Onvrede over federatie sluimerde al langer

Het verdwijnen van de brede CAO voor het ziekenhuiswezen leidt ook tot het begraven van de Nederlandse Zorgfederatie. Voor haar is geen plaats meer nu ze zelf over hun CAO gaan onderhandelen, zeggen de verenigingen van ziekenhuizen, verpleeghuizen, gehandicapten- en geestelijke gezondheidszorg. Ziekenhuizen en verpleeghuizen zetten afgelopen herfst de bijl aan de wortels van de NZf toen ze besloten zelf over een nieuwe CAO te gaan onderhandelen.

Ze waren ontevreden over de gang van zaken in de afgelopen jaren heette het. De eigen, karakteristieke problemen zouden te weinig in de gemeenschappelijke CAO tot hun recht komen. En met name ziekenhuizen vonden de laatste twee CAO's ook `te duur'. Pikant detail daarbij is overigens dat het de onderhandelaars van de ziekenhuizen zelf waren die de kosten van de CAO vorig jaar opjoegen – tot plezierige verrassing van de bonden overigens. Die hadden al ingestemd met een verhoging van de lonen op 1 juli toen de ziekenhuizen aanboden deze drie maanden eerder (per 1 april) te laten ingaan. Een geste die alleen al de leden van de NZf zeker zo'n 175 miljoen gulden kostte.

De onvrede over de NZf sluimerde al langer en zit ook dieper. Dit blijkt onder meer uit de verslagen van de bestuurscommissie die zich over de toekomst van de federatie boog. Zowel in de tussenrapportage van januari als in het eindrapport van maart wordt de onvrede verwoord als `het gemeenschappelijke gevoel te weinig greep te hebben op de taken die de NZf voor de leden uitvoert'. Voor een belangrijk deel komt dit doordat de NZf werk doet waarmee de besturen van de ledenverenigingen zich graag zelf hadden willen profileren. Dit botste met de manier waarop de NZf haar lobbyfunctie gestalte gaf. De commissie geeft dit ook aan als zij schrijft dat de voorzitter van de samenwerkingsvorm die de NZf moet vervangen `zijn functie slechts in deeltijd uitoefent, de onderlinge verbondenheid bevordert en in de buitenwereld goed staat aangeschreven. Persoonlijke profilering zou hij niet dienen na te streven.' Het stak kortom de andere bestuurders dat de inmiddels vertrokken voorzitter A. Krol zich profileerde als boegbeeld van de zorgsector en zij in zijn schaduw bleven.

Die irritaties, gevoegd bij de vrees financieel ook op te moeten draaien voor de reorganisatie van het bureau van de NZf, maakten opheffing van de NZf tot een absolute voorwaarde voor verzorgingshuizen, thuiszorg en academische ziekenhuizen om zich aan te sluiten bij de vier oorspronkelijke leden van de federatie in een nieuwe stichting of vereniging.

Daarmee is het doodvonnis getekend voor de NZf.