De tucht van ING

De markt heeft altijd gelijk, maar ING besliste afgelopen week anders. Op de financiële markten lag de koers van de aandelen Nationale Investeringsbank (NIB) de afgelopen week onder het bod van 29,95 euro dat de pensioenfondsen ABP en PGGM de dag voor Kerstmis uitbrachten. Dat duidde niet op speculatie onder marktpartijen op een hogere prijs. Maar ING, die ruim 20 procent van de NIB-aandelen bezit, weigert met de geboden koers akkoord te gaan. Fortis en ASR Verzekeringen, die elk ruim vijf procent van de NIB-aandelen in handen hebben, nemen een vergelijkbaar standpunt in.

Dankzij de drie dwarsliggers komen ABP en PGGM niet aan de gewenste driekwart van de aandelen NIB die nodig zijn om bij de bank een statutenwijziging door te voeren. Dat is ook pijnlijk voor de Nederlandse overheid, de grootste aandeelhouder (net iets meer dan 50 procent van de aandelen), die al vorig jaar akkoord is gegaan met de afgesproken prijs van 29,95 euro. Zijn de betrokken VVD-ministers (Zalm en Jorritsma) zulke slechte kooplieden?

ING is een onverwachte opposant. De bank en verzekeraar is door de beleggingen ten behoeve van haar polishouders de grootste eigenaar van aandelen van Nederlandse bedrijven. In tientallen ondernemingen, van ABN Amro tot Unilever, heeft ING substantiële aandelenpakketten. Ook in PCM, uitgever van onder meer NRC Handelsblad.

Het concern is al decennia een aandeelhouder die zich bij conflicten aan de kant van de zittende directies van ondernemingen schaart, die wars is van vijandige overnames door opkopers tegen de zin van datzelfde management en die niet en plein public dwarsligt om een hoger bod af te dwingen.

Jaarlijks trekt de directeur van de Vereniging van Effectenbezitters als zendeling naar ING om de topbelegger hulp te vragen bij het terugwinnen van zeggenschap voor aandeelhouders bij de grote ondernemingen. Tevergeefs.

Dat ING nu zijn spierballen laat rollen zal vergaande gevolgen hebben voor de verstandhouding tussen het concern en het Nederlandse bedrijfsleven. ING en de twee andere dwarsliggers zeggen dat het hen om de prijs gaat, niet om de principes. Met andere woorden: zij willen niet de vorming van een nieuw financieel conglomeraat blokkeren, dat hen op onderdelen concurrentie aandoet. Zij willen gewoon meer geld voor hun effecten Nationale Investeringsbank.

Gezien de driftige manier waarop de koersen van aandelen van banken en levensverzekeraars in Europa omhoog worden gejaagd in de aanloop naar een stroom van continentale samenklonteringen zouden de opposanten een dief van hun eigen portemonnee zijn als zij het niet zouden proberen.

Hun traditie als directievriendelijke beleggers laat echter meer dan voldoende ruimte voor het vermoeden dat de prijs niet het enige bezwaar is. Heeft ING, de machtigste van de prijsbrekers, een eigen agenda om de structuur van de financiële sector naar zijn hand te zetten? Na de verdenking van financiële malversaties is het voeren van industriepolitiek wel de ernstigste beschuldiging die tegen een Nederlandse financiële instelling kan worden ingebracht. Althans, zo gedragen zij zich zelf. Financiers worden niet graag geassocieerd met machtsuitoefening.

In omringende landen is het ook controversieel dat financiële instellingen hun aandelenbelangen en commissariszetels in het bedrijfsleven gebruiken om fusies en overnames te entameren of te blokkeren. Maar dat is nog geen reden om ervan af te zien of het te verbloemen. Deutsche Bank en verzekeraar Allianz zijn spinnen in het Duitse web, in Italië heeft Mediobanca een vergelijkbare rol.

Financiële industriepolitiek heeft een zonzijde en een schaduwkant. Een machtige aandeelhouder kan het eerste (of het laatste) zetje geven voor een nieuwe efficiënte industriële combinatie, maar kan een fusie ook blokkeren. Omdat hij de nieuwe combinatie niet in zijn eigen belang vindt, of niet in het belang van een van zijn protegees in het bedrijfsleven.

Als ING met haar prijsopdrijvende eis het bod op de NIB derailleert, maakt zij geen nieuwe vrienden. De beurskoers kan inzakken. Nieuwe (buitenlandse) overnamekandidaten kunnen zich melden die wel de prijs van ING willen betalen, maar die voor de NIB-directie of voor de overheid niet acceptabel zijn. Onrust rond de NIB is niet iets waar de toezichthoudende Nederlandsche Bank op zit te wachten. En dat weet het bankwezen.

Lukt het ING wel om een hoger bod van de pensioenfondsen af te dwingen, dan is opnieuw een toonaangevende partij in het bedrijfsleven omgegaan naar Angelsaksische praktijken. Het overnamebod dat ABN Amro vorig jaar waagde op de Belgische Generale Bank, die al een fusie met Fortis had afgesproken, maakte duidelijk dat de grootste Nederlandse bank vijandige biedingen niet langer schuwt.

Als het machtsspel van ING rondom de NIB succesvol afloopt, is het verleidelijk om het daar niet bij te laten. Waarom zou ING uit haar rijke collectie beleggingen geen aandelenpakketten aan de hoogst biedende verkopen om een extra overnamepremie op te strijken? Nu ING bij het bod op de NIB de markt is overstegen, zal naast de tucht van de markt ook de tucht van ING heersen in de Nederlandse directiekamers.