VERSCHILLEN

Schotland en Engeland zijn buren maar tussen de twee landen gaapt een wereld van verschil:

Taal `Gàidhlig', de Schotse versie van het Keltisch, stamt uit Ierland. In de derde eeuw na Christus werd de taal geïntroduceerd in Schotland. Daarna won die taal razendsnel terrein. Na het eerste millennium werd er in Schotland niets anders gesproken. Sinds de elfde eeuw liep het gebruik van de taal geleidelijk terug.

Die neergang begon dus al ver voor de Unie van Schotland met Engeland in 1707. Halverwege de vorige eeuw sprak de helft van de Schotse bevolking nog altijd Keltisch. Daarna kwam het Keltisch sterk onder druk te staan. In de Britse onderwijswet van 1872 werd het Keltisch niet erkend als officiële taal. Kinderen die het waagden op school Keltisch te praten, werden zwaar gestraft.

Intussen zijn er niet meer dan 80.000 Schotten over die het Keltisch beschouwen als hun eerste taal. De meesten wonen op de eilanden aan de westkant. Verdere teloorgang van de taal lijkt inmiddels gekeerd door invoering van tweetalig onderwijs (Keltisch en Engels) en subsidiëring van radio-uitzendingen in het Keltisch.

Het algemeen beschaafd Schots onderscheidt zich van het Engels door woordgebruik, zinsbouw en accent waarvan de woest rollende `r' het meest bekende kenmerk is.

Geld Alle Schotse banken hebben het recht hun eigen bankbiljetten uit te geven. Drie banken maken van die mogelijkheid gebruik: de Royal Bank of Scotland (opgericht in 1727), de Bank of Scotland (opgericht in 1695) en de Clydesdale Bank (eigendom van de National Australia Bank). Maar de waarde wordt bepaald door de Britse regering. Een Schots pond is net zoveel waard als een Engels pond of een Noord-Iers pond.

Onderwijs Schotland heeft een eigen onderwijssysteem dat zich op een aantal essentiële punten van het Engelse systeem onderscheidt.

Schotland kent een andere aanpak van examens. Schotland boekt in het voortgezet onderwijs gemiddeld aanzienlijk betere resultaten dan andere delen van het Verenigd Koninkrijk. Schoolvakanties in Schotland beginnen gewoonlijk twee weken eerder dan in Engeland.

Religie Groot-Brittannië kent twee staatskerken: in Schotland de presbyteriaanse Church of Scotland, in Engeland de anglicaanse Church of England die in 1534 ontstond nadat koning Hendrik VIII brak met de katholieke kerk.

Het staatshoofd verplicht zich bij zijn kroning om beide kerken te verdedigen in hun eigen werkgebied. Hij is lid en leider van de Church of England.

Over de Church of Scotland (ook `Kirk' genoemd) heeft hij niets te zeggen. Deze kerk kent een presbyteriaanse organisatie: ze wordt bestuurd door kerkraden die bestaan uit predikanten en ouderlingen (presbyters).

De Church of Scotland ontstond in de zestiende eeuw tijdens de roerige Schotse reformatie, is geënt op de voorbeschikkingsfilosofie van Calvijn, en vertoont sterke overeenkomsten met de gereformeerde kerken in Nederland. Rechtssysteem Schotland heeft een eigen rechtssysteem dat het midden houdt tussen het continentale systeem en het gewoonterecht dat in Engeland, Wales, de Verenigde Staten en het grootste deel van het Gemenebest wordt gehanteerd. Het Schotse systeem is sterk beïnvloed door Romeinse wetgeving, feodale wetten, kerkwetten en lokale gebruiken. Kenmerkend voor het Schotse systeem is het vonnis: `niet bewezen'. Dit wil zeggen dat er onvoldoende bewijs is om de verdachte schuldig te verklaren, maar dat er wel degelijk verdenking blijft bestaan.