`Holland is fascinerend materiaal'

De batavofiele schrijver Michael Pye houdt van originele onderwerpen.

In 1995 schreef hij de fictionele biografie van de eerste hoerenmadam van Nieuw Amsterdam; nu vond hij zijn inspiratie in het leven van een ondernemende seriemoordenaar.

``Alle romans beginnen met een geheim waarvan je meer wilt weten.''

`Martin A. is terug' luidt de onheilspellende mededeling op de reclameposter voor Gestolen levens, Michael Pye's psychologische misdaadroman over een seriemoordenaar die de identiteit van zijn slachtoffers aanneemt. `Michael P. is terug' was misschien een betere tekst geweest. Niet alleen omdat veel lezers de Engels-Amerikaanse schrijver nog zullen kennen van de beklemmende historische roman De waterkelder, waarin hij vier jaar geleden het zeventiende-eeuwse verleden van `de eerste hoer van Nieuw Amsterdam' beschreef. Maar ook omdat Pye opnieuw een deel van zijn roman situeert in Nederland – in de provincie Utrecht en in Amsterdam om precies te zijn.

Hoewel Pye Gestolen levens baseerde op de geschiedenis van een Deense seriemoordenaar (`een crimineel die nog vrij rondloopt' volgens het omslag), is de hoofdpersoon van de roman een Nederlander. ``Holland is fascinerend materiaal'', verklaart Michael Pye, die in Portugal woont, maar zichzelf in een gesprek over zijn boek omschrijft als een Amsterdamse habitué. ``Het is een land dat wordt gezien als een oase van tolerantie en gelijkmatigheid, maar dat in werkelijkheid allesbehalve liberaal en gezapig is. Hoe beter je het leert kennen, hoe minder pittoresk het wordt.''

Een kweekvijver voor geperverteerden?

``Dat zou ik niet durven zeggen. Ik koos voor een Nederlander als hoofdpersoon om mijn verhaal geloofwaardig te maken. Martin Arkenhout kruipt in de huid van Engelstalige slachtoffers; dat veronderstelt dat hij zijn talen goed spreekt en dat hij afkomstig is uit een cultuur waarvan de Amerikanen weinig weten. Daarbij is het verhaaltechnisch ook spannender om een misdadiger op te voeren die van doodgewone komaf is en in weinig opzichten exceptioneel. Een seriemoordenaar uit The Bronx is geen interessant gegeven; laat staan in een boek waarin het niet draait om de relatie tussen de moordenaar en een man die hem achter de tralies probeert te krijgen, maar meer om de manier waarop hij opgaat in zijn sociale omgeving.''

Hoe kwam u op het idee voor `Gestolen levens'?

``In het Portugese dorpje waar ik woon, dook een jaar of wat geleden een buitenlander op die binnen een mum van tijd in de dorpsgemeenschap was opgenomen. Op een dag was hij spoorloos verdwenen, en niet lang daarna kwam de politie met gruwelijke verhalen en foto's die suggereerden dat deze onopmerkelijke man verschillende mensen van het leven en hun identiteit had beroofd. Hoe hij precies te werk ging, kon Interpol niet zeggen. Iedereen maakte zich de wildste voorstellingen. En beginnen niet alle romans met een geheim waar je meer van wilt weten, a gap in what you know?''

Martin Arkenhout in Gestolen levens is een contactgestoorde provinciejongen die tijdens een vakantie in Amerika een medereiziger na een auto-ongeluk afmaakt om vervolgens diens leven te gaan leiden. Wanneer zijn bedrog ontdekt dreigt te worden, kiest hij een volgend (rijk en ongebonden) slachtoffer. Zo zwerft hij van plaats naar plaats, totdat hij de fout maakt om de identiteit aan te nemen van een Engelse kunsthistoricus die wegens een schimmige diefstal uit een museum gezocht wordt.

Waarom situeerde u het belangrijkste deel van het verhaal in de kunstwereld?

``Allereerst omdat ik er goed in thuis ben. Ik ben van oorsprong kunstjournalist, en nog steeds maak ik regelmatig interviews met moderne kunstenaars. Maar de kunstwereld is ook de perfecte omgeving voor een roman waarin identiteit een belangrijke rol speelt. Vooral in New York, waar het begin van Gestolen levens zich afspeelt, is het heel gewoon voor een would-be-kunstenaar om voortdurend van stijl en/of identiteit te wisselen. Nergens zoveel psychisch onstabiele figuren als in de kunstwereld, nergens zoveel identiteitscrises.''

Arkenhout doet denken aan Ripley, de geciviliseerde misdadiger uit de boeken van Patricia Highsmith. Bent u door haar beïnvloed?

``Ik wou dat ik meer met Patricia Highsmith gemeen had. Zij schrijft het soort psychologische thrillers waar je niet meer van los komt. Ik heb de Ripley-romans bewust niet herlezen voordat ik aan Gestolen levens begon. Wie zich in dit genre begeeft, kan het beste beginnen met het verbranden van alle Highsmith-boeken die er in zijn kast staan.''

Net als de ondernemende prostituée Greetje Reyniers in `De waterkelder' is Arkenhout een avonturier die geen middel schuwt om zijn doel te bereiken. Wat fascineert u in amorele personages?

``Er is een groot verschil tussen Greetje en Arkenhout. Greetje is een warme persoonlijkheid die trouw is aan haar dierbaren en die hoogstens haar moraal van tijd tot tijd een beetje opschort. Zij is een vrouw in extreme omstandigheden – ze groeit in armoe op tijdens de Tachtigjarige Oorlog – en heeft niets te kiezen. Arkenhout heeft wel een keuze: hij hoeft niet te moorden – in ieder geval niet om in leven te blijven.''

Voelde u tijdens het schrijven geen enkele sympathie voor uw hoofdpersoon?

``Arkenhout doet waar ieder mens wel eens van droomt: een heel nieuw leven beginnen. Hij is ontzettend arrogant, want hij gaat ervan uit dat hij het leven van zijn slachtoffers beter kan leiden dan zijzelf – but to a point he does. Enige empathie moet je als schrijver, en als lezer, wel voelen. Maar de sympathie in Gestolen levens heb ik gereserveerd voor degene die in de ik-vorm het verhaal vertelt: John Costa, de man die door het museum waar hij werkt wordt belast met het opsporen van Arkenhout. Costa, de schlemielige wetenschapper die in al zijn zekerheden wordt aangetast, is de man die ik zou zijn geworden als ik had gekozen voor een academische carrière.''

Gestolen levens, dat zich volgens de trotse Michael Pye in Hollywood in het final script-stadium bevindt, heeft een intrigerende plot, maar de kracht van het boek zit in Pye's laconieke stijl, in de knap beschreven dreiging dat Costa wel eens het volgende slachtoffer van Arkenhout zou kunnen worden, en in de psychologische ontwikkeling die Costa doormaakt: van gewoontedier tot krachtig handelende persoonlijkheid. Tegen het eind van het boek, in een onverwachte ontknoping, komt Costa zelfs in de verleiding om te kiezen voor een carrière als misdadiger.

`Ik voelde me even vrij om elke gewenste beslissing te nemen', zegt Costa in de slot- en sleutelscène; `[vrij] om te doen wat goed en juist was.' Is John Costa een ouderwetse existentialistische held?

``Ouderwets niet. De existentialistische helden in de jaren vijftig hielden zich bezig met filosofische vragen naar het wezen van de mens; Costa is meer een pragmaticus. Maar Costa krijgt wel de kans om een morele keuze te maken: doden of niet doden. Zo'n test is voor de meeste mensen in het beschermde Westen niet weggelegd. Gelukkig maar.''

Is `Gestolen levens' een moralistisch boek?

``Als er een moraal inzit, is het niet dat je gelukkig wordt door te kiezen voor het goede en juiste. Veel belangrijker is voor mij een ander zinnetje van Costa: `Iedereen verzint zichzelf en daarna de anderen.' In een tijd waarin de meesten van ons niet meer in besloten gemeenschappen leven, weten we bar weinig van andere mensen. So we make up stories about them. En hoe minder informatie ons ter beschikking staat, hoe drastischer die verhalen worden.''

Michael Pye: Gestolen levens. Uit het Engels vertaald door Paul Heijman. Nijgh & Van Ditmar, 300 blz. ƒ39,90. De Engelse editie, Taking Lives, is verschenen bij Phoenix House, 370 blz. ƒ42,55