Concurrentie bepaalt optieregeling Aegon

De veel bekritiseerde optieregeling van de Aegon-top is niet langer louter afhankelijk van het beursklimaat. Ten opzichte van andere grote Europese verzekeraars en banken moet de Haagse verzekeraar goed presteren, willen de vier bestuurders in aanmerking komen voor de dit jaar toegekende opties – maximaal 100.000 per persoon.

Dat maakte president-commissaris G. van Schaik gisteren bekend tijdens de aandeelhoudersvergadering.

Belangrijkste maatstaf blijft de beurskoers. Die wordt vergeleken met de koersen van negen branchegenoten, zoals ING, Fortis, ABN Amro, Allianz (Duitsland), Axa (Frankrijk) en het Italiaanse Generali. Behoort Aegon binnen dit gezelschap tot de drie grootste stijgers, dan krijgen de managers 100.000 opties. Een plaats in de middenmoot of bij de laatste drie levert respectievelijk 50.000 en 25.000 opties op. Daarnaast moet de winst per aandeel toenemen, andere vervalt het optieplan.

De koppeling geldt alleen voor de raad van bestuur. Het optieplan van het overige personeel blijft rechtstreeks verbonden aan de koers van het Aegon-aandeel.

De raad van commissarissen heeft volgens Van Schaik ,,een aantal keren'' over het plan vergaderd. Aanleiding vormde de toenemende kritiek op de riante optieregeling voor het Aegon-management. Alleen al in 1998 verdienden de bestuursleden daaraan zo'n 25 miljoen gulden per persoon.

De nieuwe regeling moet voorkomen dat Aegon ,,automatisch in de prijzen valt als het prachtig gaat op de beurs. Een koppeling aan de beurskoersen van concurrenten is daartoe de beste remedie; ook in de internationale context'', betoogde Van Schaik. Bestuursvoorzitter K. Storm toonde zich content met de nieuwe opzet van het optieplan.

Niet iedereen deelde die mening. ,,Kern van de zaak blijft de waarde bij verstrekking van de opties'', meende P. de Vries, directeur van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). Om de maatschappelijke verontwaardiging over de optieregeling te voorkomen, suggereerde hij de beloning in opties te koppelen aan een vast bedrag, bijvoorbeeld 10 miljoen gulden. ,,Stijgt de koers van het aandeel, dan krijgen de bestuurders minder opties, maar door goede prestaties kunnen die flink meer waard worden'', aldus De Vries.

Volgens Van Schaik hebben de commissarissen die constructie wel bestudeerd, maar daarvan afgezien omdat dan de verbinding tussen de raad van bestuur en de andere aandeelhouders wordt verbroken. Bij de laatsten is volgens Van Schaik ook geen sprake van aftopping. (ANP)