Een behaarde tas voor de onderbuik

Vier eeuwen lang hebben de Schotten geprofiteerd van hun Britse status. Maar de Schotse identiteit gaven ze nooit prijs. De economische ratio van de Unie met Engeland is verdwenen. De Schotse cultuur gedijt als nooit voorheen.

ZEEMIST WAAIT over het veen van Culloden. Weinig fantasie is er nodig om die mist voor kruitdamp te houden. Als je je ogen dichtknijpt, zie je de regimenten in rode tunieken en mannen in kilts door de kniehoge hei op elkaar af marcheren. Musketten knallen, de doedelzak snerpt, kanonnen daveren.

Hier, op een heuvel even ten oosten van Inverness, werd op 16 april 1746 de laatste Schotse rebellie door de Engelsen gesmoord. Meer dan duizend Highlanders werden gedood, de meesten terwijl ze gewond op het slagveld lagen. Hun leider, `Bonnie Prince Charlie' Stewart, nam de benen, mét zijn aanspraak op de Engelse kroon en stierf in Frankrijk. Na `Culloden' werd Schotland bezet door losgeslagen troepen. Het dragen van tartan, de `Schotse ruit', en het spelen van de doedelzak werden officieel verboden. Clanleiders die de zaak der Jacobieten hadden gesteund, raakten hun land kwijt.

Voor radicale nationalisten is het slagveld van Culloden vruchtbare bodem. Hier verloor Schotland immers Schotland. Het begin van eeuwen politieke slavernij, culturele onderdrukking en mishandeling door een andere etnische groep? Als Alex Salmond, leider van de Scottish National Party (SNP), ergens zulke spoken zou willen optrommelen, is Culloden dé plek voor een Schots Kosovo Polje.

Zo ver is het nooit gekomen sinds 1707, toen Schotland zijn zelfstandigheid in een verbond met Engeland opgaf. Integendeel, historici schrijven de ongebruikelijke mildheid van het Schotse nationalisme juist toe aan het feit dat Schotland met eigen gewoontes en instellingen zijn identiteit op afstand van de zuiderburen kon houden, terwijl het toch van dat verbond profiteerde. Schotland kon zo een zelfstandige natie blijven, en dat daarbij ook een eigen staat zou moeten horen, vond tot voor kort maar een zeer kleine minderheid.

Of dat nog steeds zo is, moeten de verkiezingen van 6 mei uitwijzen. Die geven Schotland na driehonderd jaar opnieuw een eigen parlement, dat van `Londen' vergaande bevoegdheden krijgt voor een Schots zelfbestuur. Labour, de partij van premier Blair, vertrouwt erop dat de Schotten op die manier loyale Britten blijven en de opiniepeilers geven haar vooralsnog gelijk. De SNP, Labours grootste rivaal, beschouwt het parlement juist als startbaan naar onafhankelijkheid. Gesteund door een reeks andere peilingen, de een betrouwbaarder dan de ander, wil ze een referendum houden over de vraag of Schotland zich uit het Verenigd Koninkrijk moet losmaken.

Maar het onmiskenbaar gegroeide Schotse zelfbesef heeft eigenlijk geen stembus nodig. ,,Driekwart van de Schotten voelt zich nu meer Schots dan Brits'', zegt Tom Devine, hoogleraar geschiedenis aan de Strathclyde-universiteit in Glasgow en King's College in Aberdeen. ,,Vroeger voelden ze zich allebei. Die dubbele identiteit gaf Schotland toegang tot de machtigste staat van de negentiende eeuw en diens handelskanalen. Ze verwerpen de Britse identiteit nu nog niet, maar het kan een keer gebeuren.''

Neem de namen die ze hun kinderen geven. Cameron, Ethan en Callum rukken op. David en Michael raken ernstig uit de mode, terwijl de populariteit van George – naamgenoot van de Engelse schutspatroon – een vrije val doormaakt. Bij de meisjes is het beeld grofweg hetzelfde, al hebben de Megans en Isla's concurrentie van de Whitney's en Courtney's.

Wandel in een willekeurig Schots stadje langs de etalage van een fotograaf. Dan zie je dat er vrijwel geen Schots huwelijk meer wordt gehouden waar de bruidegom geen kilt draagt, inclusief behaarde tas voor de onderbuik en een geruite deken over de schouder. De mannenrok hoorde vroeger met het monster van Loch Ness en Walkers botersprits vooral bij het folkloristische Schotland. Nu is-ie, met de rest van het highlandisme waar generaties om hebben geniffeld, van iedereen.

Ga een videotheek binnen en vraag hoe vaak ze Braveheart uitlenen, Mel Gibsons film over de middeleeuwse rebel William Wallace, voor wie de Schotten na de première in 1995 wekenlang de bioscopen afbraken. Of zeg in een pub in Edinburgh voor de grap eens langs je neus weg dat je het erg leuk vindt, hier in Engeland.

Klik ook de website aan van Scotland the Brand, `het merk Schotland', waarmee de Schotse Kamers van Koophandel ,,een kenmerkend Schots imago voor kwaliteitsproducten aan de man brengen op de wereldmarkt'', van zalm tot whisky, natuurlijk, en van levensverzekeringen tot computerchips.

Trek in een Schots bed & breakfast geen conclusies uit de universeel-Britse geur van weeë bakolie en geschroeid casinobrood, maar kijk in het gastenboek in de kolom `nationaliteit'. Zeker, een deel schrijft `British' achter zijn naam, maar `English' kom je niet tegen. `Scottish' des te vaker. In kapitalen.

O ja, en koop een Big Mac bij McDonald's in Fort William, in de schaduw van de Ben Nevis, de hoogste berg van de Britse eilanden. Een Big Mac? O, een Macan Mor zal je bedoelen.Voor de opkomst van regionale identiteiten zijn allerlei verklaringen. Eén is dat ze een contrapunt zijn bij de globalisering. We e-mailen via Bill Gates, kijken naar Rupert Murdoch en betalen binnenkort alles in Duisenbergs. Wat ze in de hoofdstad vinden, is in de periferie steeds minder belangrijk. Is het gek dat al die Catalanen, Vlamingen, Basken, Corsicanen, Bretonnen, Friezen, Québécois en Lombarden opnieuw iets voor zichzelf willen?

In Schotland werkt dezelfde middelpuntvliedende kracht. ,,Schotten zijn niet langer loyaal aan de Unie met Engeland'', zegt Tom Devine. De eerste oorzaak draagt volgens hem een handtas. Margaret Thatcher, Brits premier van 1979 tot 1990, ontmantelde de noodlijdende Schotse mijnen, scheepswerven en civiele bouwprojecten. Nodig of niet, die sanering ontnam de Schotten hun zuurstofvoorziening. De poll tax, een hoofdelijke belasting die in Schotland bij wijze van experiment een jaar eerder werd ingevoerd dan in de rest van het Koninkrijk, was in Schotse ogen het definitieve bewijs voor de `staatsagressie' vanuit Londen. En dat daar nu een linkse premier zit, die nota bene in Schotland is geboren, maakt de hoofdstad nog niet minder arrogant.

De tweede, zeker zo belangrijke oorzaak is volgens Devine dat de economische ratio van het verbond met Engeland is weggeslagen. Toen Schotland in 1707 toetrad tot de Unie, was het om toegang te krijgen tot de door Engeland gedomineerde wereldmarkt, zegt hij. Maar het Empire is weggesmolten en het Verenigd Koninkrijk is geen economische supermacht meer. ,,Schotland handelt nu al grotendeels buiten Londen om binnen de Europese Unie. Als Groot-Brittannië tot de euro toetreedt, wordt Londen voor Schotland helemaal overbodig.''

De Thatcher-jaren waren óók het startschot voor een Schotse `culturele renaissance' met een ongekende golf Schotse films, literatuur en beeldende kunst. Zo'n culturele sprint is niet nieuw; vorige eeuwen gaven bij vlagen iets soortgelijks te zien. ,,Maar met de huidige politieke vervreemding is het een formidabele combinatie'', zegt Devine. ,,Het doet soms denken aan wat er in het Oostblok gebeurde vóór de val van de Muur.''

Nieuwe energie, ondernemerszin en een meestal goedgeluimde eigendunk stromen door wat eens de brave Britse achtertuin was. Die energie probeert de SNP af te tappen en om te zetten in onafhankelijkheidsstreven. Hoe? Niet door nostalgische mythes op te roepen, maar door vooruit te kijken. Ze wil `onafhankelijk binnen Europa' zijn, zegt ze, en droomt van een kleine en moderne staat die met Britse olie-inkomsten en het aantrekken van nog meer high tech-bedrijven een Keltische tijger naar Iers model wordt.

Sommige Schotten moeten daar hartelijk om lachen. Donald Rutherford, hoogleraar economie in Edinburgh, gelooft niet dat zijn land op eigen houtje beter af is. Bovenal noemt hij het idee van die ene Schotse identiteit waarop de SNP het octrooi zou hebben ,,onzin''.

,,De Shetland-eilanden voelen zich meer verwant met Noorwegen dan met Edinburgh. Schotten uit het grensgebied zien het Engelse Newcastle eerder als hun grote stad dan Edinburgh. Tussen Glasgow en Edinburgh, en tussen de Lowlands en de Highlands bestaan reuzenverschillen. Dit is niet één regio.''

,,Schotland voor de Schotten is een idioot idee'', zegt ook Chris van der Kuyl, eigenaar van een succesvol bedrijf in Dunfermline dat computerspelletjes ontwerpt, en kleinzoon van een Nederlander. ,,Wij verkopen over de hele wereld en betrekken onze mensen van overal, al leverde de universiteit van Edinburgh wel het eerste talent voor dit bedrijf. Ik ben trots dat ik een Schot ben. Maar ik voel me ook Brit en Europeaan. En vóór alles wereldburger.''