Een doos van Pandora

Een eigen parlement moet ervoor zorgen dat Schotland in de Britse Unie blijft verankerd. Maar het overhevelen van macht naar Schotland kan voor het Verenigd Koninkrijk ook het begin van het einde zijn.

WIE DE VERKIEZINGEN van het eerste Schotse parlement in bijna drie eeuwen wint, is onzeker. Maar dat het Verenigd Koninkrijk er na 6 mei een nieuwe politieke cultuur bij krijgt, staat vast. De MSP's, zoals de 129 `Members of the Scottish Parliament' kortweg heten, zullen gewone kantoortijden aanhouden, in plaats van tot diep in de nacht door te vergaderen, zoals hun collega's in Westminster. Er zullen veel meer vrouwen tussen zitten. Ze zullen elektronisch stemmen. En ze zullen elkaar ook niet op zijn Westminsters aanspreken met de naam van hun kiesdistrict, maar met hun achternaam. Zo heet het `Eerbiedwaardige Lid voor Moray' gewoon `Mevrouw Ewing'.

De meest veelzeggende verandering is de opstelling waarin ze zullen vergaderen. In hun nieuwe onderkomen in Edinburgh, dat pas over twee jaar klaar is, komen ze in een halve cirkel te zitten. In het landsparlement zitten ze in twee blokken tegenover elkaar.

Die inrichting lijkt vooruit te lopen op de verkiezingsuitslag. Die levert vermoedelijk geen absolute meerderheid voor één partij op, en leidt tot de vorming van een coalitie, althans een niet-aanvalsverdrag tussen twee blokken. Ook dat is in Westminster al sinds de Tweede Wereldoorlog onbekend.

Decentralisatie – het overhevelen van macht uit het politieke centrum naar de regio – is al jaren een van de grote verkiezingsbeloftes van Labour. Daarmee konden Schotten de kans krijgen om zelf te beslissen over de meeste dingen die henzelf aangaan. Schotland stemde altijd links, maar werd achttien jaar door rechts in Londen geregeerd. Een decentraal bestuur moest die `onrechtvaardigheid' helpen goedmaken én het opkomend separatisme in toom houden. Met dit nieuwe parlement voltooit Tony Blair het project van de vorige Labourleider, John Smith, een Schot in hart en nieren, die in 1994 aan een hartaanval overleed.

Dat Schotland voortaan met polderconsensus kan worden geregeerd, lijkt intussen niet erg waarschijnlijk. Vroeger konden Schotse politici de schuld voor hun problemen al te gemakkelijk aan Londen geven. Nu moeten ze die zelf uitvechten. Dat wordt geen sinecure. Binnen de twee grootste linkse partijen, Labour en de Scottish National Party (SNP), woeden onopgeloste stammenoorlogen. Bovendien gunnen de twee partijen elkaar het licht niet in de ogen. Hun sociale agenda's lopen niet ver uiteen, maar op andere punten verschillen ze diametraal.

Hun belangrijkste twistappel is de grondwettelijke status van Schotland: onder de Britse paraplu of erbuiten. Labours belangrijkste taak in de laatste campagneweek is de Schotten duidelijk maken dat ze beter af zijn binnen de Unie met Labour dan buiten de Unie met de nationalisten.

Voor de SNP zijn deze verkiezingen een nieuwe stap naar onafhankelijkheid. Het parlement moet Schotland de gelegenheid geven te bewijzen dat het zijn meeste boontjes zelf kan doppen. Een zelfstandig Schotland is daarvan het ,,natuurlijke'' en ,,onvermijdelijke'' gevolg, zegt de partij. Als ze wint wil ze zo snel mogelijk een referendum houden over het verlaten van de Unie.

De nationalisten hopen nog steeds de verkiezingen te winnen, al wordt hun achterstand in de opiniepeilingen op Labour sinds afgelopen herfst steeds groter, en lijkt een nek-aan-nekrace met Labour nu uitgesloten. Alex Salmond, de SNP-leider, heeft met zijn plan om de belastingen te verhogen en zijn recente kritiek op de NAVO-acties als ,,een onvergeeflijke domheid'' een mogelijk fataal risico genomen. Bovendien vinden de meeste Schotten afscheiding nog een brug te ver, en de SNP te onervaren. Wel gunnen ze de nationalisten graag een stevige plaats in het parlement, al was het maar om extra subsidieverzoeken aan Londen kracht bij te zetten. Overigens wordt het nog een klus om de SNP-stemmen te scheiden in proteststemmen en stemmen voor onafhankelijkheid.

De Liberal Democrats, het `Britse D66', heeft in Westminster hand-in-hand met Labour gewerkt aan de grondwetshervorming. Maar in Schotland bestreden lokale Labour- en LibDem-bestuurders elkaar op leven en dood. Na de verkiezingen krijgt de derde partij de rol van kingmaker. Wie wil regeren zal haar het hof moeten maken.

De Schotse Conservatieve partij heeft niets te verliezen: letterlijk. Ze is bij vorige verkiezingen al haar parlementariërs in Westminster kwijtgeraakt, al haar gemeenteraadszetels en alle Europarlementariërs. Maar het nieuwe verkiezingssysteem, dat de Schotten voor het eerst in staat stelt om niet alleen op een mens te stemmen maar ook op een partij, geeft de Schotse Tories hoe dan ook een paar zetels in het nieuwe parlement. Het is ironisch dat de decentralisatie de grootste tegenstanders van dat experiment uitzicht geeft op hun terugkeer in de politiek.

In theorie is het zelfs denkbaar dat ook de Conservatieven een sleutelrol spelen. Bij een overwinning voor de SNP – nu of in de toekomst – zouden Labour, LibDems en Conservatieven een `grote, unionistische coalitie' moeten sluiten om de nationalisten van de macht af te houden.

Zijn de de Schotse verkiezingen wel meer dan een evenement in een verre provincie? Ja. Ze raken het hart van het koninkrijk. Na volgende week heeft `Westminster' geen zeggenschap meer over gezondheidszorg, opleidingen, vervoer, milieu, landbouw, justitie, politie, een deel van de economie en cultuur in Schotland. Maar omgekeerd kunnen de 72 MP's die Schotland naar Westminster stuurt samen met hun 34 collega's uit Wales en 18 Noord-Ieren wel meebeslissen over wat Engeland aangaat. Steeds meer Engelsen vinden daarom dat Engeland, de grootste en belangrijkste Britse `deelstaat', óók een eigen parlement verdient.

Maar dan rijst onmiddellijk de vraag welke rol Westminster nog heeft te spelen. Wordt dat een sociëteit voor buitenlandse politiek en defensie, terwijl de rest is uitbesteed? Voor de Conservatieve partij is dit het schrikbeeld: met een eigen parlement verhindert niets dat de Britse regio's uiteen drijven, eerst tot een federaal Brittannië en daarna tot zelfstandige staten. Volgens de Conservatieven heeft premier Blair met zijn experiment een doos van Pandora geopend. Toch lijken ook de Tories in de oppositie het point of no return voorbij te zijn. Partijleider William Hague zou nu ook voor een Engels parlement zijn. Dat is niet helemaal zonder eigenbelang: Engeland is een stuk conservatiever dan de rest van het land.

Voor Blair staat ook veel op het spel. Decentralisatie smoort separatisme, is zijn dogma. Het is niet ondenkbaar dat hij gelijk heeft. Maar het kan niet zijn bedoeling zijn dat hij daarvoor op een dag moet betalen met een Conservatieve meerderheid in een Engels parlement. Het opkomen van een Engels nationalisme – rechts, xenofoob en gewelddadig – evenmin. En de SNP kán een keer winnen; dan bereikt hij het tegendeel van wat hij hoopte. De geschiedenis ingaan als de premier van het Ontbonden Koninkrijk is het laatste dat Blair wil.

Op 1 juli opent koningin Elizabeth II het nieuwe Schotse parlement met een simpele ceremonie. De tocht van Holyroodhouse, haar werkpaleis in Edinburgh, naar de voorlopige zetel van het parlement, de raadszaal van de Church of Scotland, legt ze af per dienstauto. De gouden koets staat thuis. Ze draagt die dag een custard- of tandvleeskleurig deux-pièces in plaats van een hermelijnen mantel. En de Crown of Scots blijft zo goed als zeker achter slot en grendel, bij de andere kroonjuwelen in de Tower of Londen. De sfeer van de plechtigheid is zo licht mogelijk gehouden, maar de symboliek is zwaar.