Uitstel waterkrachtstroom voor de Sep uit Noorwegen

Het plan van de Nederlandse elektriciteitsproducenten om vanaf 2002 waterkrachtstroom uit Noorwegen te gaan importeren wordt voorlopig niet uitgevoerd. Gisteren lieten de Samenwerkende Elektriciteits productiebedrijven (Sep) en de beheerder van het Noorse hoogspanningsnetwerk Statnett weten dat het contract voor de ontwikkeling van de noodzakelijke kabelverbinding met de Deense kabelfabrikant NKT Cables is beëindigd.

In 1991 werd het kabelplan door de Sep ontworpen onder de naam NorNed, als een belangrijk project voor de bijdrage van de energiesector aan duurzame stroomopwekking. Door uitwisseling van elektriciteit tussen Noorwegen en Nederland zou een conventionele centrale met een flink vermogen (600 megawatt) uitgespaard worden. Inclusief bijbehorende apparatuur en aansluitingen zou met het project een investering van 1,2 miljard gulden zijn gemoeid. De bedoeling is om bij voldoende watertoevoer naar de Noorse bekkens overdag het overschot van Noorse waterkrachtstroom in Nederland te importen om aan de piekvraag te voldoen en 's nachts Nederlandse stroom terug te leveren aan de Noorse procesindustrie. Daardoor wordt in Noorwegen de vraag verminderd en kunnen de bekkens 's nachts weer volstromen.

Als redenen voor de mislukking worden nu genoemd: het ontbreken van definitieve vergunningen voor de kabelaanleg door Nederland en Duitsland en het falen van kabelfabrikant NKT om aan de contractvoorwaarden te voldoen. NKT heeft een stuk proefkabel niet binnen de gestelde tijd succesvol kunnen testen. Een van de technische problemen die optrad was dat de kabel voor de kust van Noorwegen een trog van 400 meter diep moet passeren.

Gezien de lange afstand (580 kilometer) is gekozen voor een gelijkstroomkabel van circa 20 cm dikte, met daarin een leiding voor transport van stroom van Noorwegen naar Nederland, en een retourleiding. Daarbij zijn tevens omvormers nodig om wisselstroom te veranderen in gelijkstroom. Bij transport van wisselstroom treedt over afstanden langer dan 50 kilometer spanningsverlies op dat met tussenstations moet worden gecompenseerd, maar die techniek wordt op de zeebodem te duur.

Het contract met NKT bevatte een ,,optie'' voor de productie van de kabel, maar die was afhankelijk van de vergunningen van Noorwegen, Denemarken, Duitsland en Nederland en bovendien van een succesvolle test van de kabel, die volgende zomer over de bodem van de Noordzee had moeten worden gelegd. Bij het project was nog een derde partij betrokken: de Noorse stroomproducent Statkraft. Sep en Statkraft hebben een overeenkomst voor de stroomuitwisseling, die de basis vormt voor het realiseren van de kabelverbinding. Sep, Statkraft en Statnett zullen zich nu ,,beraden over de tijdspanne van het project. De nieuwe situatie zal leiden tot een verschuiving van de beoogde ingebruikname van de NorNed verbinding.''

Sep-woordvoerder Jacques de Ligt onderstreept dat er geen sprake is van afstel van het stroomproject, maar dat er een nieuwe kabelproducent gezocht moet worden en dat kost tijd. ,,Volgens de regels van de Europese Unie moet er nu bovendien opnieuw een Europese openbare aanbesteding volgen.''

Volgens woordvoerster M. Wester van het ministerie van Economische Zaken is het project bij de Duitse overheid aangemeld en zijn er geen redenen om aan te nemen dat die geen vergunning verleent.