Duitjes

Met de onverbiddelijkheid die veranderingen in de samenleving nu eenmaal eigen is, wordt de komende maanden opnieuw een groep maatschappelijke beslissers in hun portemonnee gekeken. Na politici, topsporters, showbizz-figuren en tegenstribbelende captains of industry zijn nu de directeuren en bestuurders van de pensioenfondsen aan de beurt. Hun salarissen worden openbaar, al staan hun inkomsten nog niet individueel in de jaarverslagen van hun organisaties.

De wet is veranderd, vandaar de openheid. De fondsen beheren het kapitaal van de gewone man: ze hebben 774 miljard gulden belegd voor het avondrood van werkend en gepensioneerd Nederland.

Pensioenfonds PGGM (zorg en welzijn) beet afgelopen week het spits af. De directie verdiende 746.000 gulden, ruim drieëneenhalve ton per persoon. Als topman Kalff van ABN Amro het salaris van 1,5 miljoen gulden van zijn collega's in de raad van bestuur al bescheiden vindt, wat biedt PGGM dan? Een fooi? Oneerlijke concurrentie op de markt voor financieel toptalent? Plus géén aandelenopties. En géén winstbonus, al verdienden de PGGM-beleggers 3 miljard gulden meer dan het doorsnee pensioenfonds. Het formeel verantwoordelijke bestuur toucheert 812.000 gulden. Zeg: een ton voor voorzitter H. Lammers en 60.000 per man/vrouw voor de twaalf werkgevers- en werknemersver- tegenwoordigers. Na de `exhibitionistische zelfverrijking', om een ex-vakbondsvoorzitter te citeren, van het grootkapitaal doet het kleinkapitaal een duitje in het zakje.

Menno Tamminga