Medicijnkosten

EEN APOTHEKER is een winkelier bij wie de leveranciers de spullen voorverpakt aanleveren en de klanten de bestellingen met een briefje komen afhalen. Dat is niet het zelfbeeld van de apothekers. Ze beschouwen zichzelf als onmisbare schakels in de gezondheidszorg, geduldige begeleiders van patiënten en zorgvuldige adviseurs op het gebied van medicijnengebruik. Én als de slachtoffers van de inkomenspolitiek van minister Borst (D66, Volksgezondheid).

De afgelopen dagen liepen de apothekers te hoop tegen voorstellen van Borst om verder te korten op de apothekersvergoedingen. Borst heeft inmiddels ingebonden: een bezuiniging van 75 miljoen gulden op de vergoeding voor voorgeschreven recepten heeft ze ingetrokken. Aan deze zoveelste episode in de strijd om de kosten van de pillen vallen twee aspecten op: de positie van Borst en de financiering van de medicijnen.

Niet voor het eerst kondigt Borst een maatregel aan die ze vervolgens weer intrekt. Zo ging dat met de pil, het kunstgebit, de medicijnenbijdrage, de hulpmiddelen en nog meer. Dan weer kwam Borst met een plannetje dat niet goed was doordacht, dan weer liet ze een voornemen vallen onder druk van belangenlobby's binnen of buiten de Kamer. Borst is een zwalkende minister.

DE APOTHEKERS hebben een consistente lijn. Als private ondernemers verzetten ze zich tegen overheidsingrepen in hun inkomens. Maar zij zijn zelfstandigen die opereren in een verzekerde markt: de farmaceutische industrie levert, de artsen schrijven voor, de klanten slikken, de ziekenfondsen/verzekeraars – en uiteindelijk de premiebetalers – betalen de rekeningen.

Het vergoedingenstelsel voor de apothekers is een onlosmakelijk onderdeel van de kosten van de gezondheidszorg. In het regeerakkoord is afgesproken dat deze kosten jaarlijks met ruim twee procent mogen stijgen, maar de medicijnenkosten nemen veel forser toe. Na de prijzenwet voor medicijnen van het kabinet-Kok I besloot Kok II om in te grijpen in de inkoopkortingen en bonussen die apothekers ontvingen van de farmaceutische industrie (en niet doorgaven in de vorm van lagere prijzen voor de consumenten) en om de receptvergoedingen te beperken. In de bonussen is inmiddels het mes gezet. Ter demping van de onvrede hierover onder de apothekers beloofde Borst een onderzoek naar hun praktijkkosten. Voordat de resultaten van dat onderzoek bekend waren, kwam de minister met nieuwe strafkortingen die ze vervolgens weer heeft ingetrokken. De Kamer had gisteren veel kritiek op dit wisselende beleid.

De tussenstand is dat de apothekers een adempauze hebben gewonnen in de slag om hun inkomens. Borst heeft een nieuw financieel probleem – een gat in de uitgaven voor de gezondheidszorg. Door de nasleep van de Bijlmerenquête is haar politieke positie toch al verzwakt. De controverse over de gezondheidsklachten van de Bijlmerslachtoffers tussen Kamerlid Oudkerk (PvdA) en Borst zet zich voort op het terrein van de medicijnenkosten. Oudkerk wil de apothekers verder uitknijpen.

DE STRIJD om de beheersing van de medicijnenkosten is niet beslecht. Uiteindelijk komt het neer op beleid om artsen aan te sporen zorgvuldiger – en kostenbewuster – voor te schrijven en om de farmaceutische industrie te bewegen tot lagere prijzen. Gezien de Europese regelgeving staat dat laatste buiten het bereik van het Nederlandse kabinet. Nieuwe ingrepen in de vergoedingen van apothekers liggen daarom voor de hand. De vraag is of de huidige minister daarvoor nog de politieke overtuigingskracht heeft.