Jakarta stopt het transmigratiebeleid

Indonesië stopt met zijn transmigratiebeleid, door velen beschouwd als de oorzaak van etnische conflicten in het land. Transmigratie spoort ook niet met het nieuwe autonomiebeleid voor de regio's.

Indonesië zal op korte termijn stoppen met het verhuizen van mensen uit dichtbevolkte eilanden naar dunbevolkte provincies in Kalimantan of Irian Jaya. Dit zogeheten transmigratiebeleid, door velen geassocieerd met de economische en culturele overheersing van andere Indonesische volkeren door de Javanen, is deze week failliet verklaard door de minister van Transmigratie zelf, luitenant generaal Hendropriyono. De minister wil zijn departement, volgens een bericht in de Indonesian Observer, omdopen tot het ministerie van Evenwichtige Verdeling van Binnenlandse Ontwikkeling.

De afgelopen maanden zijn bij etnische conflicten in zogeheten transmigratiegebieden vele honderden doden gevallen, terwijl West-Kalimantan en de Molukken door het geweld ernstig zijn ontwricht en tienduizenden mensen op de vlucht zijn geslagen. ,,Vroeger waren er specifieke gebieden waar de transmigranten vandaan gezonden werden, bekend onder de codenaam Jambal: Java, Madura, Bali, Lombok'', aldus Hendropriyono. ,,Nu zijn alle regio's uitzenders en ontvangers van mensen, daarom is de naam ministerie van Transmigratie niet meer passend.'' Van de naar schatting 210 miljoen Indonesiërs wonen er 120 miljoen op Java. Sumatra telt 20 miljoen inwoners en de rest van de bevolking leeft verspreid over de andere eilanden van de uitgestrekte archipel.

De andere reden voor afschaffing van het transmigratiebeleid is dat dit niet meer spoort met nieuwe wetgeving op het gebied van regionale autonomie, die vorige week werd aangenomen in het parlement. Een wet geeft provincies meer invloed op lokale ontwikkelingsprojecten, terwijl een nieuwe financiële verhoudingswet regelt dat provincies een groter deel ontvangen van de opbrengsten van deze projecten. Zo zullen lokale overheden in het vervolg 80 procent van de belastingopbrengst uit de mijnbouwsector zelf mogen behouden, 15 procent uit de winning van aardolie, en 90 procent van de inkomsten uit land- en vastgoedbelastingen.

De nieuwe regelgeving wordt gezien als een poging van de regering Habibie om tegemoet te komen aan het provinciaal ongenoegen over het afromen door Jakarta van opbrengsten uit natuurlijke hulpbronnen. In de olie-provincies Atjeh en Riau, in Noord-Sumatra, heeft dat zelfs aanleiding gegeven tot een koor van separatistische geluiden, net als in het mineraalrijke Irian Jaya in het uiterste oosten van Indonesië.

De angst voor desintegratie van het eilandenrijk wordt echter vooral gevoed door de sterk opgelopen tegenstellingen op religieus, etnisch en economisch gebied. Op dit moment komen op de Molukken nog bijna dagelijks mensen om het leven bij botsingen tussen christenen en moslims. In Sambas, in West-Kalimantan, zijn naar schatting 10.000 Madoerezen ontheemd na een geweldsexplosie in maart tussen moslims en de overwegend christelijke lokale Dayak-bevolking.

Het transmigratiebeleid, dat ervoor zorgt dat mensen met verschillende godsdiensten en culturen plotseling buren worden, wordt door velen gezien als de oorzaak van dat geweld. Transmigranten krijgen van de overheid geld, land en voorzieningen om het land te bebouwen. Dat zou leiden tot afgunst bij de lokale bevolking die al die voordelen niet geniet. Om die afgunst tegen te gaan, biedt de regering sinds een aantal jaren ook de mogelijkheid aan de lokale bevolking om zich te vestigen in officiële transmigratiegebieden. Volgens cijfers van het ministerie van Transmigratie werden vorig jaar bijna 70.000 mensen overgebracht naar projecten in Irian Jaya, Kalimantan en Sulawesi. Van hen waren er 28.000 afkomstig uit die provincies zelf.

Het transmigratiebeleid van de Indonesische overheid is een erfenis van het voormalige Nederlandse koloniale bestuur. Nederland begon in 1905 met het `in cultuur brengen' van de buitengewesten door arbeidskrachten vanuit Java daar heen over te brengen. Tot 1942 verhuisden in het kader van dit `kolonisatiebeleid' ruim 230.000 Javanen naar andere delen van de archipel.

Volgens de antropoloog dr. Parsudi Suparlan, specialist op het gebied van transmigratievraagstukken, kreeg transmigratie onder de Nieuwe Orde van oud-president Soeharto een meerledig doel: het laten afnemen van de bevolkingsdruk op Java, de evenwichtige ontwikkeling van het land door de verspreiding van Javaanse vaardigheden op het gebied van landbouw en economie, en juist de bevordering van de sociale cohesie. Bovendien was er soms, vooral in grensgebieden op Borneo en Irian, ook een strategisch doel: het beveiligen van de landsgrenzen.

Professor Suparlan erkent dat dit beleid heeft gefaald: ondanks de transmigratie blijft de bevolking op Java groeien door toevloed van mensen uit andere eilanden. Het verspreiden van kennis gebeurt onvoldoende omdat alleen ongeletterde Javaanse landarbeiders worden uitgezonden, die slechts verstand hebben van het aanleggen van sawah's onder condities zoals die op Java zijn. Is de grondsoort afwijkend, dan mislukt het project meestal en vertrekken de transmigranten weer.

Volgens Suparlan is de alles overheersende corruptie op het ministerie van Transmigratie de belangrijkste oorzaak van het falen. ,,Op zichzelf geloof ik nog steeds in de doelstellingen, maar door de gebrekkige uitvoering ervan werkt het beleid averechts. Geld is er genoeg, maar fondsen lekken weg omdat functionarissen er in ons land van uitgaan dat zij er niet zijn voor het systeem, maar dat het systeem er is voor hen.''

Suparlan gelooft niet dat door overheid gereguleerde transmigratie leidt tot etnische en religieuze spanningen die de eenheid van zijn land bedreigen. De recente geweldsuitbarstingen zijn volgens hem juist het gevolg van `wilde' transmigratie, die op grote schaal plaats vindt. Suparlan: ,,In plaats van zijn ministerie op te heffen, zou minister Hendropriyono dat probleem moeten aanpakken.''