Kosovaren beschrijven massamoord op mannen

Honderden Kosovaarse vluchtelingen die gisteren aankwamen bij de Albanese grensplaats Morina, vertellen over een recente, grootschalige massamoord door Servische troepen.

Meer dan honderd mannen van vijftien jaar en ouder zouden gisteren door een Servische eenheid bij het dorpje Meja uit een vluchtelingenkonvooi zijn gehaald en naar een weiland zijn afgemarcheerd. Later hoorden de vluchtelingen uit de verte schoten. Gisteravond kwamen de overlevenden, vrijwel uitsluitend vrouwen, aan in Morina.

Het konvooi, dat uit ongeveer zestig tractors met aanhangers bestond, was voor het merendeel afkomstig uit het dorpje Dobrosh. Een tweede vluchtelingenkonvooi trok enkele uren later langs dezelfde weg en beschreef een weiland dat bezaaid was met tussen de honderd en tweehonderd lichamen van mannen. Volgens sommige getuigenissen was een poging gedaan een deel van de lijken te verbranden.

De vluchtelingen die gisteren bij de Albanese grensplaats Morina aankwamen, zijn voor het merendeel afkomstig uit dorpen rond de zuidelijke stad Djakovica, waar ze naar eigen getuigenis gisteren rond twaalf uur 's middags door gemaskerde Serviërs uit hun huizen werden gedreven. Na hun vertrek werden veel huizen in brand gestoken. Ook over het begin van de deportatie worden wreedheden gemeld. Zo zouden een twaalftal doden gezien zijn bij een school in het dorp Oriza en zouden bejaarden zijn gedood die weigerden te vertrekken.

Het aantal vluchtelingen is de afgelopen dagen weer toegenomen. In Albanië arriveerden volgens de VN-hulporganisatie UNHCR gisteren 3.300 Kosovaren, in Macedonië vijduizend. Veel vluchtelingen kwamen uit Ade, bij Priština, en uit de stad Prizren. (AFP)