Eenheid Europa gedijt in Kosovo-crisis

De Kosovo-crisis heeft in Europa een ongekende eensgezindheid tot stand gebracht, meent

Dominique Moïsi. Het komt nu aan op stug volhouden.

De wereld moet veilig worden gemaakt voor de democratie. Recht is kostbaarder dan vrede.'' De woorden die president Woodrow Wilson in april 1917 tot het Congres sprak klinken in 1999 actueler dan ooit. Een maand na het begin van de Westerse militaire operaties tegen het Servië van Miloševic staat één ding vast: de NAVO mag de veldslag op de grond niet hebben gewonnen, maar Miloševic heeft de beeldenoorlog al verloren. De Servische tiran vindt niet alleen de NAVO tegenover zich, maar ook Hollywood, van Steven Spielberg tot Roberto Benigni. De miljoenen Westerlingen die Schindler's List of La vita è bella hebben gezien, vinden de `ware' beelden op hun eigen tv-scherm – die het lijden van de Kosovaren tonen – onaanvaardbaar.

Een Amerikaanse vriend van me, een man met een belangrijke positie op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Washington, vatte de gevoelens van een meerderheid van de Amerikanen samen in één zin: ,,Mijn ouders in Californië kunnen Kosovo misschien niet plaatsen op de kaart, maar anno 1999 willen ze in Europa geen mensen meer in verzegelde treinen zien stouwen.'' Een geheel van historische herinneringen, opgerakeld door filmische zeggingskracht en versterkt door vage, oude schuldgevoelens, wekt bij het publiek een krachtige sympathie voor voortzetting zo niet verheviging van de oorlog. We weten misschien niet wat we doen, maar we doen het in elk geval samen. Bill Clinton, Tony Blair en Jacques Chirac verschillen weliswaar in tactiek of heftigheid, maar ze omschrijven het conflict steeds vaker in dezelfde woorden: ,,de strijd tussen democratie en barbarij''.

Het Westen wordt vereend door gezamenlijke emoties die sterker zijn dan traditionele overwegingen van soevereiniteit, in het geval van Frankrijk, en zelfs sterker dan de (Duitse) aarzeling het gebruik van geweld te overwegen. De consensus is hecht en vermoedelijk ook duurzaam.

,,Wie te laat komt wordt door de geschiedenis gestraft.'' Michail Gorbatsjovs waarschuwing aan Erich Honecker in 1989, aan de vooravond van de val van de Berlijnse Muur, kan ook Slobodan Miloševic ter harte nemen. Hij mag een sluw en wreed tacticus zijn, maar hij is bovenal een anachronisme dat de ene nederlaag na de andere lijdt. Vergeleken bij de Sovjet-Unie onder Stalin vormt het Servië van Miloševic natuurlijk maar een geringe bedreiging, maar het is een groot kwaad en een reëel gevaar. Het is aan niet-Westerlingen moeilijk uit te leggen wat voor gevaar Miloševic betekent. Ze veroordelen al gauw wat zij zien als onze selectieve emoties. Wat deed het Westen toen in Cambodja of Midden-Afrika immense moordpartijen plaatsvonden? Is het leven van een Europeaan, al is het ook een moslim, meer waard dan dat van een Aziaat of Afrikaan? Selectieve emoties zijn natuurlijk te verkiezen boven algehele onverschilligheid of cynisme. De oorlog in Kosovo is niet alleen een metafoor voor de twintigste eeuw, een versnelde samenvatting van onze geschiedenis; maar vooral vormt Kosovo voor de Verenigde Staten, de NAVO en vooral Europa een moment van waarheid: in hoeverre zijn de Amerikanen `onwillige kruisvaarders'? Welke prijs willen ze betalen om hun internationale prestige te handhaven? Kan een bondgenootschap als de NAVO, met zijn mondiale pretenties, zich permitteren een klein, regionaal conflict niet te kunnen oplossen?

Voor Europa is de uitdaging nog fundamenteler van aard: de oorlog in Kosovo wijzigt ons zelfbeeld en onze visie op onze toekomst, en dat niet alleen in geografisch opzicht. We hoopten dat de komst van de euro ons langzamerhand enig identiteitsbesef zou bijbrengen, dat hij een doorwerkend federatief schokeffect zou hebben. Maar als Kosovo nu eens belangrijker blijkt? Zal Europa, de wees van de Sovjet-dreiging en niet in staat een bundelende kracht te vinden in de uitdaging van Amerika, deze kracht wellicht in Kosovo kunnen vinden? Een emotioneel vaandel, een toetssteen van hun democratische beginselen? Albanië, armoedige, chaotische vlek op de kaart, is als gevolg van de oorlog méér een deel van Europa geworden dan veel van zijn hoger ontwikkelde, moderne, democratische naburen. Opeens staan Brussels klassieke economische criteria minder centraal. Emoties en Politiek met een grote P, elementen die door onze politici en bureaucraten als overbodig zo niet gevaarlijk waren geëlimineerd, staan weer boven aan de Europese en Westerse agenda's. Europeaan zijn heeft een nieuwe betekenis gekregen, namelijk: weigeren etnische zuiveringen op ons continent nog langer te accepteren. In een land van haat en vrees, zoals het voormalige Joegoslavië, vormt de uitspraak van Montesquieu ,,Macht corrumpeert en absolute macht corrumpeert absoluut'', zowel een verklaring als een waarschuwing.

De Serviërs hebben absolute controle over het leven van de Kosovaren, en aangezet door een cynische machthebber die het duistere sentiment van hun romantisch nationalisme uitbuit, hebben zij hun rechten misbruikt. Zij zijn te beschouwen als slachtoffers – slachtoffers van zichzelf, gevangenen van hun verleden. En in het Europa van morgen zullen wij het Servië krijgen dat we verdienen, zoals we in 1945 zijn gaan werken aan de reïntegratie van Duitsland.

In de nasleep van de Tweede Wereldoorlog hebben de Verenigde Staten een hoofdrol gespeeld in de fysieke en morele wederopbouw van Europa. Thans, op de drempel van de eenentwintigste eeuw, oefent Washington nog altijd een cruciale, heilzame invloed uit. Maar de Europese Unie, in de oorlog vanzelfsprekend een ondergeschikte factor, zal in de tijd na Miloševic in de diplomatieke, morele en economische wederopbouw van de regio een belangrijke rol moeten spelen.

Moskou zal nauw bij dat proces moeten worden betrokken, maar rekening houden met Rusland mag niet ontaarden in nerveuze zelf-afschrikking. Laten we de zaken helder stellen: we zijn aan de winnende hand, met of zonder grondtroepen, omdat we ons nu eenmaal niet kunnen permitteren deze oorlog te verliezen en omdat de Serviërs in hun hart wel weten dat ze niet kunnen winnen zolang het Westen, overtuigd van zijn gelijk, eendrachtig blijft volharden. Misschien zal Miloševic ooit in de geschiedenisboeken worden herdacht als een van de indirecte stichters van Europa.

Dominique Moïsi is adjunct-directeur van het IFRI en hoofdredacteur van Politique Etrangère.