Het Robin Hood-complex

Zowel de onrust over de Bijlmerramp als die over de Zandvoortse pedofielen bleek een geval van hysterie te zijn. Toeval? Deel 17 van Bas Heijne's serie in het laatste jaar van het millennium.

De politiek is het persoonlijke geworden. De voorzitter van de commissie die de Bijlmerramp heeft onderzocht, Theo Meijer, ontving tijdens de verhoren liefdesbrieven van televisiekijkers. Daar zat de vice-voorzitter, Rob Oudkerk, behoorlijk mee: ,,Stervensjaloers was ik'', gaf hij toe in een interview met Het Parool vorige week. Maar er was gelukkig compensatie: ,,Liep ik op straat, kneep een volstrekt onbekende me even in mijn arm: `Jullie zijn op de goede weg.' En bij de Bijenkorf ben ik eens door drie Surinamers zomaar op de schouders genomen. Ik schrok me rot, maar ze zeiden: `Jij zet de Bijlmer weer op de kaart, man.' Dat vergeet ik mijn leven niet.''

Oudkerk beschouwt zijn werk tijdens de enquête als een missie. Tegen deze krant verklaarde hij: ,,Toen ik een half jaar geleden dit dossier in één week had gelezen, wist ik het al: dit wordt geen gewone enquête. Dit wordt een zoektocht naar afgebrokkeld vertrouwen in de hoeder van de samenleving. En het resultaat is ont-luis-te-rend, het is zó veel, het is bijna te erg.''

Een zoektocht naar afgebrokkeld vertrouwen: over dat zinnetje denk ik nog steeds na. Het zal een verspreking zijn, maar bij mensen die zichzelf zo graag horen als Oudkerk, moet je letten op deze even onnadenkende als veelzeggende details. Klaarblijkelijk werd in het geval van de Bijlmerramp door Oudkerk niet zozeer naar de waarheid gezocht, naar feiten die verborgen waren gebleven, maar naar een gevoel. Gezocht werd naar het afgebrokkelde vertrouwen van de drie Surinamers die Oudkerk voor de Bijenkorf op de schouders namen.

En man, of hij het gevonden heeft.

Afgebrokkeld vertrouwen in de overheid, niets tref je tegenwoordig sneller aan. En geen vuurtje laat zich sneller aanwakkeren. Die onlust trekt zelfbenoemde volkshelden als Oudkerk aan, die zich laven aan de gettorancune van achtergestelde groepen in de samenleving. Er moeten koppen rollen, de traditionele wraak van het volk op zijn machthebbers. Over de belangrijkste conclusie van de commissie hoor je dan ook niet veel: dat alle hysterische samenzweringstheorieën, alle getuigenissen over mannen in witte pakken en smerige doofpotpolitiek hersenspinsels zijn gebleken. Er is een gewoon vliegtuig gewoon neergestort, maar met zoveel lukraakheid blijkt moeilijk te leven. De methode van de parlementaire enquête, wordt steeds weer gezegd, is een middel om maatschappelijke onrust weg te nemen. Het tegenovergestelde blijkt: de hele enquête over de Bijlmerramp is een feest van maatschappelijke onrust geweest.

Het is geen toeval dat in een en dezelfde week twee gevallen van die zogenaamde onrust maatschappelijke hysterie zijn gebleken; de weggemoffelde ware toedracht van de Bijlmerramp en het pedofielennetwerk van Zandvoort. Geen netwerk en geen samenzwering – de waarheid blijft schokkend, maar lang niet zo alomvattend schokkend als de media gedacht en ook zo duidelijk gewild hadden. In het geval van Zandvoort liet de publieke opinie zich voor het karretje van de dubieuze werkgroep Morkhoven spannen, waarvan de leden hun eigen fantasieën met de bevlogenheid van fanatici tot werkelijheid verklaren. Ook hier de Bijlmersituatie: hysterische fantasieën over een wijdverbreide samenzwering van het kwaad, gecombineerd met een paranoïde wantrouwen jegens de overheid die zelf vuile handen heeft of anders zijn ogen stijf dichtknijpt. Er is niets van waar, maar dat neemt de onrust niet weg – en dus ook niet de verdachtmakingen.

Met ongeloof kijken we naar de gewapende militia in Verenigde Staten, die de overheid als Satan beschouwen en terroristische aanslagen overheidsgebouwen plegen. Een typisch Amerikaanse vorm van paranoia, die hier onvoorstelbaar is. En ook de massale rouw in Engeland na de dood van prinses Diana en de daarmee gepaard gaande complottheorieën en agressie tegen de traditionele autoriteiten, lijkt een onnederlands fenomeen. Maar in de affaire rond de Bijlmerramp en het vermeende pedofielennetwerk van Zandvoort vind je er alle elementen van terug, zij het in een mildere vorm. Ook hier gaan onlustgevoelens en argwaan hand in hand, ook in deze gevallen wordt een gevoel van veronachtzaming en anonimiteit vertaald in aandachttrekkerij in naam van de verdoezelde waarheid.

Je zou het het Robin Hood-complex kunnen noemen: een volksheld steelt van de rijken om aan de armen te geven. In deze moderne versie zijn het mediahelden die de machthebbers kapittelen met als doel de maatschappelijk gefnuikten een gevoel van eigenwaarde te bezorgen. Die eigenwaarde, dat is de motor van de onrust.

Onrustbarend is het hoe gretig de televisiejournalistiek op zulke gevoelens inspeelt. Over mensen als Rob Oudkerk en Marcel Vervloesem van de werkgroep Morkhoven wordt steeds opnieuw gezegd dat ze zo mediageil zijn, maar dat lijkt me niet het probleem. De media zijn mediageil. De journalistiek toont zichzelf steeds vaker als emotiejournalistiek en de journalist steeds meer als de vertolker van het collectieve gevoel.

De alom verachte Willibrord Frequin, die als steun in de rug voor de werkgroep Morkhoven, kinderpornoplaatjes op televisie liet zien in het algemeen belang (Onze kinderen worden bedreigd! De overheid doet niets! We kunnen dit niet zomaar laten gebeuren!), is niet meer dan een exponent van een algemene tendens.

Ook de journalist ontpopt zich steeds vaker als Robin Hood. Ik zie alleen een verschil in gradatie tussen Frequins potsierlijke scherprechtermethoden en Mart Smeets die in het Journaal zijn persoonlijke mening over de IOC-affaire in zijn verslag vlecht of correspondent Gerri Eickhof die in beeld verschijnt met een Servisch oorlogssymbool op zijn borst. Figuren als Smeets en Frequin of Barend en Van Dorp worden beschouwd als mediasterren, of kijkcijferkanonnen; ze bedrijven journalistiek bij de gratie van hun persoonlijkheid en hun gevoel voor `wat er leeft'.

Het is die steeds sterker wordende gemeenzame toon van de journalistiek, die mensen als Rob Oudkerk en Marcel Vervloesem de kans biedt hun persoonlijke partijtje onrust te organiseren. De mediabelangstelling voor het persoonlijke wel en wee van de leden van de enquêtecommissie (Mart Smeets vraagt of de heren voorzitters van de commissie nu ook met elkaar een kaartje leggen, voor hem kennelijk het toppunt van male bonding) evenaart de Amerikaanse obsessie met wat de juryleden in de zaak O.J. Simpson voelden en dachten en deden. De zaak zelf is uit het zicht verdwenen.

Inderdaad, Rob Oudkerk is al aan een boek over zijn ervaringen bezig, vertelde hij in het programma van Paul de Leeuw.

Je zou willen dat je het niet wist. Het is zó veel, het is te erg.