Ik ben gekozen om mijn lange benen

Diep gedecolleteerd verschenen ze vorig jaar bij de selectie voor de Nederlandse versie van de musical `Chicago', in de hoop ontdekt te worden. Na een lange afvalrace is op 9 mei de première.

`Five, six, seven, eight!'

Februari 1998. Het is een schelle morgen in Amsterdam-West als de afvalrace gaat beginnen. Ruim honderd jonge vrouwen en mannen in repetitiekleding drommen en roezemoezen in de gang naar de studio. De spieren koud, de stembanden schor op het vroege uur, haastige voorbereidingen ten spijt. Hier een paar extra beenwarmers, een sweatshirt van een vorige show en voor alle zekerheid toch maar hoog gehakt en diep gedecolleteerd. Daar knikjes van herkenning, een paar woorden over eerdere ervaringen en steelse blikken over en weer.

Auditie doen. Een meedogenloze regisseur oordeelt met zijn team vanuit een donkere zaal over een paar maten zang, een danssequentie, een korte tekst. Voordat de kandidaat zijn vrees de baas is, roept hij: `U hoort nog van ons. De volgende!' Je mag van geluk spreken als ze je vragen je resumé-met-foto achter te laten. Sinds de kas- en recordkraker A Chorus Line de onverbiddelijke selectiemethode aanschouwelijk en invoelbaar maakte voor een groot publiek, is de musicalauditie geen onbekend verschijnsel meer.

Maar gaat het in Nederland net zo als in Amerika en Engeland, waar een lange music hall-traditie de bedding vormt voor een immens arsenaal aan uitstekend getrainde allrounders? De opkomst voor de auditie van Chicago bewijst in elk geval dat de stijgende vraag naar musicalpersoneel een enorm aanbod heeft gecreëerd.

De kans op een rol is miniem, vandaag. Chicago, de sardonische musicaladaptatie van Bob Fosse, John Kander en Fred Ebb die meer dan twintig jaar na haar ontstaan een tweede, dit keer gelauwerd leven is gaan leiden in New York en Londen, behoeft naast de zes hoofd- en bijrollen slechts een beperkt ensemble. Zes vrouwen en zeven mannen, plus drie swings, zoals de invallers in deze theaterdiscipline heten.

,,Voor Funny Girl werd ik aangenomen op mijn lange benen. Veel meer was er ook niet nodig. Ik was negen maanden lang een levend rekwisiet'', vertelt Frédérique Sluyterman van Loo naderhand. ,,Het gaf toen niet, het was mijn eerste musical en ik heb er toch plezier aan beleefd.'' Ze is 34. Een leeftijd dat Chicago de laatste mogelijkheid zou kunnen zijn voor een goede rol.

Na een korte introductie van het artistieke team achter de tafel licht de Amerikaanse regisseur vriendelijk en gedecideerd de procedure toe. Een kwartier na aanvang swingt een geconcentreerd leger op het stuwende ritme van 'All that Jazz', het openingsnummer. Steeds meer bovenkleding belandt tegen de plinten van de studio. De achterste rijen reikhalzen over de voorsten naar de Amerikaanse balletmeester. Rap en economisch doet zij de choreografische frases voor. Vragen staat vrij, converseren wordt niet geduld. `Five, six, seven, eight!' Sommigen pikken het typische Fosse-vocabulaire onmiddellijk op. Anderen worstelen om de teacup vingers, de soft boiled handen en de snaky armen goed te krijgen. `Less is more', is het motto en wie zich bezondigt aan het omgekeerde krijgt kortaf te horen: `If I don't give it to you, don't put it in!' Dit is hogeschool dansen. Wie zich slechts more or less aan de opdracht houdt, zal straks bij het voordansen door de mand vallen, ondanks opgesneden bilnaadpakjes of rollende spierballen.

Grease

,,Auditie doen is een vak apart. Je moet er wel zijn, maar niet te veel. Je moet in groepen kunnen werken en toch persoonlijkheid hebben. De presentatie moet dus goed uitgebalanceerd zijn'', vertelt Mischa Hendriksen (26) later. Toen hij vijf jaar geleden in Wenen voor Grease werd afgewezen op presentatie vond hij het vreselijk. ,,De ene keer sta je naast iemand die beter danst, net slechter zingt dan jij, en dan met de acteerproef weer aardiger overkomt.'' Uit zelfbehoud doet hij niet aan ellebogenwerk, ook al weet hij dat hij daardoor de boot kan missen.

`Stare at the audience, no seduction!', maant de balletmeester. Het publiek moet een `ongemakkelijk' gevoel krijgen. Pianiste Rosite van der Woude zet voor de zoveelste keer het nummer in. De balletmeester zingt hier en daar mee, omdat de spannend gestileerde choreografie gelijke tred houdt met de snedige liedtekst. Gaandeweg vraagt ze om een sneller tempo. Het publiek moet overrompeld worden. Met dansers die ze uit vorige producties kent, wisselt de pianiste een snelle glimlach. Ze weet hoe gespannen iedereen is. Het is haar zesde musical na Cyrano, My Fair Lady, Evita, West Side Story en Joe. Haar contract bestaat uit de begeleiding van de repetities en het meespelen in het orkest, dat pontificaal op het toneel zit.

,,Het moment dat de ouverture begint en dan de opkomst, dat is fantastisch, elke keer weer'', zegt Daan Wijnands (29) na afloop. Hij stond 344 keer als Riff in West Side Story. Geen enkele voorstelling sloeg hij over. Het was zijn mooiste musicalervaring tot nu toe. Niet zo bevredigend was zijn ensemblerol in Anatevka. Hij moest onder meer een boom omhakken: ,,Daar kun je minder je ziel en zaligheid inleggen.''

De namen worden alfabetisch afgeroepen. Groepjes van vier presenteren de sequentie, dertig keer en meer `All that Jazz'. In het begin applaudisseren de overige dansers. Tot ergernis van de tafel: de sessie dreigt uit te lopen. Naarstig worden aantekeningen gemaakt op ordelijke lijsten. Sommige namen leveren een reactie op. `Pauline Daniëls!' Niet aanwezig. `Hè, wat jammer', zegt iemand achter de tafel. `Penney de Jager!', veel hoofden in de zaal draaien in de richting van de grande dame van de showdans. Laatkomers proberen zich onderwijl aan de zijlijn in te werken.

De gelukkigen mogen na de pauze een nummer zingen en wellicht een tekst proberen. Zij die de eerste schifting niet halen, zijn vóór het middaguur een illusie armer: meer dan zestig kandidaten worden bedankt. De overige 62, wier namen werden opgelezen, staan ver weg aan de raamzijde van de studio.

Ballerina

De sessie gaat verder, zonder pauze, een gebroken schoengespje is dan maar jammer. Pianiste Rosite meldt dat de afvallers op de gang het verschrikkelijk vinden: Chicago is felbegeerd. ,,Maar bij de auditie voor Joe was er ook zo'n hoeveelheid.'' Na een uur is er weer een selectie. Bijna de helft kan gaan. De overblijvers krijgen een uur om zich voor te bereiden op hun liedje. Zestien maten is voldoende.

,,Op een gegeven moment vond ik dansen alleen te beperkt. Toen heb ik auditie gedaan voor Madame Arthur van Jos Brink. Het enige nummer waar ik zo gauw bladmuziek van kon vinden was `Droog je tranen Pierrot' van Bonnie St. Clair. Ik was niet goed, zeiden ze. Dus ben ik zangles gaan nemen'', vertelt Jacqueline Aronson (34) lachend. ,,Als kind wilde ik ballerina worden. Dat, of verpleegster. Zes jaar geleden wilde ik nog beroemd worden. Nu is het belangrijkste dat ik iets doe wat ik leuk vind.''

Eén voor één komen ze binnen. Noemen de titel van hun liedje en geven hun bladmuziek aan Rosite, die een enkeling in verlegenheid brengt door te vragen waar ze moet beginnen. ,,Meestal zijn er een paar Big Spenders bij en veel West Side Story'', voorspelt de pianiste fluisterend - ze is haar stem kwijt. Ze helpt iedereen met een korte intro. Veel stemmen knijpen van de zenuwen. Getrainde lichamen, onwennige strottehoofden. In bemoedigende lekentaal geeft de dirigent aanwijzingen: ,,Doe het nu nog eens, met een belt in het hoge.''

Naarmate de tijd verstrijkt en weer een valse uithaal door de studio klinkt, wordt ook de tafel moe. Als een geselecteerde bovendien geen woord Nederlands blijkt te spreken, is verontwaardiging haar deel. De gedroomde ontdekking zit er niet bij, vandaag. Zeventien kandidaten mogen terugkomen voor het tekstlezen. Pottenkijkers worden daarbij niet toegelaten. In het ensemble is bij lange na nog niet voorzien.

Chicago vereist een expertise die nergens ruimte laat voor onachtzaamheid. Een aantal nummers in de cabareteske show - rauw, maar niet ordinair; sophisticated, maar niet chic - is zelfs met een formidabele conditie nauwelijks op te brengen. Waarschijnlijk zal daartoe in navolging van buitenlandse producties soms gebruik worden gemaakt van een ondersteunende geluidsband.

Maart 1998. De hoofdrollen zijn inmiddels vergeven, maar de intensieve dans- en zangworkshops geven nog geen uitsluitsel over het ensemble, ofschoon in het team namen van favorieten circuleren. Eind april wordt Chicago tot nader order uitgesteld. Voorlopige toezeggingen ten spijt kunnen alle kandidaten na bijna twee maanden oefenen en afwachten op zoek naar werk.

Taart

Maart 1999. Joop van de Ende spreekt de troepen toe, van de assistent-boekhouder tot de hoofdrolspelers zijn ze er allemaal. ,,Mijn droom is: bouwen aan een artistieke traditie, een nieuwe stap in de Nederlandse theaterwereld.'' Hij wenst iedereen veel plezier `vooral met het artistieke proces', waarna een omvangrijke taart met Chicago in bloedrode letters erop wordt aangesneden. Het is zeven weken voor de première.

Drie kandidaten van een jaar geleden hebben een contract: Mischa Hendriksen, Frédérique Sluyterman van Loo en Daan Wijnands. Jacqueline Aronson is er pas op het laatste moment bijgekomen, dankzij het uitstel: ,,Ik werd gevráágd om auditie te doen!'' Met de andere drie heeft ze gemeen dat ze verkooptechnieken verafschuwt. Net als de anderen is ze verbaasd toch te zijn gekozen. Of zoals Mischa het, tijdens een pauze in het volle repetitieschema, tevreden formuleert: ,,Blijkbaar keken ze verder dan dat.''

Mischa danst sinds zijn elfde. 's Zondags op balletles in zijn woonplaats Hoorn. Op de balletacademie in Amsterdam was hij de enige jongen. ,,Mijn vader dacht dat ik er daarom wel mee zou ophouden. Niet dat hij er iets op tegen had. Hij drukte me op het hart: wat je ook doet, zorg dat je er goed in wordt. Ik wist al vrij snel, dat ik er niet rijk van zou worden. Maar er was geen keuze: het enige wat ik wilde was dansen.'' Eerst klassiek. Maar telkens als hij een andere stijl tegenkwam, moest en zou hij zich daar ook in bekwamen: tapdans, electric boogie en ten slotte, toen hij al wat solo-ervaring had opgedaan in kleinere shows: de musical. ,,Wat me aantrekt is dat het publiek er bewust voor kiest. Iedereen heeft zijn sores en gedachten, maar zolang de musical duurt verdwijnen die, is het leven buiten vergeten. Het klinkt idealistisch, maar daaraan bij te dragen, dat vind ik geweldig.''

Alle vier waren ze al jong verslingerd aan dans, en hadden ze aspiraties om het ver te schoppen, wilden ze op de voorgrond staan. De praktijk leerde hen hun dromen aan te passen, maar ondertussen vooral niet te versagen. Frédérique gaf op de middelbare school jazzballet aan kinderen in de buurt en hield al vroeg van zowel het Nederlands Dans Theater als van de Fosse-dansstijl en de songs van Stephen Sondheim. Ze liet zich niet afschrikken na twee keer op fysieke gronden te zijn afgewezen voor de Rotterdamse Dansacademie. ,,De derde keer werd ik toegelaten tot de docentenopleiding. Het was een goede basis, op een hoger niveau had ik zonder de academie niet kunnen komen. Ik ben een laatbloeier.'' Toen ze op een amateuropleiding voor musical aangemoedigd werd ook te zingen en te acteren, ontwikkelde ze haar voorliefde voor het cabareteske musicalrepertoire.

Daan is de enige die, na zijn opleiding aan de Amsterdamse Theaterschool, een vaste baan kreeg bij een gesubsidieerde dansgroep: vier jaar danste hij bij Djazzex. Ook hij droomde van het NDT. ,,Het was geen reële droom, maar toch ging ik naar een auditie, om het geprobeerd te hebben. Er was buiten een rij tot om de hoek. De openbare les was al voorbij toen ik nog op straat stond.''

Wat zet je op je resumé en wat niet? Jacqueline, die de toelating op het Koninklijk Conservatorium afsloeg, omdat ze dan als elfjarige bij een Haags gastgezin had moeten wonen, heeft na haar leertijd bij het showballet van Penney de Jager gedanst in clubs in het Verre Oosten. Geamuseerd verhaalt ze over de avontuurlijke toernee: een act met veren, een charleston, een modern stuk, dat soort dingen. Er was zelfs een Chicago-nummer bij, met een andere choreografie. ,,Ik was 17, drie tot vier shows per dag deden we, meestal aan het slot van een vaudeville-programma met goochelaars. Het was hard werken, maar ik kreeg de gelegenheid om Hongkong te zien, Taiwan, Japan, Thailand. Geheel verzorgd, al betekende het soms hotels waar de ratten door de kamer renden. En in Taiwan werden we bespied door kerels die gaatjes in het plafond boorden.'' Na terugkeer groeide ze van de ene televisieshow in de andere. Willem Ruis Show, Wedden Dat, 1,2,3-show. ,,Geweldig leuk om te doen, maar steeds begon er wat te kriebelen en vond ik dat ik me moest opwerken, met zang, sketchjes, spelen.'' De oriëntatiecursus van de Kleinkunst Academie hield ze voor gezien toen ze een schemerlamp moest nadoen. ,,Achteraf jammer, ik merk hoeveel zelfvertrouwen collega's hebben die daar vandaan komen.'' In Cats was ze swing: ,,Als op een gegeven moment de vermoeidheid toeslaat, krijg je kansen.''

Zo hebben ook de anderen ervaring opgedaan. Frédérique was in Duitsland de understudy van Norma in Sunset Boulevard. Mischa prepareerde zich na het uitstel van Chicago in twee dagen voor de eerste try-out van Anatevka: ,,De rest weet exact wat hun te doen staat. In opperste concentratie trek je je daar dan aan op. Je moet natuurlijk lef hebben, maar ik wilde het per se. Het lukte.'' Daan had een buitenkans toen hij, na zijn vertrek bij Djazzex in West Side Story werd aangenomen als een van de Jets. Hij glundert terwijl hij vertelt dat hij na een auditie voor de understudy Riff daadwerkelijk die rol kreeg. ,,De jongen die Riff zou spelen, werd toen een van de Jets. Ik heb hem onmiddellijk gebeld, want ik was er niet op uit zijn rol af te pikken. Gelukkig snapten we het allebei.''

Eind april 1999. Tijdens een fotosessie in het Utrechtse Beatrixtheater lijken ze – de vermoeidheid verstopt onder de grime en nog onwennig in hun kostuums – allemaal kilo's te zijn afgevallen. Ze beamen het.

Daan is net als bij eerdere shows dance-captain, de liaison tussen artistieke leiding en cast, `het pispaaltje', zoals hij het samenvat. Frédérique en Jacqueline zijn understudy geworden, respectievelijk voor Mama Morton (de rol van Marjolein Touw) en Roxy (de hoofdrol van Simone Kleinsma). Mischa zal zodra het nodig is invallen voor Serge Henri Valcke als Amos. Voor een musical over moord, hebzucht en verraad hebben ze het er goed vanaf gebracht. Het wachten is op de ouverture, `vijf, zes, zeven, acht!'

Chicago is vanaf 9 mei 1999 te zien in het Beatrixtheater in Utrecht. Reserveringen: 0900-3005000.