Pollini twinkelt bij Concertgebouworkest

Vaak slaan ze de handen niet ineen, maar als dat gebeurt, leidt dat tot bijzondere resultaten. Vijfentwintig jaar geleden debuteerde de Milanese meesterpianist Maurizio Pollini, nu 57, bij het Koninklijk Concertgebouworkest met Beethovens Vierde pianoconcert. Sindsdien soleerde hij er nog een enkele maal, zoals tien jaar geleden tijdens de Luzerner Festwochen in Schumanns Pianoconcert. Deze week is Pollini terug bij het door zijn stadgenoot Riccardo Chailly geleide Concertgebouworkest, en is hun transparante lezing van Schumanns concert ook in Amsterdam te beluisteren.

Communicatie en kleuring hebben beide partijen hoog in het vaandel. Met name in het eerste en het laatste deel van het Pianoconcert ontstaan er twinkelende dialogen tussen de pianist, het orkest en zijn solisten. Zo spelen hoboïst Werner Herbers en klarinettist George Pieterson menig motivisch één-tweetje met Pollini en pakt Chailly het nu en dan bijna Bach-achtige lijnenspel van Pollini handig op door blazers en slagwerk een barokke kleuring mee te geven, die ondanks stevige bezetting geen moment vertroebelt.

In de hoekdelen is het Concertgebouworkest een vliegensvlugge schaduw voor de uitgewogen tempokeuze en natuurlijk ademende versnellingen en vertragingen van de solist. Het langzame middendeel fungeert bij Pollini en Chailly als een improvisatorisch intermezzo, waarin de dialoog tussen orkest en solist meer de teugel wordt gelaten. Op het rommelige af bijwijlen, al werkt dit geen moment storend.

Na de pauze speelde het orkest een goeddeels briljante Eerste symfonie van Mahler, in ieder nootje tintelend, in iedere maat dansend, terwijl over het geheel een dwingende architectonische boog werd gelegd. Frivool was het openingsdeel, maar spannend tot en met. Romaans-operatesk laat Chailly het Trio scharnieren in het daaropvolgende Scherzo. In het derde deel zal zelfs de meest doorgewinterde concertbezoeker een koude rilling moeten onderdrukken bij de navrante paukenpendel van Marinus Komst, met daaroverheen, vanuit de eenzame contrabas beginnend, de steeds luider aanzwellende kinderdreun Bruder Martin, schläfst du noch. En wat een ontladende kracht heeft die slothymne, door de zeven hoornisten staande ten gehore gebracht.

Concert: Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly m.m.v. Maurizio Pollini, piano. Gehoord: 28/4 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 29/4. Radio 4: 20/6 14 uur.