Een bolwerk van bescheidenheid

In de schaduw van de Londense City bloeit Edinburgh als financieel centrum. Financiële dienstverlening zorgt voor 20 procent van het Schotse bruto binnenlands product.

CHARLOTTE SQUARE en St Andrews Square, met daartussen George Street. Meer dan een vierkante kilometer beslaat het oude financiële centrum van Schotland niet. George Street lijkt niet veel meer dan een winkelstraat met dure kledingzaken als Austin Reed, Jackpot en Cottonfield. En tussen de onopvallende financiële instellingen is een Hard Rock Café gevestigd in een van de fraaie Georgiaanse gebouwen. Moderne, hoge kantoren staan er niet.

De bescheiden uitstraling van het financiële centrum in de Schotse hoofdstad Edinburgh komt niet overeen met de rol die het in Europa speelt. Niet zonder trots pakt directeur Grant Baird van Scottish Financial Enterprise (SFE), een overkoepelende organisatie van financiële bedrijven, er in zijn kantoor een lijstje bij. In de Europese toptien van financiële centra staat de Schotse hoofdstad zevende, waar het gaat om institutionele beleggingen in aandelen. ,,Inclusief Glasgow'', voegt Baird er wel snel aan toe. Voor de banken en verzekeraars beheren de fondsmanagers in Edinburgh bijna 200 miljard pond, zo'n 640 miljard gulden. Steden als Milaan, Stockholm en München laat Edinburgh achter zich. Op de lijst van het internationale onderzoeksbureau Technimetrics staat Amsterdam vijfde.

Financiële dienstverlening is belangrijk voor de Schotse economie. Ze zorgt voor 20 procent van het bruto binnenlands product en levert alleen al in de hoofdstad werk aan 50.000 mensen. De Schotten zijn gespecialiseerd in levensverzekeringen, pensioenen en beleggingen. De grootste Britse levensverzekeraars, zoals Standard Life, Scottish Widows en Scottish Equitable (eigendom van Aegon) zijn van Schotse origine en hebben hun hoofdkantoren in de Schotse hoofdstad. Eenderde van al het levensverzekeringsgeld uit Groot-Brittannië wordt in Edinburgh beheerd.

Ook de grote Schotse banken, The Bank of Scotland en The Royal Bank of Scotland, spelen in Groot-Brittannië een rol van betekenis. ,,Elk bancair idee komt van de Schotten'', zegt Alwyn James, gepensioneerd pr-manager van The Royal Bank of Scotland. ,,Schotten zijn altijd praktisch ingesteld geweest. Zo hebben wij het doorlopend krediet bedacht. En eigenlijk ook de voorloper van de euro. In de zeventiende eeuw hadden we al bankbiljetten met daarop twee waarden.''

SFE-directeur Grant Baird vergelijkt Schotten graag met Nederlanders en Edinburgh graag met Amsterdam. De Schotten en Nederlanders reisden en handelden in de zeventiende eeuw over de hele wereld en hadden al vroeg contact met elkaar. ,,The Bank of Scotland is een kopie van de Bank van Amsterdam'', zegt Baird.

Dat er begin 1700, kort nadat Schotland en Engeland een politieke unie hadden gevormd, snel nieuwe Schotse banken verrezen, komt mede door de Engelsen die vonden dat de Bank of Scotland te veel naar Schotse onafhankelijkheid neigde. Daarom werd in 1727 The Royal Bank of Scotland opgericht. ,,En als je eenmaal twee banken hebt, waarom dan geen drie? In Engeland nam de Bank of England veel langer een monopoliepositie in.''

Door sterke groei besloten veel bedrijven de laatste jaren aan de rand van Edinburgh, dichtbij het vliegveld, nieuwe kantoren te bouwen. Daar wordt in toenemende mate het werk gedaan, maar de directies blijven veelal gevestigd in het oude centrum. SFE-directeur Baird: ,,Soms is het moeilijk om over straat naar een afspraak te lopen. Je komt allemaal bekenden tegen met wie je een praatje moet maken. In de City had je eerlijk gezegd meer privacy.'' Maar in de kleinschaligheid schuilt ook een deel van het succes van Edinburgh. ,,Er is minder druk om snel te scoren. Dat is beter op lange termijn. Ook de sociale druk om netjes zaken te doen is groot. Want als je iets fout doet, dan lig je er meteen uit.''

The Royal Bank of Scotland zette tien jaar geleden met kleine banken in andere Europese landen een samenwerkingsverband op, waarbij werd afgesproken dat elkaars klanten snel en op een uniforme manier geholpen zouden worden. James, van The Royal Bank of Scotland: ,,In Londen lachte men er eerst om. Wat moesten wij nou met de bank van Santander?'' Nu lachen ze niet meer in Londen, want de opzet is succesvol gebleken.

Tot 1971 had Edinburgh nog een eigen aandelenbeurs, maar die is opgegaan in de London Stock Exchange. Londense beleggers en analisten houden dit hun Schotse collega's graag voor: zonder beurs ben je toch geen volwaardig financieel centrum. Belegger Ian Blackford van Bankers Trust, ook financieel specialist van de Scottish National Party, lacht erom. ,,Het enige wat je als belegger nodig hebt, is toegang tot geld. Het maakt niet uit waar je zit, in Londen of in het noordelijkste puntje van Schotland. Ik denk dat er in de toekomst maar één beurs in Europa overblijft.''

Het nieuwe parlement in het centrum zal aan de positie van Edinburgh in de financiële wereld niet veel veranderen. De komst van parlementsleden, ambtenaren en consulaten zal de stad naar verwachting wel ten goede komen, maar op het gebied van economische en financiële aangelegenheden krijgt het Schotse parlement weinig bevoegdheden. Wel kan Schotland 3 procent extra inkomstenbelasting heffen boven het in Londen vastgestelde tarief. De Schotse nationale partij SNP wil 1 procent extra heffen en voert campagne met de slogan 'A penny for Scotland'. ,,Maar dat zal op Edinburgh geen effect hebben'', zegt partijlid Blackford. ,,Bad for business? Labour wil juist bezuinigen, wij willen investeren in Schotland.'' De dreigementen van enkele bedrijven om Schotland te verlaten als de SNP (door Labour de `belastingpartij' genoemd) aan de macht komt, neemt Blackford niet erg serieus.

Echte onafhankelijkheid, waarvan de SNP groot voorstander is, zal volgens Blackford de economische situatie van Schotland en zeker van Edinburgh ten goede komen. Schotland zou dan zo snel mogelijk de euro invoeren (,,Schotten zijn veel Europeser dan de Engelsen'') en met eigen beleid zou de economie veel sneller gaan groeien. Nu ligt dat nog ongeveer gelijk met het Britse gemiddelde. Vorig jaar iets meer dan 1 procent. Blackford: ,,Als we echt onafhankelijk zijn, dan worden we net als Ierland. Met een groei van meer dan 6 procent.''

ECONOMIE