Waterschapsland

e waterschappen houden verkiezingen in de provincies Noord- en Zuid-Holland. Het Hoogheemraadschap van Delfland, waaronder mijn gemeente valt, zorgde voor huis-aan-huis bezorgde krantjes met informatie en portretten van de kandidaten. Van een enkele kandidaat kwam zelfs een stemfolder in de bus. Zoveel initiatief hadden de kandidaten voor de Provinciale Staten een maand eerder niet getoond.

Waterschappen. Eigenlijk ligt daar het eeuwenoude fundament van het poldermodel dat tegenwoordig tot in Washington aandacht trekt. In de Middeleeuwen, toen de eerste waterschappen gevormd werden, beseften de bewoners van de Hollandse delta dat ze moesten samenwerken om het water buiten hun huizen en akkers te houden. Ze hielden zich bezig met de verdediging tegen het water en met de afwatering. Heden ten dage zijn daar taken bijgekomen zoals milieuzorg, waterzuivering, aandacht voor watersporters en vissers, kortom wat in het steriele bestuurlijke jargon `duurzaam waterbeheer' wordt genoemd.

Twee dingen zijn opmerkelijk aan de waterschapsverkiezingen. Ten eerste dat de kiezers onderverdeeld worden naar bezit. Iedere meerderjarige burger mag een stem uitbrengen, maar daarnaast genieten eigenaren van onroerend goed, van kassen en van landbouwgrond het voorrecht van een aparte stem. Dat is historisch zo gegroeid, maar er zou bij andere verkiezingen toch raar opgekeken worden als (bijvoorbeeld) automobilisten of huiseigenaren een extra stem mogen uitbrengen.

Opvallend is ook de achtergrond van de kandidaten. Ze zijn afkomstig uit natuur- en milieu-bewegingen of uit het ingenieurswereldje van Waterstaat. Anderen hebben ervaring in lokaal bestuur, of worden gesteund door vrouwen-, plattelands-, en kerkelijke organisaties. Voor zover aangegeven liggen de politieke voorkeuren bij VVD en CDA, een gevolg van de agrarische en onroerend goed-vertegenwoordiging. Andere partijen - PvdA, D66, GroenLinks, SP – zijn begonnen aan de lange mars naar het bestuur van de waterschappen.

Door hun vertegenwoordiging van belanghebbenden worden waterschappen als de oudste democratisch gekozen instellingen ter wereld beschouwd. Hiermee spelen de waterschappen een rol in een academisch debat dat woedde in de jaren zestig en zeventig. Dat zat zo.

In 1957 publiceerde Karl Wittfogel, een van oorsprong Duitse sociale wetenschapper en pionier van de Amerikaanse China-studies, een opzienbarend boek, Oriental Despotism. Voortbouwend op Marx' begrip van de Aziatische productiewijze ontwikkelde hij de theorie van de hydraulische samenleving. Kort en goed kwam deze er op neer dat prekapitalistische samenlevingen waarin het beheer van de waterhuishouding, aanleg van grote waterwerken en irrigatiesystemen een sleutelrol speelden, zich hadden ontwikkeld tot gecentraliseerde, despotische bureaucratieën. China gold als hét voorbeeld.

De hydraulische samenleving was een schitterend gevonden begrip. Het pretendeerde te verklaren waarom de Aziatische ontwikkeling anders was verlopen dan die van Europa. De sleutel was het watermanagement. Aanleg, onderhoud en beheer van grootschalige waterwerken vereisten een omvangrijke bureaucratie. Deze bureaucratie was uitgegroeid tot een despotisch bestuur.

Wittfogel ging nog een stap verder. Hij beweerde dat de Aziatische bureaucratische complexen (volgens Wittfogel niet alleen China, maar ook Rusland), het oriëntaals despotisme van de hydraulische samenlevingen, hun voortzetting vonden in het totalitaire communisme van de grote roerganger Mao Ze Dong in de Volksrepubliek China.

Hiermee haalde Wittfogel zich de woede op de hals van de China-bewonderaars in Nederland. Professor Wertheim, hoogleraar niet-westerse sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, had eind jaren zestig een spraakmakend groepje academische Mao-apologeten om zich heen gevormd.

Mao's China beschouwden ze als het toonbeeld van socialistische emancipatie.

Met zijn theorie verstoorde Wittfogel dit beeld. In Evolutie en Revolutie (1971), Wertheims loflied op de `golfzang der emancipatie', kreeg hij er flink van langs. Wittfogels theorie, aldus Wertheim, is ongefundeerd en komt neer op opzettelijke blindheid. ,,Zijn doctrine dient om te laten zien dat noch de Sowjet Unie noch China iets hebben te bieden dat andere volken zouden kunnen begeren [...] Het meest onwerkelijke aspect van Wittfogels leer is (echter) de ontkenning van werkelijk `moderne' kanten in de sociale bouw van de Sowjet Unie en de Chinese Volksrepubliek.''

Wat had dit met de waterschappen te maken? De Nederlanden waren een typische hydraulische samenleving. Toch had de noodzaak van het waterbeheer in de Middeleeuwen hier niet geleid tot het ontstaan van oriëntaals despotisme, maar juist tot de eerste vormen van democratisch gekozen bestuur. Later liep de Republiek voorop in de overgang van feodalisme naar een moderne kapitalistische samenleving.

Ook al had dit geen enkele betekenis voor de ideologische vertogen die Wertheim over Mao's China verkondigde, de waterschappen weerlegden Wittfogels theorie dat waterbeheer moest leiden tot despotisme. Gelukkig proberen de Chinezen zich tegenwoordig langs kapitalistische weg te ontworstelen aan het bureaucratisch centralisme. En mochten de ingelanden van de waterschappen de afgelopen twee weken hun democratische invloed uitoefenen.

rjanssen@nrc.nl