Albanië voelt zich al lid NAVO

Het kan verkeren; het voormalige communistische Albanië, ooit het ijzeren heintje aan de Adria dat van niemand iets moest weten, dweept tegenwoordig met de NAVO. ,,We zijn de facto lid'', zegt de leider van de Democratische Partij.

De Albanese president Rexhep Meidani heeft een heuse celebrity-week achter de rug. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, de Franse president en diens premier, de voormalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de directeur van het Internationaal Monetair Fonds (IMF); Meidani heeft hen allemaal ontmoet. De leider van de `achterbuurt' van Europa wordt ineens met alle egards in de wereld ontvangen.

Wijlen de stalinist leider Enver Hoxha zou zich omdraaien in zijn graf. Albanië, voor wie de NAVO de verpersoonlijking was van het Kwaad, wil nu lid worden van diezelfde NAVO. ,,We zijn de facto al lid van de NAVO'', zei de leider van de oppositionele Democratische Partij en voormalig president Sali Berisha, deze week in het DP-gezinde dagblad Albania. Hij doelde onder meer op de toelating van NAVO-troepen op Albanees grondgebied.

Het onafhankelijke dagblad Gazeta Shqiptare meldde dat het NAVO-lidmaatschap voor Albanië `onderweg' is. ,,Het jaar 2000 kan succesvol zijn voor de Albanese economie. De generositeit van de machtigste politieke en financiële lobby's zijn aan haar kant'', aldus het dagblad in zijn commentaar.

Anderen lopen minder hard van stapel, maar ventileren wel hardop hun hoop op medewerking. ,,We willen integreren in de Euro-Amerikaanse mainstraim'', zei president Meidani tegen de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Albright, tijdens de viering van het vijftigjarig bestaan van de NAVO.

Albanië mag zuchten onder de last van ruim 350.000 vluchtelingen, de Albanese Kosovaren hebben het land wel in een klap op de wereldkaart gezet. Albanië hoort erbij. En de bevolking is trots. Voor de opera op het belangrijkste plein van de Albanese hoofdstad Tirana, het Skenderbeg-plein, hangt een enorm spandoek. `NAVO in Kosovo' staat erop geschreven. Aan de ene kant hangt tegen de blauwe achtergrond de witte ster van de NAVO, aan de andere kant de tweekoppige adelaar van Albanië.

De lovende woorden die Albanië tot nu toe heeft ontvangen voor zijn hulp aan de vele vluchtelingen ziet het land het liefst omgezet in daden. Zo wil Albanië niet alleen lid worden van de NAVO, ook zoekt ook toenadering tot de Europese Unie. Afgelopen week nog sprak de Albanese minister van Buitenlandse Zaken, Paskal Milo, met zijn collega's van de Europese trojka: Oostenrijk, Duitsland en Finland. Daar bracht hij het associatieverdrag met de EU ter sprake, voorloper van het echte lidmaatschap.

Zijn collega Ermelinda Merki van Economische Zaken sprak bijna dezelfde tijd over toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Genève. Deelname aan de WTO zou meer buitenlandse investeerders aantrekken. Albanië had overigens het WTO-lidmaatschap al in 1992 aangevraagd en werd toen waarnemer. Massale rellen in 1997 dwarsboomden echter een volwaardige toetreding.

Maar de politici zijn niet helemaal gerust op het antwoord op al hun aanvragen. Minister Milo van Buitenlandse Zaken heeft gewag gemaakt van de bezorgdheid in Albanië dat Macedonië wordt voorgetrokken door het Westen. De bewindsman wees daarbij fijntjes op het aantal vluchtelingen dat Macedonië heeft opgenomen en op de beperkingen opgelegd aan NAVO-troepen op Macedonische grondgebied. Buurland Macedonië heeft nu ruim 154.000 Kosovaren opgevangen, Albanië ruim 370.000. En de Albanese regering benadrukt iedere keer te willen helpen bij een mogelijke grondinvasie door NAVO-troepen. ,,Toch hebben Albanezen soms het gevoel dat Macedonië het lievelings-kind van de internationale gemeenschap is'', aldus Milo.

De bereidheid om NAVO-troepen te helpen, komt tot uitdrukking op het vliegveld Rinas, vlakbij Tirana. Het vliegveld, waar twintig jaar geleden twee stokoude en versleten MiGs de Albanese onschendbaarheid bewaakten, is één groot, druk NAVO-kamp. De bewaking is in handen van de Amerikanen. Dezen houden, met honden aan een ketting, de honderden Albanese jongens en mannen op een afstand die zich iedere dag verdringen achter de hekken, op zoek naar werk. Bij die eens zo verguisde NAVO.