Ervaringen die niet bestaan

Hans Magnus Enzensberger, de Duitse dichter en essayist, verbaasde en verraste vorig jaar eerst Duitsland en toen heel Europa mogen we wel zonder overdrijving zeggen, met zijn kinderboek De telduivel. Niet alleen dàt hij een kinderboek had geschreven was verrassend, maar ook het soort kinderboek dat aan zijn pen was ontsnapt: het ging geheel over getallen. Dat wil zeggen; het ging over een jongen die Robert heette en die 's nachts van een telduivel droomde die hem de getallen en hun eigenaardigheden leerde kennen. Maar die duivel en die dromen waren maar smoesjes en raamwerk. Waar het om ging was de schoonheid van de wiskunde, de wonderlijke wereld van de oneindige reeksen, worteltrekken en Fibonaci-getallen – al had Enzensberger dan het ongelukkige idee gehad om alles anders te noemen dan het heet, zodat men in de droomwereld van de telduivel `hupte' en `de radijs trok' en meer van dergelijke flauwiteiten waar niemand beter van wordt. Het boek heeft grote charme wegens zijn getalverliefdheid, maar als kinderboek is het niet geweldig.

Nu is er een tweede kinderboek van Enzensberger Waar was je, Robert? en gezegd moet worden dat hij iets heeft geleerd over kinderboeken schrijven. Waar hij in zijn eerste boek nog in elke val trapte waarin een beginnende kinderboekenschrijver maar kan trappen – van oubolligheid, op de hurken gaan zitten, melige grapjes en onlogische verzinsels – neemt hij zijn lezers nu serieuzer en doet niet voortdurend geinig. Robert, misschien is het wel dezelfde Robert die 's nachts van de telduivel droomde, hij weet in ieder geval het een en ander van getallen, heeft nu een oogafwijking. Die is er de oorzaak van dat hij als hij ingespannen en zichzelf vergetend naar een beeld staart in dat beeld verdwijnt.

Zo rolt hij achteruit de geschiedenis in. Hij komt in 1956 in Siberië terecht in een overvolle woonkazerne en wordt op een nacht met de vrouw die hem gastvrijheid verleent door de geheime politie van zijn bed gelicht. Voor alles echt misgaat verdwijnt hij in een film die in Australië speelt in 1946. Vandaar komt hij via een foto in zijn geboortestad terecht, maar lang voordat hijzelf geboren is, in 1930. Hij logeert er bij zijn overgrootmoeder en ziet zijn grootmoeder als tienjarig meisje. Vervolgens gaat hij via een prent naar het Noorwegen van 1860. Een ets van een danspartij brengt hem aan een provinciaal Duits hof in 1702, waar hij kennis maakt met hofintriges en met het vorsende verstand van een filosoof die dingen wil weten die in Roberts tijd allang bekend zijn. Ook reist hij een overval op een postkoets binnen, komt in 1638 midden in de dertigjarige oorlog terecht, beleeft een zeer korte periode als struikrover en verdwijnt ten slotte in een Amsterdams schilderij uit 1621 waar hij zo goed leert schilderen dat hij zijn twintigste-eeuwse keuken kan afbeelden en zo terug kan keren naar zijn eigen tijd, waarin de klok door hem ook nog op precies dezelfde tijd geschilderd is als die waarop hij verdween. Hij is weggeweest en jaren ouder geworden, hij heeft Russich, Latijn en Noors geleerd, alsmede dansen, schermen en schilderen, is met prinsessen en rovers omgegaan, is verliefd geweest op een bekoorlijke Australische, heeft gemeenheden en ellende gezien, maar ook schitterende kunst en nu is alles weer zoals het was. Wijs en oud geworden in een droom. Ervaringen die niet bestaan. Daar houdt het boek op.

Is dit een poging om de geschiedenis `leuk' te maken, zoals eerst de wiskunde? Misschien. Maar waar getallen het goed verdragen om onpsychologisch te worden benaderd, wreekt zich dat hier. Robert beleeft vooral avonturen. Het belangrijkste dat hij opsteekt uit de geschiedenis zijn de dagelijkse omgangsvormen in de verschillende tijden, waarbij vooral de steeds afnemende hygiëne opvalt, maar erg diepgaand is het allemaal niet. Een enkele keer heeft hij het er moeilijk mee dat hij zo veel meer weet dan de mensen om hem heen – dat wil zeggen op het gebied van wetenschap en techniek, voor de rest weet hij juist meestal van niets – maar dat thema wordt niet erg uitgewerkt. Ook van zijn ontheemdheid wordt weinig werk gemaakt en van historisch interessante problemen ook niet.

Dit boek is charmant maar oppervlakkig. Het mist de schittering van de getallen en biedt daarvoor in de plaats voornamelijk spanning en vaart. Roberts ervaring tijdens zijn tijdreis is `dat de mensen tot alles in staat waren, ongeacht welk jaartal aan de beurt was – tot de ergste schofterigheden net zo goed als tot de grootste uurwerken'. Dat is wel overtuigend.

Hans Magnus Enzensberger: Waar was je, Robert? Vert. Gerda Meijerink, De Bezige Bij, 257 blz. ƒ39,90