Gebrekkig financieel beheer kost veel gemeenten geld

Nederlandse gemeenten voeren nauwelijks beleid om hun liquide middelen (kasgeld, banksaldi) efficiënt aan te wenden. Slechts 17 procent van de gemeenten houdt zich bezig met actief beheer van gelden. De rest voert een passief financieel beleid en loopt daardoor rendementen mis. Dat blijkt uit het vandaag gepubliceerde rapport `Treasury benchmark voor Nederlandse gemeenten' van BNG Consultancy Services (BCS), de adviespoot van de Bank Nederlandse Gemeenten, huisbankier van de meeste (semi-)overheidsinstellingen in Nederland.

Nederlandse gemeenten hebben samen 7,4 miljard gulden meer in kas dan nodig is voor hun dagelijkse betalingen. Een deel van dat geld zou gebruikt kunnen worden voor (risicomijdende) beleggingen. Veel gemeenten laten hun middelen echter onbenut of doen daar volgens BCS te weinig mee.

Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor hun financiële huishouding: het efficiënt en effectief beheren, besturen en bewaken van geldstromen, financiële posities en de daaraan verbonden risico's. Dit komt volgens het BCS-rapport onvoldoende uit de verf omdat gemeenten niet resultaatgericht zijn. Een prikkel om financieel te `presteren' ontbreekt. Ten onrechte, aldus hoofd BNG Consultancy Services V. van Ockenburg-Léonard, want ,,van instanties die gemeenschapsgeld beheren mag je verwachten dat ze dat zo efficiënt mogelijk doen.''

Met name kleine gemeenten doen vrijwel niets aan actief vermogensbeheer. ,,Zij beheren hun middelen passief'', aldus BCS-adviseur F. Janse. Slechts één op de tien gemeenten met minder dan 50.000 inwoners heeft hiervoor beleid, tegen één op de drie middelgrote gemeenten (50.000-100.000 inwoners) en de helft van de grote steden (meer dan 100.000 inwoners).

Als reden voor het ontbreken van dit beleid voeren gemeenten aan dat ze de benodigde kennis niet in huis hebben, dat ze het nut van actief vermogensbeheer niet inzien of dat ze daarvoor te klein zijn. Overigens heeft 64 procent van de gemeenten zonder beleid voor het beheer van hun geldstromen plannen er binnenkort mee te beginnen. In het verleden lag dat anders, stelt Janse. ,,Het bewaren van de geldmiddelen placht in gemeenteland veelal een passieve bezigheid te zijn. Dat aan het bewaren van geld kosten en opbrengsten zijn verbonden leefde niet.'' Tegenwoordig gaan gemeenten bewuster om met hun financiële huishouding. Dat kan ook niet anders. Iedere gemeente kent (tijdelijke) tekorten en overschotten die moeten worden gefinancierd of belegd. Dat brengt financiële risico's met zich mee. ,,Daarvoor is een duidelijk beleid nodig.''

Gemeenten die zo'n beleid trachten te ontwikkelen, lopen vaak tegen problemen aan. Zo schort het nogal eens aan de interne informatievoorziening. Verschillende gemeentelijke diensten weten niet van elkaar wat hun inkomsten en uitgaven zijn. ,,Het grondbedrijf van de gemeente kan bijvoorbeeld net een groot stuk grond verkocht hebben voor miljoenen guldens, terwijl voor een andere afdeling een lening wordt afgesloten bij een bank. Zo ontstaan onnodige rentelasten'', aldus Van Ockenburg-Léonard.