Frankrijk geeft geroofde Monet terug aan familie

Een van de waterlelie-schilderijen van Claude Monet, tijdens de oorlog gestolen en daarna geconfisqueerd door de Franse staat, is gisteren teruggegeven aan de nazaten van de oorspronkelijke eigenaar, Paul Rosenberg. Jarenlang hebben Rosenbergs erfgenamen strijd gevoerd voor restitutie van het doek, Nymphéas, 1904 (90 bij 92 centimeter), dat op een bijeenkomst in het museum Jeu de Paume in Parijs officieel werd overhandigd.

Waarom het zo lang heeft moeten duren, zei de Franse minister van Cultuur Cathérine Trautmann, zullen we nooit te weten komen. Na grondig onderzoek en enkele recente ontdekkingen kon het groene licht worden gegeven, aldus de dienst van de Franse musea. Zo vond men een serie zwart-wit foto's uit Rosenbergs bezit die correspondeerde met het nummer op de achterzijde van het schilderij. Daarop werd dankzij infra-rood ook een verborgen serienummer ontdekt dat verwees naar de verzameling van Joachim von Ribbentrop, de nazi-minister van Buitenlandse Zaken. Het doek werd gestolen uit Rosenbergs kasteel bij Bordeaux. In 1941 vluchtte de verzamelaar naar de Verenigde Staten, waar hij in 1987 overleed. Kort nadat het doek in 1945 in Duitsland was teruggevonden en aan de Franse staat was teruggegeven, diende Rosenberg een claim in. Tot 1973 hing de Monet eerst in het Louvre en later in het Jeu de Paume. Daarna werd het vaak in bruikleen afgestaan aan andere musea. De Monet is het zevende kunstwerk dat in korte tijd aan zijn oorspronkelijke eigenaar wordt gerestitueerd. Nog circa 2.000 andere werken, destijds gestolen en/of verhandeld door de nazi's, bevinden zich in Frans staatsbezit. (AFP)