Een bloedeloze punaise

Het leven is zwaar als je altijd maar ontevreden bent met wat je hebt, meer wilt, ambities koestert die niet kunnen worden waargemaakt. Het is een kwaal waaraan, zowel in de literatuur als in de werkelijkheid, veel mannen lijden en dan vooral mannen die de veertig naderen of deze leeftijd net zijn gepasseerd. De derde roman van Onno te Rijdt, De navel van Chiara, beschrijft een korte episode uit het bestaan van zo'n tobber.

In het vroege voorjaar van 1998 neemt het leven van Riemer Helberts, de ik-figuur, een drastische wending. De juriste met wie hij al geruime tijd samenwoont in het centrum van Amsterdam, maakt een professionele fout waardoor een middenstander komt te overlijden. De zoons van de overledene nemen wraak: ze pissen 's nachts door de brievenbus, gooien ruiten in en schuwen ook fysiek geweld niet.

Stalking heet deze vorm van bedreiging en Te Rijdt heeft weinig woorden nodig om te laten zien hoe dergelijk gedrag iemands leven kan ontwrichten. De juriste raakt volledig uit het lood en ook de relatie met haar toch al niet erg zelfverzekerde vriend Riemer komt ernstig onder druk te staan. Hij vertoont lafhartig vluchtgedrag en belandt in de armen van een onweerstaanbare 24-jarige Italiaanse, die tijdelijk in Amsterdam studeert.

Met deze hartstochtelijke, levenslustige en grillige vriendin – in alles de tegenpool van de saaie juriste – voert Riemer een gesprek over zijn probleem, dat zij als volgt formuleert: `Het is moeilijk leven, wanneer je altijd beter wilt'. Hij antwoordt daarop, in lelijk, hortend proza: `Ja, maar als je te snel tevreden bent besta je slechts en heb je geen leven. Lou Andreas-Salomé had als motto dat de wereld je niets cadeau zal doen en dat je een leven moet stelen, wil je het hebben.'

`Stelen van leven' is een thema dat Te Rijdt niet voor het eerst bespeelt. In zijn vorige roman Het spel, een geestige en opvallend goed geschreven thriller die zich afspeelt in een villa-dorp, wordt de hoofdpersoon letterlijk van het leven beroofd, terwijl in zijn debuut Ciao, Padua! de schrijver als dief fungeert. Hij steelt het leven van de Italiaanse familie bij wie hij tijdelijk inwoont als materiaal voor zijn boek.

Hoewel er in De navel van Chiara een dode en een zwaar gewonde vallen wordt het `stelen van leven' hier toch voornamelijk in overdrachtelijke zin gebruikt. De hoofdpersoon houdt zich onledig met het bijeengaren van min of meer toevallige ervaringen, al dan niet ten koste van anderen, zonder dat hij in staat is daar structuur in aan te brengen, er een verhaal, laat staan `een leven' uit te destilleren

Als alle ambities gefnuikt zijn en alle eigen ruiten ingegooid, valt de hoofdpersoon terug op de behoefte zijn bestaan te laten leiden door zijn verlangen. Zijn jonge Italiaanse vriendin treedt daarbij op als leermeesteres. `Mijn verlangen is altijd onderweg', zegt zij. `En ik word maar voortgetrokken, als door een grote hond die ik aangelijnd uitlaat. Eerst denk ik dat ik bepaal waar we heen gaan, maar na verloop van tijd gaat hij er met mij vandoor. Soms heb ik het idee dat hij zelf niet weet waarnaartoe. Hij snuffelt ergens uitgebreid en schiet dan ineens een andere kant op.'

Zulke uitweidinkjes leveren niet de slechtste zinnen op van deze, over het geheel genomen nogal magere roman waarin het verlangen, ondanks de vele grote woorden die eraan worden besteed, nooit tastbaar wordt. Zelfs als de ik-figuur verliefd wordt op de betoverende oudere zus van Chiara en met haar versmelt in wat waarschijnlijk een zinderende liefdesscène moet voorstellen, komt de hartstocht niet tot leven. Riemer is en blijft een bordkartonnen schlemiel, van wie je als lezer nauwelijks kunt geloven dat hij een lichaam heeft, laat staan een lichaam dat in staat is de liefde te bedrijven. `Ik schiet in één keer bij haar naar binnen, alsof ik een punaise in een prikbord duw', is in elk geval de meest kantoorklerkerige beschrijving van een seks-scène die ik ooit heb gelezen.

Net als de ik-figuur, die er tot zijn onuitsprekelijke verdriet niet in slaagt om zijn stukjes over Italiaanse literatuur gepubliceerd te krijgen, lukt het Onno te Rijdt in deze roman niet om zijn visie op het leven of de liefde en de plaats van het verlangen daarin over het voetlicht te krijgen. Eerlijk gezegd zit er kop nog staart aan zijn verhaal, dat alleen maar in schijn cyclisch is doordat het eindigt zoals het begon: de ontmoeting van de hoofdpersoon met een buitenlandse studente.

Tussen die twee ontmoetingen in wordt een bloedeloze intrige afgewerkt, voornamelijk opgeschreven als verzameling meer of minder geslaagde aforismen. Het meest toepasselijke aforisme om de inhoud van de roman samen te vatten is deze overpeinzing van de gedesillusioneerde dertiger: `Relaties duren altijd te kort of te lang. Goed getimed eruit stappen, zoals op het juiste moment een feest verlaten, blijkt onmogelijk te zijn. Conclusie: een relatie is geen feest.' Zo'n slappe vergelijking is overal op van toepassing, voor relatie kan willekeurig elk ander begrip worden ingevuld. Zoals: romans duren altijd te kort of te lang en dan ligt de conclusie voor de hand. Deze roman van Onno te Rijdt is geen feest.

Onno te Rijdt: De navel van Chiara. Podium, 156 blz. ƒ29,90