Leider

Ik ben bij de Leider op bezoek geweest. Hij bevindt zich tegenwoordig in een riante crypte in zijn geboorteplaats, niet ver van Ravenna. Hij ligt daar in een grote ruwe sarcofaag, met zijn eigen forse kop erboven, vrouw en moeder links en rechts, handenvol kaarsen aan zijn voeten, twee dozijn verse boeketten om hem heen, en altijd bezoek.

Mussolini's `Fasci di Combattimento' kwamen in 1919 voort uit dezelfde mengelmoes als Hitlers nazi's: de angst van de burgerij voor het aanrollende socialisme, het geld van industriëlen, en de wrok van vernederde frontsoldaten. Bij Mussolini waren dat vooral de `Arditi': ex-commando's met zwarte hemden en doodskopemblemen – later gepikt door de Waffen-SS. Ze spraken enkel in de geschreeuwde dialogen tussen commandant en troepen. Hun taal, kleding en folklore werden als `typisch Italiaans mannelijk' overgenomen door Mussolini – en later door fascisten en nazi's over heel Europa.

Toch begon Mussolini als veelbelovend socialist. Hij was al op zijn 29ste een briljant hoofdredacteur van het partijblad `Avanti!'. Later zou Lenin de Italiaanse socialisten nog grote verwijten maken dat ze Mussolini hadden laten schieten: hij was in de ogen van Moskou de aangewezen leider geweest voor de grote rode revolutie in Italië. Gramsci, Nenni, Mussolini, zo'n rijtje had het ook kunnen worden.

Nu staan vier jongetjes met kale koppen elkaar te fotograferen voor de tombe van de Leider. Op de knielbank ligt het dikke gastenboek met duizendmaal: `Duce, dank!'. Zo meteen weer een touringcar met ouderen. Het is Lourdes zonder wonderen.