Een eigenzinnige belegger

.Als directeur van het Centraal Planbureau vond hij al in 1986 dat Nederland ,,een beetje aan het rentenieren'' was. Oud-CPB-directeur Peter de Ridder leeft nu zelf van zijn beleggingen. Op de Quote-lijst van rijkste Nederlanders staat hij redelijk hoog genoteerd. Eigenzinnigheid kenmerkte de afgelopen tijd zijn optreden als belegger. Hij steekt zijn geld vooral in lokale fondsen, in tastbare productie, tastbare handel, zaken die momenteel bij de professionele beleggers uit de gratie zijn.

Met vier poten omhoog en een lodderige blik in zijn ogen lijkt Charles het sein van overgave te geven. Een paar minuten geleden deed hij nog een dappere poging in mijn rugzak te springen, maar nu heeft de negen maanden oude beagle bezit genomen van de zwarte tweezitsbank. Elke keer als zijn baas opstaat om koffie in te schenken wordt diens ruimte krapper. ,,Een paar maanden geleden ben ik met hem naar cursus geweest'', vertelt Peter de Ridder (52), ex-directeur van het Centraal Planbureau (CPB) en tegenwoordig een grote belegger op de effectenbeurs. ,,Voor het eerst sinds mijn afstuderen heb ik weer examen gedaan. Met vlag en wimpel geslaagd.''

Voor de goede orde: het was een cursus gehoorzaamheid voor beagles en hun bazen. ,,Het zijn geen honden die zich gemakkelijk iets laten zeggen'', legt De Ridder uit. ,,Als je naar links zegt, gaat hij naar rechts.''

Vergelijkbare eigenzinnigheid heeft de afgelopen maanden De Ridders profiel als belegger getekend. In tegenstelling tot de beheerders van grote vermogens bij banken, verzekeraars en pensioenfondsen hoeft De Ridder voor zijn contraire beleggingsgedrag geen verantwoording af te leggen aan besturen of vergelijkbare, doorgaans risicomijdende controleurs.

Met zakenpartners heeft De Ridder in een koopblitz grote pakketten aandelen gekocht in het minst populaire segment van de Amsterdamse effectenbeurs: de lokale markt, verzamelplaats van handelsbedrijven en industrie. De koersen van deze bedrijven zijn het afgelopen jaar stelselmatig achtergebleven bij die van internationale sterren (de zogenoemde hoofdfondsen), zoals Aegon en Heineken.

De Ridder heeft substantiële belangen opgebouwd in technisch handelsbedrijf Geveke, in de handelsondernemingen Landré & Merrem en in Econosto en in het industriële bedrijf Delft Instruments. Hij reduceerde daarentegen zijn aandelenpakket in het financiële handelsbedrijf AOT tot minder dan vijf procent.

,,Back to basics'', zegt De Ridder over zijn nieuwste investeringen. Het zijn niet de lievelingetjes van de beleggers van de laatste jaren en maanden. Geen hightech, geen Internet. Maar tastbare producten, tastbare handel, zaken die op de effectenbeurs op dit moment uit de gratie zijn.

Hij zit zelf een jaar of drie op Internet. ,,De fantasie schiet tekort om te beseffen welke gevolgen het net heeft voor bedrijven en beleggers'', zegt hij, maar Internet-aandelen heeft hij niet. Te duur. Te onvoorspelbaar. Maar ergens knaagt de twijfel. Zijn de bedrijven waarin hij nu geld heeft gestoken misschien ook zo goedkoop omdat zij een mooie toekomst achter zich hebben?

,,Hoeken schieten'', noemt hij zijn beleggingsgedrag, met een term uit zijn geliefde zeilsport. Uit het veld breken omdat je denkt dat elders een steviger wind staat die je uiteindelijk aan kop zal brengen. Bij zeilen doet hij het eigenlijk nooit, daarvoor zijn de risisco's te groot, maar bij zijn beleggingen wel, al is nog meer dan de helft van zijn vermogen niet in aandelen belegd.

In het groot beleggen doet De Ridder sinds 1982, toen het familiebedrijf Riem en Honig, een papierhandel, voor zo'n 20 miljoen gulden aan VRG (inmiddels zelf onderdeel van handelsbedrijf Buhrmann) werd verkocht. Sinds zijn vertrek bij het CPB in 1989 is hij fulltime investeerder. Een gediplomeerd macro-econoom die nu als belegger bedrijfseconomische beslissingen neemt. Op de Quote-lijst van rijkste Nederlanders staat hij op een gedeelde 129ste tot 144ste plaats (150 miljoen gulden vermogen).

Hij was lid van de fameuze beleggersgroep Courtier, een club kapitaalkrachtige ondernemers die belangen had in Van Ommeren (opslag, transport) en Union (fietsen). Vervolgens stapte hij met enkele Courtier-leden in het beleggingsfonds Bever, dat uitstekende resultaten liet zien, maar een half jaar na het uitbreken van het beursfraudeschandaal werd verkocht. Twee voormalige Courtier-leden zijn verdachte in deze zaak. Vorig jaar werd hij beloond voor zijn investering in het weinig populaire aandeel KBB, toen Vendex zijn bod op KBB verhoogde, al bleef hij zitten met de gedachte dat de ware potentie van de belegging niet werd vervuld. Het kwam nooit tot een echte biedingsslag tussen Vendex en de andere gegadigden, WE International (Hij en Zij) en Blokker.

En zijn vier nieuwe beleggingen? De Ridder:,,De lokale markt is heel erg goedkoop. De verhouding tussen de aandelenkoersen en de bedrijfswinsten is minder dan tien, tegenover meer dan het dubbele onder de hoofdfondsen, waar Aegon opvalt met een koers/winstverhouding van zo'n veertig.'' Hoe meer beleggers voor de winst van een bedrijf willen betalen, des te duurder zijn de aandelen en des te gunstiger beoordelen zij de winstverwachtingen.

,,Het hele grote verschil tussen de waarderingen van bedrijven op de lokale markt en onder de hoofdfondsen wordt op enig moment weggearbitreerd, maar dat moment is er nog niet. Professionele beleggers, zoals pensioenfondsen, richten zich met ingang van dit jaar op het bijhouden van graadmeters voor de Euro-aandelenmarkt en zij doen dat rücksichtslos. Zij mikken pakketten lokale Nederlandse aandelen eruit en steken het geld in Europese aandelen. Er zijn tal van kansen, maar ik heb maar een beperkte portemonnee.''

Steeds meer financiële professionals conformeren zich aan het volgen van de graadmeters van de (Europese) markten. ,,Hoe dichter je als belegger bij deze index blijft, hoe minder kwalijk je wordt genomen als je niet zo goed presteert.'' Voor hem zijn het ambtenaren. ,,Dat indexbeleggen heeft een grote vlucht genomen, de institutionele beleggers hebben zoveel geld, die moeten dat wel.'' Op een gegeven moment zal daarnaast weer een tegengestelde stroming ontstaan, denkt hij: beleggers die ook krenten uit de pap willen pikken.

Al is hun beleggingsgedrag afwijkend, De Ridder en de professionele geldbeheerders personifiëren beide de opkomst van Nederland als renteniersnatie. ,,We zijn een beetje aan het rentenieren'', concludeerde hij in 1986 als CPB-directeur. Inmiddels kun je dat beetje wel weglaten. Het bedrijfsleven heeft volle kassen, expandeert door overnames in het buitenland en investeert minder in eigen land dan je zou mogen verwachten. ,,Er is sprake van een gedurig proces van deïndustrialisatie. Banken, verzekeraars, consultants, automatiseringsbedrijven, daar gaat de werkgelegenheid zitten.'' Het is verleidelijk om historische parallellen te trekken: asielzoekers zijn niet nieuw, Europa heeft altijd lange periodes van volksverhuizing gehad. Of de parallel met de Verelendung die Marx voorspelde: grote groepen mensen staan buiten het arbeidsproces en zien de tegenstellingen met steeds vermogender werkenden alleen maar groeien.

Aan zijn beleggingen blijkt De Ridder weinig tijd te besteden. Na een middagje cijferen met het jaarverslag besloot hij, met zakenpartners, bijvoorbeeld vijf procent van de aandelen KBB te kopen. ,,Als econoom heb ik wel leren rekenen.'' Dat, plus een dosis gezond verstand. Door de menselijke kant van het investeringsverhaal te weinig waarde te geven is hij in het begin als belegger in niet aan de beurs genoteerde bedrijven een paar keer op zijn neus gegaan, erkent hij. ,,Ik liet mij overtuigen door de ratio van het verhaal, in plaats van: die man kijkt niet goed uit zijn ogen. Die intuïtie moet je heel zwaar laten meewegen.''

Bij het beleggingsfonds Groeigarant moest hij samen met F. Swarttouw de zaak weer op het droge krijgen, bij het automatiseringsbedrijf Newtron fungeerde hij tijdelijk als troubleshooter. Samen met De Ridder waren verschillende Courtier-leden bij Newtron betrokken als ondernemer en financier. ,,Newtron was een grote ramp. Daar heb ik geleerd hoe je kon boekhouden en de zaak op allerlei manieren kan trukeren.'' Uiteindelijk kregen de beleggers in Newtron na een totale uitverkoop van de bezittingen aandelen in het automatiseringsbedrijf Ordina en daarmee heeft De Ridder nog een mooie koersrit omhoog gemaakt. Als privé-belegger en via beleggingsfonds Bever.

Want als De Ridder in een bedrijf gelooft, dan koopt hij niet een paar aandelen, maar gaat hij er in met substantiële percentages. ,,Om de affiniteit.'' Dat hebben de beheerders bij de geldgiganten niet. ,,Een hoger bod op KBB is voor hen een flikkering in hun beleggingsportefeuille, voor particulieren is het substantieel.''

Al bestaat de Courtier beleggingsgroep niet meer sinds 1994, in de praktijk blijken verschillende oud-leden als belegger steeds weer bij elkaar te klitten: bij Bever, later bij KBB, nu bij Delft Instruments en Merrem. Adri S., een van de hoofdverdachten in de beursfraudezaak, en een van De Ridders partners in Bever en tevens een grote belegger in Delft Instruments en Geveke, spreekt hij nog regelmatig. Dat het voormalig beurskanon zich schuldig heeft gemaakt aan handel met voorkennis en koersmanipulatie, zoals justitie vermoedt, wil De Ridder niet geloven. ,,Zoals ik hem ken, denk ik niet dat daarvan iets bewezen is.''

De Ridder volgt de koersen en de volumes in de beurshandel van ,,zijn'' beursfondsen dagelijks, maar dat is het dan ook wel. ,,Ik leg de aandelen in de schoenendoos en wacht twee jaar.'' Maar hij gaat altijd wel met de directie van het betrokken beursfonds praten. Dat is meer dan kennismaken. ,,Wellicht in tegenstelling tot vroeger zijn bedrijven opener geworden. Zij merken dat zij zelf baat hebben bij een hogere beurskoers.'' Zonder intensieve communicatie met de financiële wereld krijgen bedrijven zeker geen hogere koers. Met een hogere beurskoers kunnen ondernemingen gemakkelijker meedoen in de grote overnamehausse in het bedrijfsleven en zijn zij zelf minder snel een prooi voor andere opkopers. Bovendien profiteren de managers zelf, dankzij optieregelingen, van gestage koersstijgingen. Een van de voorwaarden daarvoor is wel dat de beleggers weten wat zij aan bedrijf en directie hebben.

Onlangs heeft hij zijn eerste gesprek met Geveke-directievoorzitter Knol gehad. ,,Hij zegt niets meer dan al bekend is gemaakt en ik heb de beschaving dat ik niet meer vraag. Waar praten wij over? Hoe financiert hij bijvoorbeeld de toekomstige groei. Als belegger ben ik meer gefocust op de passiefkant van de bedrijfsbalans, terwijl een ondernemer zich meer richt op de actiefkant, op de uitbreiding van activiteiten en de efficiency.''

Voor de beleggers op de lokale aandelenmarkt lijken overnames nog het enige zout in de pap. Uitzendbureau Content gaat nu weg met een overnamepremie van meer dan 50 procent. Bij KBB moest De Ridder het doen met een procent of dertig. Ondanks de belangstelling van WE International (,,Ik kende eigenaar De Waal oppervlakkig, hij is ook een zeiler, zij het met een duurdere boot'') die het eerste bod van Vendex overtroefde. ,,Na de daaropvolgende verhoging van het bod door Vendex heb ik tegen de commissarissen van KBB gezegd, die de beleggers kwamen polsen: dit is slikken of stikken. Er was geen ander bod, het enige bod dat er was, heb ik genomen.''

,,Jammer dat de Rabobank, de cruciale financier van het gedroomde bod van WE, werd teruggefloten door het financiële establishment onder het motto: zo gaan wij niet met elkaar om in Nederland.'' Geen overnames van een bedrijf tegen de zin van de directie als die al een eigen overeenkomst heeft gesloten met een ander, in casu Vendex. Met het hogere bod nam Vendex WE de wind uit de zeilen. ,,Ik heb tegen ze gezegd: ik weet niet hoe het gelopen was als WE niet op de proppen was gekomen.'' Dan was de kans op een hoger bod gering geweest, zegt de blik in zijn ogen.