32 miljard rijker

We zijn stukken rijker met zijn allen dan we jarenlang gedacht hadden. Om precies te zijn: het Nederlandse bruto binnenlands product was vorig jaar bijna tweeëndertig miljard gulden hoger dan officieel was geraamd. Nee, dat lag niet aan verzwegen inkomstenbronnen of aan de erkenning dat de Nederlandse economie een omvangrijke zwarte sector kent. Het CBS, de oerdegelijke verwerker van de nationale statistieken, heeft zijn berekeningen bijgesteld. Dat is gebeurd in overeenstemming met Europese richtlijnen. Het Nederlandse bbp laat zich nu beter internationaal en Europees vergelijken.

Maar curieus is het wel. De computer van het gezonde gevoel kan weliswaar aangeven dat de Nederlandse welvaart groter is dan de officiële mantra's van loonmatiging en soberheid doen vermoeden, kennelijk is jarenlang op grond van onderschatte gegevens het macro-economische beleid gevoerd. Steeds langere files, steeds krachtiger computers, steeds frequenter vakanties, steeds hogere huizenprijzen - het zijn slechts enkele oppervlakkige aanwijzingen van nationale rijkdom. De nieuwe CBS-berekeningen vormen niet meer dan een statistische bevestiging.

Toch blijft het opmerkelijk dat nu pas is bedacht om af te schrijven op dijken en wegen, om software als immateriële activa mee te tellen, de beloning van de mensen in sociale werkplaatsen als loon (en niet als uitkering) te beschouwen en om de lease-auto zwaarder mee te tellen als inkomen in natura. Of dat de invoer en uitvoer ieder maar liefst vijftig miljard gulden hoger worden geraamd, het arbeidsvolume vier procent hoger en de overheidsbestedingen 2,9 procent. Al met al komt het bbp 4,2 procent hoger uit op 782 miljard gulden (1998).

DE HERZIENING roept vragen op over het cijferfetisjisme waarvan de Nederlandse politiek is doordrenkt. Want met de aanpassing van het bbp veranderen ook allerlei cijfers die de grondslag vormen van het beleid. Door het zogenoemde noemereffect (het bbp staat onder de streep in macro-economische verhoudingsgetallen) nemen het financieringstekort en de staatsschuld af, terwijl het inkomen per hoofd van de bevolking juist toeneemt. Bbp-gerelateerde uitgaven, zoals voor ontwikkelingssamenwerking, kunnen na de herziene berekening iets omhoog.

Nederland heeft er door een statistische bijstelling in één keer 32 miljard gulden bijgekregen in de totale toegevoegde waarde van de economie. Dat is ruwweg evenveel als de economische omvang van Ecuador of Kroatië en vier keer zoveel als die van Albanië en Macedonië samen. Anders gezegd: Nederland is nog welvarender dan we al wisten.