PGGM: genoeg geld, weinig ondernemerschap

Nieuwe ziekteverzuimpolissen leveren pensioenfonds PGGM 120 miljoen gulden verlies op. Waar eindigt de pensioenuitvoering en begint financieel ondernemerschap?

De toezichthoudende Verzekeringskamer liet al in bedekte termen kritische geluiden horen over de risico's die samenhangen met nieuwe, soms branchevreemde activiteiten van pensioenfondsen. Nu is het zover. Vorig jaar leed PGGM, pensioenfonds voor zorg en welzijn, een verlies van 120 miljoen gulden op de ziekteverzuimverzekeringen die het werkgevers in zijn sectoren sinds enkele jaren aanbiedt.

,,Je moet wel even slikken'', zei directievoorzitter D. de Beus gisteren bij de presentatie van het jaarverslag van PGGM. Daaruit blijkt ook dat het fonds 130 miljoen gulden nieuw kapitaal in de verzekeringsdochter heeft gestoken. Herhaling van zulke verliezen is ,,niet acceptabel''. Het verlies van de vier jaar jonge verzekeringsactiviteiten wordt verrekend met de beleggingswinst van ruim 12 miljard gulden over '98.

Als ondernemer zit PGGM, net als andere verzekeraars, met een strop, maar als belegger staat het zijn mannetje. Het rendement van 15,8 procent lag vorig jaar mede dankzij veel beleggingen in aandelen 3,4 procentpunt boven het branchegemiddelde. Een extraatje van ruim 3,1 miljard gulden.

PGGM's expansie in schade- en levensverzekeringen typeert het uitdijend zakenscala waarmee pensioenfondsen zich inlaten. Zij dreven traditioneel een winkel met maar één product in de schappen, en dan nog een semi-publiek product: het collectief pensioen, dat zij uitvoeren in opdracht van werkgevers en werknemers. Nu schuiven de pensioenfondsen op naar financiële supermarkten. Het is hun overlevingsstrategie in de slag met de particuliere conglomeraten van verzekeraars, banken, vermogensbeheerders, ziekenfondsen, sociale uitvoeringsinstanties en pensioenbeheerders.

Voordat PGGM zijn eigen verzekeringsdochters oprichtte, kocht het al een gespecialiseerde verzekeraar voor artsen en een arbodienst. De arbodienst brengt PGGM nu onder in een joint venture met ziektekostenverzekeraar VGZ, om diensten aan te bieden voor reïntegratie van zieke werknemers. Klap op de vuurpijl als ondernemend pensioenfonds is de overname, samen met pensioengigant ABP (voor sectoren overheid en onderwijs; 298 miljard gulden belegd vermogen), van de Nationale Investeringsbank. Prijskaartje: 4,1 miljard gulden.

Directievoorzitter De Beus van PGGM ziet in de verliezen op de ziekteverzuimpolissen ,,geen reden om niet door te gaan'' met de nieuwe activiteiten. Die sluiten in de optiek van het PGGM-bestuur nauw aan bij de kerntaak van het fonds: verzekeren tegen ouderdom, overlijden en arbeidsongeschiktheid. Door een premieverhoging (met 40 procent), lagere dekkingsvoorwaarden op de polis en het tamboereren op de noodzaak van actie door sociale partners bestrijdt PGGM de verliezen. Het moet heel raar lopen als de verliezen dit jaar terugkeren, zei De Beus. Als het zover komt ,,dan is het de vooravond van over en sluiten''.

Een verlies van 120 miljoen gulden op verzekeringen maakt van PGGM geen noodlijdend pensioenfonds. De verhouding tussen het beschikbare vermogen en de toekomstige pensioenverplichtingen (de dekkingsgraad) stond eind vorig jaar op 145 procent, een comfortabel percentage.

PGGM meldde gisteren bovendien een meevaller. En dan gaat het, met de grote getallen die kenmerkend zijn voor het fonds, direct om dito bedragen. Bedragen waarvan het de buitenstaander gezien de complexiteit alleen maar kan duizelen. Wijzigingen in de pensioenregeling leverden vorig jaar een vermogensbesparing op van bijna 3,2 miljard gulden. Dat geld kan, in samenhang met de uitkomst van nieuwe studies naar het effect van de lage rente op de beleggingen van het fonds en naar de verhouding tussen beleggingen en pensioenverplichtingen, worden gebruikt om het tempo van de voorziene premiestijging voor de komende jaren weer wat te matigen.

Met zulke meevallers valt een verlies bij de verzekeringsdochter weg in de afronding. Maar het principiële punt blijft: het fonds subsidieerde, al is het onbedoeld, een deel van de achterban door te lage premies te rekenen voor verzekeringen. Subsidies die ten koste gaan van het beleggingsrendement dat alle werkgevers, werknemers, gepensioneerden en ex-werknemers ten goede komt. Het ondernemersverlies staat ook haaks op het doel van het beleggingsbeleid: een maximaal rendement binnen de maatschappelijke context inclusief aandacht voor mensenrechten en duurzaam beleggen.

Als aankomend financieel conglomeraat à la Achmea, Fortis, ING en Rabobank botst PGGM tegen de risico's van ondernemerschap. Deze risico's nemen substantieel toe door de miljardenovername van de Nationale Investeringsbank. In het almachtige bestuur van het fonds zitten (op de voorzitter na) louter werkgevers en werknemers uit de bedrijfstakken zorg en welzijn – een sector die zich feitelijk laat leiden door overheidsbudgetten, niet door marktwerking en ondernemerschap. Deze structuur knelt, nu fondsbestuurders zonder ondernemerservaring zich op de financiële markten storten.