Brazilië strop voor Unilever

Unilever heeft de afgelopen maanden weinig plezier gehad van zijn laatste grote acquisitie, de Braziliaanse ijsfabriek Kibon waar het anderhalf jaar geleden 1,8 miljard gulden voor betaalde. Door de devaluatie van de Braziliaanse munt, die sinds januari met 40 procent in waarde is gedaald, en de slechte zomer in Brazilië is zowel omzet als winst van Kibon fors gedaald in vergelijking met het goede eerste kwartaal van 1998.

Het Nederlands-Britse Unilever, producent van Blue-Bandmargarine, Omo-wasmiddel en Dove-zeep, is verreweg de grootste ijsfabrikant ter wereld met merken als Magnum en Cornetto. Maar het bedrijfsresultaat van Unilevers ijsdivisie daalde in het eerste kwartaal van 1999 van 124 naar 37 miljoen gulden. Ook het resultaat van de regio Latijns Amerika daalde fors, van 354 miljoen tot 269 miljoen gulden.

Door de tegenvallers in Brazilië, de crisis in Rusland – waar de verkoop van margarine en thee met 60 procent kelderde – en negatieve valuta-effecten daalde de nettowinst van Unilever in het eerste kwartaal met 6 procent van 1,44 tot 1,36 miljard gulden. De omzet daalde met 1 procent tot 21,4 miljard gulden.

De pijn zat vooral in voedingsmiddelen. Unilever behaalt ongeveer de helft van zijn omzet met producten als margarine, ijs en diepvries. Maar de afzet van voeding daalde in de belangrijke markten Europa (met 2 procent) en Noord-Amerika (met 6 procent).