Modieuze hommage aan klassieke dans

Het gebeurt niet vaak bij Het Nationale Ballet, maar voor het tourneeprogramma, dat traditiegetrouw het seizoen afsluit, heeft een jonge choreograaf een opdracht gekregen. De in Engeland opgeleide David Dawson, die nu vier jaar bij het gezelschap danst, is 27 jaar. Psychic Whack is het vervolg op Born Slippy, dat hij in 1997 voor de jaarlijkse choreografie-workshop maakte.

Het ballet is gezet in een naargeestig kale ruimte en bestaat uit twee delen. In het eerste deel treden vier vrouwen aan die aanvankelijk alleen of samen dansen, maar vervolgens allerlei formaties vormen met vier mannen. Duetten zijn de belangrijkste ingrediënten. Het tweede deel geeft ruim baan aan een vijfde koppel, dat als door een vergrootglas het slopende spel van aantrekken en afstoten nogmaals speelt. Zij (Sofiane Sylve) wijst hem (Gaël Lambiotte) af, gaat dan toch op zijn avances in en laat hem daarna vallen als een baksteen.

Psychic Whack betekent gebroken, niet alleen emotioneel, maar ook fysiek. Dawson heeft zijn collega-dansers inderdaad een pittige kluif voorgeschoteld. In rap tempo en met een krachtige dynamiek boren de dames hun spitzen in de grond en zwiepen hun benen vaak en hoog op. De heren liften hen en maken achterwaarts gedraaide sprongen. Het dansvocabulaire is een hommage aan de technische virtuositeit van het 19de-eeuwse, romantische ballet. Het jachtige en doortastende van de jaren negentig geven er een eigentijdse draai aan, net als de speciaal voor dit stuk gecomponeerde collage van tonen en klanken van Thom Willems. Psychic Whack kan voor jongeren een modieuze kennismaking met de academische dans zijn.

Een beginnend choreograaf moet (kunnen) groeien. Dat geldt ook voor Dawson. Hij moet oppassen dat zijn vorm geen leeg trucje wordt. Iets meer nuance zou zijn werk niet misstaan. De vijf vrouwen, zo meldt het programmaboek, komen uit balletten van Marius Petipa en Lev Ivanov. Een wit lijfje verwijst naar de witte, een zwart lijfje naar de zwarte zwaan uit Het Zwanenmeer (1895).

Prinses Aurora uit De schone slaapster (1890) is in het goud en maakt inderdaad de befaamde snoekduik. De suikerfee uit De Notenkraker (1892) heeft als kleur lichtblauw en het meisje Kitri uit Don Quichotte (1869), dat te herkennen is aan Spaanse heupdraaien, rood.

Deze wetenswaardigheden zijn op zich niet belangrijk, maar het karakterverschil tussen deze `leading ladies' had scherper gekund. Alleen de zelfverzekerde, gepassioneerde zwarte zwaan onderscheidt zich duidelijk. Zij is de soliste uit het tweede deel. Kennelijk voelt Dawson zich meer op z'n gemak in het werken met één paar dan in het werken met een groep dansers.

Twee reprises maken de avond tot een aantrekkelijk geheel. De helderheid, kracht en tederheid uit het duet Twilight (1972) van Hans van Manen zijn een genot. Het spetterende groepsstuk In the Upper Room (1986) van Twyla Tharp overtuigde meer dan in afgelopen september.

Gezelschap: Het Nationale Ballet. Nieuw werk: Psychic Whack, choreografie en kostuums: David Dawson, muziek: Thom Willems. Reprises: Twilight van Hans van Manen en In the Upper Room van Twyla Tharp. Gezien: 28/4, Stadsschouwburg, Amsterdam. Tournee t/m 12 mei. Inl.(020) 5518225.