenden mensen een concert gehouden waarop het lied `Stop the Firing!' ten gehore wordt gebracht. En nu heeft Churchill onder druk van de publieke opinie besloten aan deze oproep gehoor te geven. Hij heeft alle bombardementen opgeschort en Hitler aan de onderhandelingstafel uitgenodigd. Daarom kunnen wij voorlopig niets doen''.

Ik keek naar de foto's die voor mij op het bureau lagen en barstte in huilen uit. ,,Hoe cynisch'', hoorde ik de hoge militair met minachting mompelen. Hij salueerde, draaide zich om en verliet de kamer met een klap van de deur. Op dat moment werd ik wakker. Waar was ik? O ja, gewoon thuis. Voor mij lag De Telegraaf open op de pagina van het Stan Huygens Journaal. Onderaan de rubriek vond ik een zoetgetekende cartoon van twee verliefde gnomen. Zegt de vrouwtjes-gnoom tegen de mannetjes-gnoom: ,,Liefde is samen ruzie kunnen maken''.

Helemaal mee eens! Ik zie nu ook dat de hele pagina volstaat met scheurkalenderwijsheden. ,,De vrouw is als uw schaduw'', lees ik, ,,Volg haar en zij ontvlucht u. Ontvlucht haar en zij volgt u''. Mijn ogen blijven nu haken aan een verslagje van een wijnproeverij. ,,In de donkere gewelven van Sur le Chemin des Vignes, een voormalige champignonkwekerij in de Issy les Moulineaux, een oud wijngebied ten Zuiden van Parijs, worden de nieuwe wijnkaarten van de Mercury-hotels ten doop gehouden.''

Het gaat er daar in Issy les Moulineaux heftig aan toe. Wijnmeisjes nodigen het publiek uit om te proeven en een jongeman ,,met een gekke warrige pruik, slechts `gekleed' in een regenton'' huppelt tussen de genodigden. Uit de mist van de pagina doemt weer een scheurkalenderwijsheid op, die zegt: ,,Een wijnstok draagt drie trossen. De eerste van genot, de tweede van dronkenschap en de derde van berouw''.

Ja, journalistiek is een gevaarlijk beroep, dat men niet genoeg koninklijk kan onderscheiden.