De enige wedstrijd die telt

De droom van elke Schot is met voetbal van Engeland te winnen. Op de tribunes sublimeren de Schotten zingend en juichend hun gevoelens van minderwaardigheid en frustraties.

ZET TWEE SUPPORTERS van het nationaal Schots voetbalelftal langer dan een minuut bij elkaar, en ze hebben het over 1996. Over het Europees Kampioenschap. Over die wedstrijd op Wembley die ze zo smadelijk, zo onnodig, zo onrechtvaardig van Engeland verloren.

Dat ze al in de eerste ronde werden uitgeschakeld, onfortuinlijk en ten gunste van Holland, daarover hoor je ze niet klagen. Ze kennen niet anders. Nooit zijn ze tijdens een internationaal titeltoernooi verder dan die eerste ronde gekomen. Maar die nederlaag – 2-0 – tegen The Auld Enemy, aartsvijand Engeland, doet nog altijd gruwelijk pijn.

Meedoen aan WK's en EK's is fantastisch, schreef de onlangs overleden Schotse oud-international Billy Bremner in het voorwoord van The Auld Enemy, een bundel wedstrijdverslagen van de Britse derby. En spelen tegen wereldtoppers als Brazilië en Duitsland geeft een bijzonder gevoel. ,,Maar de droom van elke Schot is natuurlijk om tegen Engeland te spelen en te winnen. Om eerlijk te zijn: dat is de enige wedstrijd die telt.'' Een opvatting die wordt gedeeld door de Tartan Army, het leger in de Schotse ruit, zoals de trouwe supporters van het nationale Schotse elftal zich noemen. Een harde kern van zo'n duizend supporters volgt het Schotse team overal op de aardbol, of het nu speelt tegen Paraguay of San Marino. Die aanhang groeit aan tot tussen de 5.000 en 20.000 mensen als Schotland zich kwalificeert voor een internationaal toernooi. ,,Maar de grootste attractie is natuurlijk'', zegt de Tartan Army op zijn website, ,,als we op Engeland stuiten, onze buurman en grootste rivaal.''

Engeland is voor Schotland wat Duitsland is voor Nederland: een grootmacht, voormalige bezetter, symbool van hoogmoed die vraagt om vrije val. De oorlogen die Schotland en Engeland in de Middeleeuwen met elkaar voerden, ze krijgen een vervolg op de grasmat. Het onrecht dat de Schotse Hooglanders in vorige eeuwen door Engelsen werd aangedaan, dat wordt in het stadion gewroken. Gevoelens van minderwaardigheid en frustratie worden al zingend en juichend op de tribunes gesublimeerd.

Dat de Schotten met een eigen nationaal team aan internationale toernooien mogen meedoen, hebben ze ironisch genoeg te danken aan die vermaledijde arrogantie van de Engelsen. Nog tot halverwege deze eeuw meenden de Engelsen dat alleen zij wisten wat voetbal was, en dat ze de voetbalwereld dus ook de wet konden voorschrijven. Tenslotte hadden zij de sport bedacht. Zij formeerden in 1863 de eerste voetbalbond ter wereld, de FA, de Football Association. Zij speelden al betaald voetbal sinds 1888, lang voordat in de meeste andere Europese landen een nationale amateurcompetitie was ontstaan.

De eerste pogingen rond de eeuwwisseling om tot een internationale voetbalbond te komen, werden gesaboteerd door de Football Association. Maar toen de oprichting van de FIFA, de wereldvoetbalbond, in 1904 niet meer tegen te houden was, namen de Engelsen genadig de leiding. Wel stelden ze als voorwaarde dat de FIFA Schotland, Wales en Ierland dat destijds nog niet gedeeld was, als aparte leden zou erkennen. Daardoor is het Verenigd Koninkrijk nog altijd het enige land ter wereld dat op het voetbalveld door vier nationale teams wordt vertegenwoordigd.

Schotland en Engeland hebben ieder hun eigen voetbalbond, hun eigen competitie, hun eigen bekertoernooi. Schotse spelers, in dienst van Engelse clubs, mogen niet voor Engeland spelen. Tot voor kort werden ze door de UEFA, de Europese voetbalbond, beschouwd als buitenlanders. Dus vielen ze onder de buitenlanderregels die bepaalden dat in de nationale competities nooit meer dan drie buitenlanders mochten worden opgesteld.

De Britse staatssecretaris van Sport, Tony Banks, waagde het een paar jaar geleden voor de instelling van een Brits nationaal voetbalteam te pleiten. Hij noemde het ,,zonde'' dat het Britse voetbalkeurkorps over vier elftallen wordt versnipperd. Vriend en vijand beschouwen dat plan als Banks' grootste misser, wat heel wat wil zeggen omdat de bewindsman een grote faam als blunderaar heeft opgebouwd. Zijn voorstel werd zowel in Engeland als Schotland verontwaardigd en luidkeels weggehoond.

Voetballiefhebbers aan beide zijden van de grens houden gretig vast aan een traditie die op 30 november 1872 begon. Dat is de datum van 's werelds eerste officiële voetbalinterland. Schotland-Engeland: 0-0. In die begindagen van het voetbal stonden de Schotten bekend als technisch superieure spelers. Naast whisky waren ze Schotlands meest begeerde exportproduct.

Maar tegenwoordig geniet Schots voetbal weinig aanzien. In de Engelse Premier League vormen Schotse spelers een kleine minderheid. De Schotse nationale competitie, sinds mensenheugenis gedomineerd door Glasgow Rangers en Celtic, wordt door Engelsen smalend `fish 'n chips'-divisie genoemd. Alsof het cafévoetbal betreft.

Ook de prestaties van het nationaal elftal geven de Schotten weinig reden tot vreugde. ,,Na een tijdje vergeet je hoe beroerd je je voelt als Schotland weer klop krijgt'', schrijft voetbalverslaggever Graham Spiers in het voorwoord van het boek Over the top with the Tartan Army. ,,Zelfs de geestelijk meest gezonde getuigen bekennen dat het de nachtmerrie van een masochist is om tot de aanhang van Schotland te horen.''

Waar Schotse supporters nog altijd de meeste lol aan beleven, behalve aan de drank, is aan het zich afzetten tegen de zuiderburen. Van hun rijke repertoire aan voetballiederen gaat bijna de helft over die Engelsen.

Volgens de Schotse schrijver Irvine Welsh, vooral bekend door zijn baanbrekende roman Trainspotting, bewijzen ze daarmee hun oude vijand veel te veel eer. ,,In Schotland vleien we de Engelsen door aan de overwinningen op hen een waarde toe te kennen die ze fucking niet verdienen'', schrijft hij in de tekst voor een lied dat door de muziekgroep Primal Scream wordt gespeeld. ,,Als het zoiets bijzonders was de Engelsen te verslaan, zouden anderen er niet zo fucking strontgenoeg van krijgen.''

De Schotse supporters hebben hun Engelse rivalen het laatste decennium een geniale loer gedraaid. Daarmee hebben ze zich eindelijk eens boven en niet onder hen geplaatst. In de jaren zeventig, beginjaren tachtig wedijverden de Schotten met de Engelsen om de titel van meest gevreesde voetbalvandalen.

Maar uit ,,pure slechtheid'', schrijft de Schotse voetbalverslaggever Graham Spiers, besloot het supportersleger in Schotse ruit zich van het geweld en de Engelse vreemdelingenhaat te distantiëren. Bij de laatste grote internationale toernooien werden de Schotse supporters telkens onderscheiden voor hun voorbeeldige en sfeerverhogende gedrag. ,,Het was'', schrijft Spiers, ,,alsof een stel alcoholici plotseling de Geheelonthoudersclub had overgenomen.'' De Engelse vijand is een verpletterende slag toegebracht.