IMF mikt op nieuwe financiële orde

Het nut van veilige en duurzame kapitaalstromen van rijke naar armere gebieden vormde deze week voor het IMF een hoofdonderwerp van discussie. Volgens optimisten worden de contouren van een `nieuwe financiële architectuur' al zichtbaar.

De Amerikaanse onderminister van Financiën, Lawrence Summers, zei het afgelopen zondag in een lezing voor de financiële elite van de wereld zo: ,,Er zijn weinig zaken met een zo groot potentieel om de welvaart van mensen te verhogen als het creëren van een veilig en duurzaam systeem voor de kapitaalstroom van de ontwikkelde wereld naar de ontwikkelingslanden.'' Daarmee vatte de bewindsman, die als een van de beste economen bekendstaat, in één zin samen waar het de afgelopen dagen tijdens de voorjaarsvergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank over ging.

Sinds de crises in Azië, Rusland en Brazilië is voor iedereen wel duidelijk dat de financiële markten niet aan zichzelf kunnen worden overgelaten. Goed toezicht en passende regelgeving op nationaal en internationaal niveau zijn essentieel. Maar hoe de wereld tot een veiliger plek te maken te midden van de wereldwijde snelle geldstromen en er tegelijkertijd toch zoveel mogelijk de vruchten van plukken?

De schade die de crises aan vele economieën hebben toegebracht onderstrepen de urgentie van een adequaat antwoord op deze vraag. En daarbij is de aandacht niet alleen gericht op markten maar ook op burgers. Want de crises hebben in verschillende landen ook tot een ernstige verarming van grote delen van de bevolking geleid.

De enkele dagen geleden door de Wereldbank gepubliceerde World Development Indicators laten er schrijnende voorbeelden van zien. In Rusland is het aantal armen tussen 1987 en 1996 gestegen van 2 tot 66 miljoen. Sinds de crisis van vorig jaar augustus moeten het er nog meer zijn.

Beleidsmakers van nationale overheden en internationale instellingen verhelen hun eigen falen niet meer. Zelfonderzoek was in Washington dan ook meer dan voorheen een van de trefwoorden. In de huidige wereldeconomie is geen plaats meer voor dogma's. Eerder nog heiligverklaarde standpunten werden dan ook nogal eens verlaten.

Zo voelen de VS er niet langer voor met miljarden dollars aan internationale hulp onhoudbare wisselkoersen te ondersteunen, zoals vorig jaar zonder succes in Brazilië en Rusland is geprobeerd. Ook regimes van vaste wisselkoersen staan ter discussie. Voor minister Robert Rubin is in bepaalde omstandigheden ook beperking van het korte-kapitaalverkeer niet langer taboe.

Onder de indruk van de noden van de armste landen trok Japan zijn bezwaren in tegen de verkoop van een klein deel van het IMF-goud ter financiering van schuldkwijtschelding.

En het IMF en de Wereldbank zijn bezig de receptuur van hun hervormingsprogramma's aan de nieuwe werkelijkheid aan te passen. Wereldbank-president James Wolfensohn kreeg steun voor zijn streven sociaal beleid tot een van de criteria voor de verlening van steunpakketten te maken.

Maar meer dan ooit wezen in Washington de vingers ook op de particuliere financiële sector, die tenslotte het grootste deel van alle geldstromen de wereld over stuurt. De internationale banken werden door menigeen zonder veel schroom onder vuur genomen.

,,We weten dat 60 tot 70 miljard dollar door buitenlandse banken zonder enige kennis in Indonesië werd uitgeleend'', zei Wolfensohn, zelf ooit bankier op Wall Street. En de Amerikaanse ondermininster Summers hield de bankiers voor dat het ,,niet effectief noch gepast'' is dat de internationale gemeenschap aan particuliere crediteuren een vrije aftocht biedt, wanneer een land in een financiële crisis raakt. Onderdirecteur Stanley Fischer van het IMF zei tegen dezelfde bankiers dat zij moeten beseffen dat het er bij de enorme rentes die ze in opkomende landen ontvangen in zit dat zo'n land een keer in gebreke blijft.

Toch vindt iedereen wel dat contracten behoren te worden nagekomen, anders kan een markt niet functioneren. Vandaar de vele pleidooien in Washington in de toekomst met geclausuleerde leningcontracten te werken, die een ordelijke afwikkeling van schuldenproblemen met de particuliere sector mogelijk moeten maken. Zo is er consensus dat een minderheidsgroep van onwillige particuliere crediteuren een herstructurering van schulden niet meer mag blokkeren. Enige verschillen zijn er nog wel. Zo wil de Britse minister Gordon Brown zover gaan om financiële bijdragen van de particuliere sector tot voorwaarde voor IMF-steunpakketten te maken. IMF-topman Michel Camdessus ziet in elk geval ,,geen tweedeling'' over het principe van geclausuleerde leencontracten. De voorspelling begin deze week van bestuurder Cees Maas van ING Groep dat dergelijke afspraken, die de banken onwenselijk en contraproductief vinden, er niet komen, lijkt al in een paar dagen door de feiten achterhaald.

Intussen is de versterking van het internationale financiële systeem al in gang gezet. Uit een recent rapport van het IMF blijkt dat het alleen al op dit terrein om zo'n zestig uitlopende studies, plannen en al doorgevoerde maatregelen gaat.

Wat enkele jaren geleden met gevoel voor dramatiek als de `nieuwe financiële architectuur van de 21ste eeuw' werd aangekondigd, begint zowaar de contouren van een bouwwerk te vertonen. De reikwijdte van zo'n architectuur wordt ook steeds duidelijker zichtbaar. Volgens de Britse minister Brown is de mate van samenwerking tussen de publieke en particuliere sector die nu is vereist ,,zonder precedent'' in de geschiedenis.

In de huidige wereldeconomie heeft meer dan ooit de handeling van de ene partij gevolgen voor alle anderen. Dat betekent dat iedereen elkaar steeds meer aanspreekt op zijn verantwoordelijkheid voor de wereldeconomie. Op economisch gebied is in feite al steeds meer sprake van global governance. Ook dat werd afgelopen week in Washington zichtbaar.