Borst hoeft om Bijlmerramp niet weg 2

Bij de zware kritiek die in verband met de Bijlmerramp op de ministers Borst, Jorritsma en Kok worden geuit, waarbij zelfs het aftreden van een of meer van hen wordt geëist, werd ik herinnerd aan de bekende uitspraak van wijlen mr. J.W. Burger in 1945. In verband met de zuivering zei hij toen dat het hierbij niet ging om de vraag of bepaalde personen fouten hadden gemaakt, maar of zij fout waren geweest. Alleen dit laatste diende te gelden.

Ditzelfde principe moet mijns inziens worden toegepast op de genoemde ministers. Zij mogen dan al fouten hebben gemaakt, niemand kan ontkennen dat daar tegenover grote verdiensten staan, ook bij mevrouw Borst. Het zou dus zeer onrechtvaardig zijn hen weg te sturen.

Bovendien is het verwijt dat zij niet voldoende hebben gelet op `de maatschappelijke onrust' ten gevolge van de gezondheidsklachten van Bijlmerbewoners en hulpverleners slechts ten dele juist. De maatschappelijke onrust in verband met gezondheidsklachten bestond zeer lange tijd slechts bij enkelen. Van de 150 leden van de Tweede Kamer hield alleen Rob van Gijzel zich met de Bijlmerramp bezig, van de vele huisartsen in de Bijlmer alleen A. Makdumbasj, die bovendien door zijn collega's niet au serieux werd genomen, van de leden van de deelraad Zuid-Oost alleen het deeltijdlid voor De Groenen Yvonne Wolthuis-Olf. Verscheidene personen die zich met de Bijlmerramp bezighielden concentreerden zich op andere aspecten dan de gezondheidsklachten, bijvoorbeeld L. Bertholet, die bleef volhouden, op grond van een foto, dat reeds bij aankomst van het vliegtuig op Schiphol uit New York een der motoren enigszins scheefhing.

De nadruk op gezondheidsklachten kwam pas betrekkelijk laat naar voren. Een der voornaamste woordvoerders daarbij is de advocaat B. van der Goen. Hij liet eerst weten dat hij namens enkele en vervolgens namens een steeds stijgend aantal cliënten een forse eis tegen de overheid voor schadevergoeding wegens gezondheidsklachten ten gevolge van de Bijlmerramp wil indienen. Het is niet te verwonderen dat het aantal van deze cliënten steeds toeneemt.