Bod NIB loopt vast op grootaandeelhouders

Het bod van de pensioenfondsen ABP en PGGM op de Nationale Investeringsbank (NIB) hangt in de lucht, nu beide pensioenfondsen er niet in zijn geslaagd 75 procent van de aandelen NIB te verwerven. Dit bleek gisteren nadat de termijn voor aanmelding van stukken NIB sloot.

PGGM en ABP zouden hun bod gestand doen als zij 75 procent van de aandelen aangeboden zouden krijgen door aandeelhouders NIB. Maar na sluiting van de termijn bleek dat zij, inclusief de aandelen die al in bezit waren en de aandelen die worden gehouden door de staat, niet verder zijn gekomen dan 65,8 procent van het aandelenkapitaal van de NIB.

Woensdag zeiden drie grootaandeelhouders van de NIB, de ING Groep, Fortis en verzekeraar ASR, dat zij het bod van 29,95 euro door ABP en PGGM te laag vonden en hun stukken niet zouden aanmelden. ING houdt 20 procent van de NIB, Fortis 7,1 procent en ASR 5 procent.

ABP-PGGM Capital Holdings, een joint venture van de twee pensioenfondsen waar de NIB in moet worden ondergebracht, maakte gisteren nabeurs bekend zich te beraden op de nu ontstane situatie. Op 7 mei zal bekend worden gemaakt of zij het bod alsnog gestand zal doen. Het halen van minimaal 75 procent van de aandelen NIB is een ontbindende voorwaarde bij de bieding op de NIB, maar die voorwaarde mag worden gewijzigd. PGGM liet gisteren weten dat een verhoging van het bod, die door ING, Fortis en ASR wordt geëist ,,niet waarschijnlijk'' is.