`In Franse politiek is een vóór- en na-Kosovo'

De crisis in Kosovo komt de geloofwaardigheid van de Franse Groenen ten goede, vindt de Groene parlementariër Noel Mamère. ,,Wij zijn pacifistisch en hangen toch het idee aan dat je in bepaalde situaties alleen met geweld het recht kunt afdwingen.''

,,Er zal in de Franse politiek een vóór- en een na-Kosovo zijn,'' zegt Noel Mamère, een van de zes Groenen in de Franse Assemblée Nationale. Les Verts regeren voor het eerst mee. En zij steunen in meerderheid militair optreden in Kosovo, zo nodig met grondtroepen. Dat kan niet van alle coalitiegenoten van premier Jospin worden gezegd.

In zijn vorige maand uitgekomen boek Ma République (uitgeverij Seuil) noemt Mamère 'de strijd om de geloofwaardigheid' de grootste opgave van de Franse Groenen. Na jaren kibbelen en ridiculisering zijn zij onder leiding van Dominique Voynet, nu minister van Milieu, eindelijk een politieke factor geworden. Vordert de strijd?

Mamère: ,,De crisis in Kosovo helpt ons geloofwaardigheid te winnen. Wij laten zien dat wij pacifistisch zijn en toch het idee aanhangen dat je in bepaalde situaties alleen met geweld het recht kunt afdwingen. De hele links-rechts tegenstelling verliest zijn betekenis. Normaal zou het binnen ons imago passen dat wij in het kamp van de tegenstanders van de NAVO zitten, van degenen die zeggen: liever vrede dan oorlog. Maar zo is het niet. Wij menen dat een gewapende agressor die etnisch zuivert en deporteert niet op één lijn te stellen is met de aangevallene die als enige wapen angst en ontzetting heeft. Deze crisis zal nieuwe grenzen trekken in het Franse politieke landschap en vooral de Franse communistische partij (PCF) splijten: iedereen zal zien wie zich onderwerpen aan de lijn van de regering en de Parti Socialiste en wie op zeer ideologische anti-NAVO-posities blijven zitten. De PCF heeft haar geschiedenis achter zich, niet voor de boeg.''

De Franse Groenen hebben zich pas recent ontwikkeld tot een politieke beweging die meetelt. Ook nu is er bij de Europese verkiezingen een tweede ecologische lijst, onder leiding van de vroegere voorman Antoine Waechter, maar de lijst is die van Daniel Cohn-Bendit. Met hem bracht Mamère onlangs een geruchtmakend bezoek aan de nucleaire installatie van La Hague. Woedende, meest communistische, werknemers scholden en dreigden het Groene duo het terrein af.

Was bij hen de overtuigingscampagne nog niet aangeslagen? Mamère: ,,Het is onze grote uitdaging arbeiders en mensen zonder werk of inkomen te laten inzien dat ecologie niet iets is voor de rijken en de stedelijke intelligentsia, maar dat het een wapen kan zijn tegen de ongelijkheid. De welgestelden wonen niet langs de snelweg, zij hebben de middelen zich te onttrekken aan de luchtvervuiling. De arbeiders van La Hague zijn zo geconditioneerd dat zij denken dat wij hun vijanden zijn, dat wij hun werk willen afpakken. Wij hebben nooit gezegd dat La Hague morgenochtend dicht moet, evenmin als we gezegd hebben dat alle kerncentrales morgen moeten sluiten. Goed, dankzij ons aandringen gaat Superphénix dicht, maar uit de nucleaire energie stappen duurt even lang als nodig was om hem aan de gang te krijgen. Nucleair afval moet ook nog worden behandeld. Er is werk genoeg in die industrie.''

Ook de geleidelijke benadering van de kernenergie tekent het verschil tussen de Franse en de Duitse Groenen. Mamère: ,,Wij hebben een andere geschiedenis. Links en rechts Frankrijk geloven nog in de mythologie van de vooruitgang. Links bestaat van oudsher uit `productivistes', erfgenamen van de overwinningen uit de sociale geschiedenis. Terwijl wij meer kritiek hebben op de schade die de industriële samenleving heeft veroorzaakt. De Duitse Groenen zijn al verder met het uitleggen van de ambivalentie van de vooruitgang. Zij hebben dankzij de confederale opbouw van Duitsland en hun verkiezingssysteem in de Länder veel meer afgevaardigden en ervaring met regeren opgedaan. Wij zijn anderzijds minder verscheurd door pacifisme. We gaan steeds meer op elkaar lijken.''

De openlijke oppositie van de communisten is niet de enige haarscheur in Jospins coalitie. Ook de Burgerbeweging (MDC) van minister van Binnenlandse Zaken Jean-Pierre Chevènement is radicaal tegen het `door Amerika gedicteerde' ingrijpen in Kosovo. In zijn boek noemt Mamère deze denkrichting `nationalisme van links'. ,,Chevènement is erg ver gegaan met het uitdelen in de ministerraad van een uit zijn verband gerukte tekst van Enzensberger. Door de mensenrechten te relativeren opent hij de deur voor de ergste vormen van nationalisme. Als je die lijn doortrekt kun je rechtvaardigen wat er in Kosovo gebeurt. Hij pleit er in wezen voor je niets aan te trekken van wat elders gebeurt, met inbegrip van etnische zuiveringen. Er is niets ergers dan relativisme. Bepaalde Arabische landen zeggen ook dat ze een andere cultuur hebben en dus niet dezelfde opvatting van de mensenrechten hanteren. De mensenrechten zijn één en ondeelbaar. Gezien zijn woorden is Chevènement een nostalgische conservatief.'' Mamère is bijna even kritisch over het Europese programma van de Parti Socialiste, die één lijst heeft gevormd met de chevenementisten. ,,De PS probeert alles en zijn tegendeel te zeggen om de MDC maar vast te houden. Het is een vorm van regressie dat de socialisten de deugden van het nationalisme aanprijzen. De laatste tijd praat PS-lijsttrekker François Hollande minder over Kosovo – kennelijk begint hij zich te realiseren dat die discussie over de natie een politieke en humanitaire catastrofe kan veroorzaken.''

Kan er een moment komen dat deze tegenstrijdigheden de linkse coalitie onder te veel spanning plaatsen? Net als de andere kleine partners van Jospins socialisten hechten Les Verts aan hun plaats in de gouvernementele schijnwerpers. Zij hebben in twee jaar het nodige geslikt. Maar, zegt Mamère: ,,Kosovo kan de boel laten ontploffen''.