`Transnationale juridische onderneming'

De stap die advocatenkantoor DSH zet door te fuseren met vijf grote buitenlandse kantoren tot een organisatie met meer dan 1.400 advocaten in 31 vestigingen is voor Nederlandse begrippen ongekend.

De advocatuur in Nederland vormt een groeimarkt bij uitstek. De kantoren groeiden vorig jaar met gemiddeld 6,2 procent. Binnen de topdertig van grootste kantoren lag dat gemiddelde op 9,7 procent, binnen de toptien zelfs op 10,6 procent. Dat heeft alles te maken met de concentratietendens in deze sector. Derks Star Busmann Hanotiau opereert binnenkort met 1.400 advocaten, en 3.000 medewerkers in 19 `jurisdicties'. ,,Wij creëren met deze fantastische stap een sterke transnationale juridische onderneming, waar de markt om vraagt'', zegt mr. F.M. Vermeulen, bestuursvoorzitter van DSH.

Het kantoor, dat eind vorige eeuw in Utrecht werd opgericht, telde in 1970 nog tien advocaten. Door een trits van fusies eind jaren tachtig en begin jaren negentig – onder andere met het Brusselse Hanotiau – omvat DSH nu 225 advocaten, mét notarissen en belastingadviseurs zo'n 250 man.

Dat is al heel groot, waarom nog groter?

Vermeulen: ,,Om te beginnen hebben we die groei nooit bewust nagestreefd. Het komt op je weg. Maar als je eenmaal zo groot bent en een `full service-kantoor' wilt zijn, moet je op alle juridische terreinen genoeg kritische massa hebben. We tellen zestien strategische groeisectoren en specialismen. Dus als je bijvoorbeeld cliënten in de bouwwereld hebt, moet je die kunnen bijstaan op het gebied van bouwrecht, aanbestedingsrecht, recht van de ruimtelijke ordening, milieurecht en wellicht huurrecht en mededingingsrecht. Op al die terreinen moet je specialisten onder één dak hebben en dat impliceert een groot kantoor. Dat is een keus. Je kunt als advocaat ook kiezen voor een kleiner niche-kantoor dat is gespecialiseerd op een bepaald terrein. Die kantoren hebben een belangrijk bestaansrecht. Maar wij hebben al lang geleden voor full service gekozen. Je kunt de geschiedenis nu eenmaal niet ongedaan maken.''

Wat is het voordeel van een internationale alliantie?

,,We krijgen steeds meer cliënten die internationaal opereren. Als die hier een beroep doen op juridisch advies of bijstand, moeten ze dat veelal ook doen in het buitenland waar ze actief zijn. Je kunt dan zeggen dat je service bij de grens ophoudt, maar het is veel prettiger de cliënt die grens te helpen oversteken en hem – transnationaal – naadloos over te dragen aan een buitenlands kantoor dat van dezelfde organisatie deel uitmaakt. Daarbij komt dat we nu zogeheten Practice Groups kunnen vormen, waarbinnen specialisten uit de verschillende landen hun kennis inbrengen. Met die kennis verrijk je je eigen, nationale sectoren weer.''

Heeft u er ook behoefte aan in zee te gaan met accountants?

,,Nee, om te beginnen kan dat niet op grond van de gedragsregels van de Nederlandse Orde van Advocaten, maar accountancy behoort ook niet tot onze `core business'. We hoeven ook niet te vrezen voor de situatie dat de buitenlandse kantoren wel met accountants werken. Wij hebben geen van allen dergelijke plannen, om de eenvoudige reden dat iedereen het gevaar ziet van incomptabiliteit. De beroepsethiek van beide professies is eenvoudig onverenigbaar. Je kunt daar cliënten door kwijtraken, maar ik ben daar niet bang voor. Je ziet dat vooral middelgrote kantoren willen gaan samenwerken met accountants, de echt grote niet. Dat wil overigens niet zeggen dat we niet zouden kunnen samenwerken met accountantskantoren.''

Hoe moet dat straks gaan met de honorering, want de tarieven verschillen van land tot land?

,,Die blijft zoals die is in elk land. Dat geldt dus ook voor de honoraria. Er komen natuurlijk wel centrale winstdelingsregelingen. En het is denkbaar dat een grote cliënt in elk land hetzelfde tarief wil betalen. Dat kan. Wellicht resulteert dat in een aderlating voor de Britse confrères, terwijl dat voor ons een tarief betekent waar we nooit van gedroomd hadden, om maar iets te noemen. Wie weet? In financiële zin laat alles zich regelen zoals je dat zelf wilt.''

Advocatenkantoren van deze omvang worden echte ondernemingen. Vindt u dat wenselijk?

,,Als advocaat ben je altijd ondernemer, want je moet je bedrijf runnen. Maar dat alles staat los van het feit dat je als advocaat in de eerste plaats je zaken goed moet doen. Wij zijn niet voor niets gebonden aan gedragsregels.''

,,Maar overigens zijn ook die regels mét de advocatuur in de loop der jaren een stuk liberaler geworden. Neem het verbod op reclame voor je kantoor. Vroeger ging dat zover dat je uitsluitend achter je bureau zat. Als je naar buiten trad kon dat worden uitgelegd alsof je cliëntèle aan het werven was. Dus als je de burgemeester als cliënt had kwam die naar jou toe en niet andersom. Dat kan vandaag de dag niet meer. Het advocatenkantoor is inderdaad meer op een echte onderneming gaan lijken, compleet met public relations en marketing.''

Maar u spreekt over de relatie met uw cliënten als `partners in business'. Wat blijft er dan nog van uw onafhankelijkheid over?

,,Je zit als advocaat met je cliënt in die business. Maar daarbij blijf je onafhankelijk. Als je met een cliënt een contract opstelt is het dus je plicht als advocaat te wijzen op mogelijke problemen, die je voorziet vanuit je rechtspraktijk.''

Hoe weet die cliënt straks dat hij bij het Zweedse kantoor een even goede advocaat heeft als bij u in Nederland?

,,We gaan werken aan een gemeenschappelijke kwaliteitsnorm. Hoe dat precies moet weet ik niet, maar dat die norm er komt staat vast. Een `quality group' gaat zich over die problematiek buigen. In het begin zal dat een forse investering eisen, maar het levert je een sterkere positie op en dus verdien je het weer ruimschoots terug.''