In de war

Toegegeven, op zaterdag had beter moeten worden nagedacht, maar toen moesten ritsen boodschappen gedaan worden teneinde een flitsend diner te serveren, compleet met een prachtig toetje en desertwijn. Zondagochtend bleek de tandpasta op. Naar de Etos. ,,Jongen, blijf nou van het snoep af'', riep een moeder door de winkel. ,,Ik wil naar buiten'', riep het zoontje terug. ,,Neem dat kind toch mee naar Artis'', mompelde de klant van de lege tube tandpasta. Maar volgens HP/De Tijd doen ouders dat steeds minder. Ook spelletjes behoren niet meer tot het opvoedingsrepertoire. ,,We heben het te druk en vinden niet meer de rust om pakweg poppenkast te spelen – alleen het idéé al! Nee, we gaan naar de woonboulevard of naar McDonald's'', zegt een geïnterviewde in het verhaal over ouders die in de war zijn, omdat opvoeden niet meer is wat het bijvoorbeeld in de jaren '50 was: duidelijke regels en ieder wist zijn plaats. In veel gezinnen wordt tegenwoordig met kinderen onderhandeld, ouders willen bevriend zijn met hun kroost en tobben over de vraag welke waarden zij moeten overdragen. Maar al het getob ten spijt blijkt zo'n 80 procent van de ouders het gewoon goed te doen – dat verdient dus zeker ook een verhaal.

Het heeft er alle schijn van dat ook de Kamer in de war is sinds de verschijning van het rapport van de enquêtecommissie Bijlmerramp. Bewindslieden en Kamerleden buitelen in de media met zin en onzin over elkaar heen. Premier Kok, die zes jaar geen pink heeft uitgestoken, beweerde kort na de verschijning heel manhaftig dat ,,het rapport vormfouten bevatte en dat enkele harde conclusies onvoldoende onderbouwd zijn'', aldus Elsevier, dat niet uitsluit dat de politieke conflicten rond het Bijlmerrapport uit de hand kunnen lopen. Oud-premier Barend Biesheuvel bekritiseert het snelle optreden van Kok: ,,Ik zou zeggen: ministers houdt uw mond, het oordeel is nu aan de Kamer. (...) Maar nu valt hij de commissie en daarmee de Kamer aan en dat is onverstandig.'' Ze zijn dus net gewone mensen – die maken, gelijk een kat in het nauw, ook vreemde sprongen. In het Haagse jargon heet dit `politiek manoeuvreren'. In gewoon Nederlands: wat zijn ze bang voor hun politieke hachje.

Gelukkig voor minister Peper van Binnenlandse Zaken dat het `enquête-geweld' hem niet treft, zodat hij alle tijd heeft om maatregelen te nemen die (uiteindelijk) het supportersgeweld met wortel en tak dienen uit te roeien. Afschaffing van het betaalde voetbal zou wellicht een oplossing zijn, maar dat is (nog) een brug te ver. Peper moet antwoord vinden op de vraag wie in Nederland de baas is op straat. Het antwoord: de gezagsdragers, ligt natuurlijk voor de hand – de vraag is hoe het door de jaren heen tanende gezag hersteld kan worden. Prof. A. van der Zwan zei vorig jaar in VN: ,,Voor groepen jongeren wordt het een spel. De politie grijpt toch niet in. Eigenlijk zijn ze continu met grensverleggend onderzoek bezig. De politie heeft als enige het monopolie op het gebruik van geweld. Dat moeten ze snel weer pakken.'' VN signaleert dat ,,de maatschappij en dus ook de politie tamelijk machteloos staat tegen de algemene toename van geweld en agressie.'' ,,Wie het weet mag het zeggen'', sprak premier Kok vorig jaar tijdens het Kamerdebat over zinloos geweld – maar de Kamerleden zitten daar toch omdat zij het voor ons weten?

Kinderen van wie de ouders dement zijn hebben vaak slapeloze nachten. Als er al plek is in een verpleeghuis, betekent dat nog niet dat de verleende zorg zodanig is dat van de kinderen een last afvalt. Dat ligt niet aan de inzet van het personeel, zeggen geïnterviewden in een verhaal in Elsevier over de grote werkdruk in verpleeghuizen. ,,De dagelijkse verzorging is geen probleem, maar de verpleging van patiënten vergt specifieke deskundigheid. Die hebben we onvoldoende in huis'', zegt een verpleeghuisdirecteur. Dààr zou minister Borst van in de war moeten zijn.