De herontdekking van Nancy

De tijdrekening is met een sierlijke natte vinger uitgevoerd – Art Nouveau kwam eerder voor en op meer plaatsen – maar wat maakt het uit: honderd jaar Ecole de Nancy is een aantrekkelijke aanleiding om een van Frankrijks prettigste en mooiste provinciesteden te herontdekken.

Sinds afgelopen weekeinde verkent Nancy zijn industriële en artistieke verleden met een veelheid aan tentoonstellingen, wandelingen, concerten, tuindagen, maaltijden, lezingen, congresjes en publicaties. Belangrijke gebouwen, zoals de prachtige Galeries Poirel, zijn voor de gelegenheid opgeknapt. De stad zelf is bijna de mooiste tentoonstelling. Men heeft vier wandelingen uitgezet om de hoogtepunten te vinden van wat architecten van de Art Nouveau maakten, in steen, ijzer en glas.

Economisch heeft Nancy het allerminst makkelijk gehad sinds die opleving van industrie en creativiteit van een eeuw geleden. De sluiting van de staalindustrie in Lotharingen heeft de hele regio zwaar getroffen. Maar het besef dat veel van deze gebouwen uniek erfgoed zijn, is nooit geweken. Alleen al op de wandeling langs winkels en zakelijke gebouwen (opgewekt `Les Affaires sont les affaires', `zaken zijn zaken' genoemd) zijn juwelen te vinden van wat Art Nouveau werkelijk was: een opgetogen zoektocht naar moderniteit via vormen uit de natuur, een afscheid van neoclassicisme en uiteindelijk een schakel naar een zakelijker moderniteit.

Die zaken-wandeling begint bijna bij het treinstation en voert binnen een half uurtje langs een stuk of vijftien gebouwen waar je dagen naar kan blijven kijken. De meeste zijn gewoon in bedrijf. Wie geen bankzaken hoeft te doen, kan niet overal even makkelijk aan een grondige inwendige inspectie beginnen. De lokethal van Crédit Lyonnais in de Rue Saint-Jean verdient absoluut een bezoek, desnoods onder het voorwendsel van een acute pin-behoefte. Het gebouw van de Magasins Réunis (destijds een groot sponsor van de beweging) wordt intussen bewoond door de opvolgers Printemps en Fnac. Een enkele keer is alleen de gevel gered.

Door het ontbreken van TGV-verbindingen ligt Nancy nog altijd relatief ver van Parijs en andere steden. Voor Nederlanders was en is de stad een vast punt op een alternatieve autoroute naar het zuiden, ver van de files op de Périphérique om de hoofdstad. Deze zomer is er een extra reden deze oostelijke route te nemen. Nancy biedt drie grote tentoonstellingen (waarover meer in het Cultureel Supplement van morgen) en een heleboel kleinere initiatieven die een steentje bijdragen aan de verklaring van een fenomeen: hoe een door de Frans-Duitse oorlog van 1870 geteisterd gebied een voor heel Frankrijk en Europa originele sprint van (vaak industriële) kunst kon opleveren.

De stad heeft vijf miljoen gulden uitgetrokken en aanzienlijke extra miljoenen van hogere overheden en sponsors losgepeuterd. ,,Dat is heel veel geld'', zegt burgemeester André Rossinot, ,,maar we willen Nancy zijn plaats teruggeven tussen de grote Europese steden. We zijn hier in Lotharingen te lang overschaduwd geweest door economische zorgen. Nancy is volop bezig over te schakelen naar onderwijs en onderzoek, kwaliteits- en service-industrie. De Ecole de Nancy maakte ook zo'n sprong voorwaarts. Het is dan ook niet alleen ons rijke verleden dat we deze zomer herdenken. We spreken vooral een inspiratiebron voor de toekomst aan. De waarden van de Ecole de Nancy zijn nog volstrekt van toepassing op een regio die zijn draai weer moet vinden.''