Experimenten met planten, bielzen en schokbeton

Als mensen oud worden en tot op hoge leeftijd anderen blijven inspireren, dan is het maar moeilijk wennen aan het feit dat ze er niet meer zijn. Ik weet dat Mien Ruys in januari van dit jaar overleden is, maar als ik nu door haar tuinen in Dedemsvaart loop, dan kijkt zij over mijn schouder mee. Net als vroeger probeer ik haar op stang te jagen, door te suggereren dat een schaduwhoek met een bontbladige hosta opgevrolijkt zou kunnen worden (ze had een gruwelijke hekel aan bontbladige planten), want ik weet hoe ze van tegenspraak en een stevige woordenwisseling kan genieten. Het moet voor de Stichting Tuinen Mien Ruys een bitterzoete ervaring zijn om het 75-jarig jubileum van de tuinen mét een uitgebreid feestprogramma, maar zónder de grondlegger te vieren.

Vijfenzeventig jaar geleden legde Mien Ruys haar eerste tuin aan in een boomgaard naast het huis van haar ouders: verwilderende schaduwplanten rond een vierkant vijvertje. Dit tuintje bestaat nog steeds, maar is onderdeel geworden van een wandelroute die langs 25 voorbeeldtuinen leidt op een terrein van 25.000m². Deze tuinen vormen een neerslag van de ervaringen die Mien Ruys in haar lange carrière heeft opgedaan en van de vragen die ze in haar werk als tuinarchitect probeerde op te lossen. Meestal waren dat vragen van praktische aard: Hoe verminder je het gewicht van een daktuin, zodat de tuin niet in zijn geheel door het dak zakt? Hoe lang gaat vijverfolie mee en welke planten kunnen zonder steun een windhoos doorstaan en welke liggen na één regenbui plat?

Als iets Mien Ruys typeerde, dan was het wel haar grenzeloze nieuwsgierigheid en haar onbedwingbare zucht tot experimenteren – niet alleen met planten, maar ook met materialen, van bielzen en schokbeton tot gerecycled plastic. De Stichting Tuinen Mien Ruys heeft zich voorgenomen om de tuinen in de geest van Mien Ruys voort te zetten, om te blijven experimenteren met planten, materialen en vormen. Een verschil zal zijn dat de resultaten van alle experimenten beter worden gedocumenteerd, terwijl die vroeger vaak werden opgeslagen in het hoofd van Mien Ruys. Doordat het publiek in de gelegenheid is om van opgedane ervaringen kennis te nemen, verschillen de Tuinen van Mien Ruys wezenlijk van andere tuinen. Het gaat hier niet louter om passief genieten, maar om het opdoen van ideeën en inspiratie. Het educatieve aspect komt onder meer tot uiting in de proeftuin, waar het bestaande assortiment aan tuingeraniums (ooievaarsbekken) tegen het licht wordt gehouden en op tuinwaarde wordt beoordeeld – geen overbodige luxe, want bij deze modieuze planten is er misschien wel net zo veel kaf als koren te koop. In de toekomst zullen anemonen en heleniums worden opgeplant en kritisch worden beoordeeld.

Het jubileum van de tuinen wordt gevierd met een jaar vol evenementen, die variëren van rondleidingen door de tuinen tot poëzieavonden en zondagochtendconcerten. Aansluitend op de proeven met tuingeraniums is er eind mei een geraniumdag, waarop geraniumkenners lezingen en rondleidingen zullen houden en waarop kwekers hun ooievaarsbekken verkopen. Een ideale gelegenheid om het de geraniumkwekers lastig te maken met vragen over de gevoeligheid voor meeldauw, de doorbloei en de windbestendigheid van hun planten. Ik doe maar een paar suggesties. Op andere dagen zijn het specialisten in cyclamen, dahlia's, vetplanten, lathyrus of fruitteelt die het publiek zullen voorlichten. De evenementen duren van mei tot half oktober en voor een volledig overzicht kunt u het beste de evenementenkalender aanvragen, want het is ondoenlijk om de meer dan vijftig evenementen te noemen.

Behalve de evenementen zijn er natuurlijk de tuinen die een bezoek waard zijn en die voortdurend worden vernieuwd. Mijn favoriete tuin is een tamelijk nieuwe tuin in een eikenbos, die uit niet meer bestaat dan een cirkelvormige open plek, omringd door een onverhard pad en die met lage, kruipende, lichtgroene klaverzuring is beplant. Een lichtgroene cirkel in een donkergroen bos waarop de stammen van de eiken schaduwen werpen. De essentie van kunst – ook die van tuinkunst – is weglaten. En na een leven lang tuinen te hebben ontworpen, is Mien Ruys in haar eigen tuin tot die essentie teruggekeerd.